Les 4 (grammatica cap 1)


Latijn




1 / 12
next
Slide 1: Slide
New lesson editorLatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson


Latijn




Wat gaan we vandaag doen?

  • Grammatica cap. I

  • Huiswerk bespreken

Huiswerk vorige les

  • Pensum deel 1 vertalen regel 20 t/m 31 p. 11

  • Maken exercitia 6 en 7 p. 15 en 16

Welk woord is het bijvoeglijk naamwoord: de kleine stad.

A

De

B

kleine

C

stad

Welk woord is het bijvoeglijk naamwoord: de grote rivier.

Maak het woord met 'parv' af: Tiberis fluvius parv.... est.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord: Brundisium oppidum magnum est.

A

Brundisium

B

oppidum

C

magnum

D

est

Invuloefening bijvoeglijke naamwoorden

Sicilia insula magnaest. Elba non est insula magnased insula parva. Sicilia et Sardinia non insulae parvaesunt sed insulaemagnae. Brundisium est oppidum magnumsed Tusculum oppidumparvum est. In imperio Romanomulta oppidasunt.

a
a
a
ae
ae
um
um
o
a
e
i
ai

Invuloefening

Dit is een Nederlandse tekst waarin een aantal Latijnse vocabulavoorkomen. Dit heeft de docent gemaakt, ten primuszodat we alles goed oefenen etten secundus zodat we de taal, het latinus, goed leren. We hebben bij exemplum het gehad over bijvoeglijke naamwoorden, zoals groot (magnus), klein (parvus), veel (multi) en weinig (pauci).

We hebben quoquevraagwoorden geleerd. Bijvoorbeeld: ubiis Rome? Als antwoord kan je dan geven: Rome is in Italië. Of: quidis Rome? Rome is een stad. Het woord voor stad in het Latijn is: oppidum.

Als je niet een stad, maar twee oppidahebt, dan is dat niet enkelvoud (singularis), maar pluralis. Woorden in het Latijn hebben ook een geslacht. De drie geslachten zijn: mannelijk, vrouwelijk en onzijdig. In het Latijn is dat: masculinum, femininum en neutrum. Die laatste lijkt op het woord 'neutraal'.

vocabula
primus
et
secundus
latinus
exemplum
magnus
parvus
multi
pauci
quoque
ubi
quid
oppidum
oppida
singularis
pluralis
masculinum
femininum
neutrum

Invuloefening

Dan tot slot nog even een rijtje woorden die belangrijk zijn om te weten:

  • rivier: fluvius

  • getal: numerus

  • oceaan: Oceanus

  • eiland: insula

  • letter: littera

  • hoofdstuk: capitulum

  • rijk: imperium

  • Grieks: Graecus

  • Romeins: Romanus

fluvius
numerus
Oceanus
insula
littera
capitulum
imperium
Graecus
Romanus

Huiswerk volgende les

  • Pensum deel 2 vertalen p. 16

  • Maken exercitia 4, 5, 8 en 9 p. 15, 17 en 18




Leerdoelen deze les

-       Ik kan het enkelvoud (singularis) en meervoud (pluralis) van de zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden van groep 1 (vrouwelijk) en van groep 2 (mannelijk en onzijdig) herkennen.

-       Ik kan de Latijnse persoonsvormen est en sunt herkennen.

-       Ik kan de betekenis van de woorden van capitulum primum onthouden.

-       Ik kan een eenvoudige Latijnse tekst lezen en er vragen over beantwoorden.

Ik herken de plaatsbepaling met ‘in’.

Vale!