V5: Chapitre 1, cours 16 (herhaling Grammaire BC)

Bonjour !
  • Prends les exercices préparatoirs pour le test. 
1 / 24
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 24 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Bonjour !
  • Prends les exercices préparatoirs pour le test. 

Slide 1 - Slide

Programme
  • Objectif: Tu as révisé pour le test.

  • Mini-présentations
  • Répétition: Grammaire B/C
  • Pratique

Slide 2 - Slide

Mini-présentations
  • Isan, Arvid
  • + 2 autres personnes

Slide 3 - Slide

Premièrement...
  • Als je graag mee wil doen met de herhaling van Grammaire B&C, kom dan meer voorin zitten.

  • Wie geen behoefte heeft om Grammaire B&C te herhalen, gaat achterin het lokaal met opdrachten aan het werk.

Slide 4 - Slide

Grammaire B: Verbes en -er
  • Wat weet je nog over de spelling van de werkwoorden op -er? 

Slide 5 - Slide

Grammaire B: Verbes en -er
  • De spelling verandert soms bij bepaalde werkwoorden. Dit heeft met de uitspraak te maken.
  • Werkwoorden op -cer krijgen een ç vóór de klinkers a en o (commençons, plaçais,...)
  • Werkwoorden op -ger krijgen een extra e ná de g en vóór de klinkers a en o (bougeons, mangeait,...)
  • Werkwoorden en -eter of -eler krijgen een dubbele medeklinker of een accent grave vóór een e die niet uitgesproken wordt. (achète, jette, apelle...)

Slide 6 - Slide

Acheter versus jeter
  • Wanneer een dubbele medeklinker, wanneer een accent grave?

    -> Dit is vooral een kwestie van leren (zie ook 24d voor de werkwoorden)!

Slide 7 - Slide

Tot slot...
  • Welke stam voor welke werkwoordsvorm?

  • Présent, imparfait: hele werkwoord min -er
  • Passé composé (participe passé)hele werkwoord min -er, maar met -é 
  • Futur simple & conditionnel: hele werkwoord, dus met -er

Slide 8 - Slide

... en alleen de spelling verandert!
Présent
Passé composé
Imparfait
Futur simple
Conditionnel
Je
-e
ai + -é
-ais
-ai
-ais
Tu
-es
as + -é
-ais
-as
-ais
Il
-e
a + é
-ait
-a
-ait
Nous
-ons
avons + -é
-ions
-ons
-ions
Vous
-ez
avez + -é
-iez
-ez
-iez
Ils
-ent
ont + -é
-aient
-ont
-aient

Slide 9 - Slide

Over de futur simple & conditionnel:
  • Hoe maak je de beide werkwoordsvormen, en waarvoor gebruik je ze ook alweer?

Slide 10 - Slide

Over de futur simple & conditionnel:
  • Futur simple: hele werkwoord + -ai, -as, -a, -ons, -ez, -ont (lijkt op avoir): achèterai, écriras,...
  • Conditionnel: hele werkwoord + -ais, -ais, -ait, -ions, -iez, -aient (zelfde als imparfait): donnerais, choisiriez,...

  • LET OP: bij werkwoorden op -re verdwijnt de laatste -e in beide werkwoordsvormen wel! (écrirais, vendra,...)

Slide 11 - Slide

Naast de reguliere vormen, heb je ook uitzonderingen
  • De uitgangen veranderen bij de onregelmatige woorden niet.
  • Wel verandert de stam (deze eindigt altijd op een -r): ser-, aur- accueiler-, ir-, enverr-, devr-, fer-, mourr-, recevr-, pourr-,...
    -> van welke werkwoorden zijn deze onregelmatige vormen?

Slide 12 - Slide

Uitzonderingen
  • ser- : être                                        voudr- : vouloir
  • aur- : avoir                                  recevr- : recevoir
  • verr- : voir                                       pourr- : pouvoir
  • ir- : aller                                                                   
  • enverr- : envoyer                                                     
  • devr- : devoir                                                           
  • fer- : faire                                                                  

Slide 13 - Slide

Wanneer gebruik je de futur simple of conditionnel?

Slide 14 - Slide

Wanneer gebruik je de futur simple of conditionnel?
  • Futur simple: om aan te geven dat iets in de toekomst plaats zal vinden (zullen).
    Demain, nous répéterons les stratégies de lecture.

  • Conditionnel: uit beleefdheid, bij een voorwaarde & bij een veronderstelling (zouden):
    Ce serait pratique de réviser pour le test. 

Slide 15 - Slide

Als je opdrachten maakt...
  • ...kun je vaak in de zin woorden vinden die erop wijzen dat je de futur simple of conditionnel moet gebruiken.

  • Futur simple: woorden die een moment in de toekomst aanduiden: demain, la semaine prochaine, le jeudi... 
  • Conditionnel: woorden die een zekere twijfel aanduiden: si tu avais le choix, ...

Slide 16 - Slide

Si + présent/imparfait + ...
  • Zowel de futur simple als de conditionnel kunnen in een voorwaarde worden gebruikt, met het woordje si.

  • Si + présent + futur simple: waarschijnlijker.
    Si j'ai le temps, je corrigerai vos tests.
  • Si + imparfait + conditionnel: minder waarschijnlijk.
    Si j'étais président, je protègerais mieux la nature.

Slide 17 - Slide

Samengevat:
Futur simple
Conditionnel
Hele ww + -ai, -as, -a, -ons, -ez, -ent
Hele ww + -ais, -ais, -ait, -ions, -iez, -aient
Gebruikt om aan te geven dat iets in de toekomst gebeurt.
Gebruikt bij beleefdheid, een voorwaarde of een veronderstelling.
Si + présent + futur: waarschijnlijke gebeurtenis.
Si + imparfait + conditionnel: onwaarschijnlijke gebeurtenis.

Slide 18 - Slide

Finalement...
  • ...in de Référence staan de regels van Grammaire B en Grammaire C overzichtelijk uitgelegd (p. 4 / pp. 22-23).

  • LET OP: voor Grammaire B moet je alle vervoegingen van werkwoorden op -er te kennen, en voor Grammaire C moet je alle werkwoorden + onregelmatige vormen kennen!

Slide 19 - Slide

Avez-vous des questions?

Slide 20 - Slide

Au travail !
Quoi?
Faire les exercices que je vous ai donné.
Avec qui?
- Premiers 2: ensemble
- Reste: individuellement.
Besoin d'aide?
Bekijk je aantekeningen om het antwoord te vinden.
Temps?

Résultat?
Tu auras pratiqué avec les verbes.
Fini? 
- Faire d'autres exercices.
timer
1:00

Slide 21 - Slide

Programme
  • Objectif: Tu as révisé pour le test.

  • Mini-présentations- ✔
  • Répétition: Grammaire B/C - ✔
  • Pratique - ✔

Slide 22 - Slide

Le prochain cours:
  • Lire & écrire: comment faire?

  • Devoirs:
    - Prépare-toi pour le test.
    - Écris tes questions sur le test. 

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide