Vissen met een gevoel!

Vissen met een gevoel!


1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBeeldende vormingISK

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Vissen met een gevoel!


Welke emoties kun jij noemen?

Leerdoel van deze opdracht

Aan het einde van deze opdracht kun je een vis kleien met een emotie.

Welke emoties ken je?

Vertel: blij, boos, bang, verdrietig, verrast, verlegen, zenuwachtig. Ken je nog meer?

Introductie: het boek "Vrolijk"

Bij mevrouw Marjolein hebben jullie het boek 'Vrolijk' bekeken. Hierin staan veel vissen met verschillende emoties.

Vormen met gevoel tekenen

oefening 1:

Teken een gewone vorm

Teken een zenuwachtige vorm

Teken een verlegen vorm

Teken een vrolijke vorm

Teken een boze vorm.

Verschillen

Praten: hoe zien ze eruit? wat zijn de verschillen

Stappenplan

  • Teken een vorm van de vis uit ter grootte van een A4

  • Knip de vorm van de vis uit, Pak een stuk klei + plaat;

  • Maak het klei plat met vuisten en daarna met roller;

  • trek de vorm van vis over op het klei

  • Keer regelmatig je vis om zodat het niet vastplakt aan plaat!

  • versier de vis met structuren, texturen en vinnen, ogen enz..

stap 1: Teken jouw vis

teken op A4 papier in lijn de vis die jij wilt maken. Denk aan een emotie voor je vis.

stap 2 : Vis uitknippen

knip je vis uit het papier. Wees voorzichtig!

stap 3: Klei uitrollen

rol een plak klei uit met een roller tussen twee plankjes. Het moet plat en groot zijn.

stap 4 : Vis overtrekken op klei

Leg je papieren vis op de klei en teken de omtrek voorzichtig in de klei.

Structuren en texturen

Hoe kunnen we verschillende
structuren en texturen toevoegen
aan de vis?

stap 5: Vis uitwerken met verschillende texturen

Maak met verschillende gereedschapjes verschillende structuren in de vis.

Glazuren

Hoe kunnen we de vis kleur geven met glazuur?

Afronding: welke vis is dit?

Vertel aan de klas welke emotie jouw vis heeft en waarom je deze gekozen hebt.

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.