This lesson contains 21 slides, with interactive quiz, text slides and 4 videos.
Items in this lesson
Hoofdstuk 3
Paragraaf 5 : De zee klopt op de voordeur
Slide 1 - Slide
De waterstand in Nederland
NAP = Normaal Amsterdams Peil (hoogte van het water)
Slide 2 - Slide
Dijkringen
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Video
In totaal in 6300 km² (18% van Nederland) 'veroverd' op het water.
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Slide
Polder: Een door dijken omgeven stuk land waarin de waterstand kunstmatig kan worden geregeld
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Slide
Zeepolders
Polder die ontstaat langs de kust, door bedijking van kwelders, als deze hoog genoeg zijn aangeslibd.
Slide 9 - Slide
Veenpolders
- Ontstaan uit veenmoerassen.
- Veel sloten om het water af te voeren
Slide 10 - Slide
Droogmakerij
De bekendste en jongste polders zijn droogmakerijen. Letterlijk hebben ze meren of stukken zee droog gemaakt. Eerst werd een dijk aangelegd en later werd het drooggemaakt.
Slide 11 - Slide
Slide 12 - Video
Bescherming
Bescherming tegen de zee -> Duinen en dijken
Gebruik van zand
1. Zandsuppletie / zandmotor
2. Dynamisch kustbeheer -> natuur gaat zijn gang bij gebieden met brede duinenrij.
3. Getijdenlandschap -> eb en vloed bij de Waddenzee
Slide 13 - Slide
Slide 14 - Slide
Slide 15 - Video
Slide 16 - Slide
Slide 17 - Slide
Leerdoelen
Je weet welke soorten polders er zijn en dat er misverstanden bestaan over de veiligheid.
Je begrijpt waarom het overstromingsrisico van Laag-Nederland toeneemt en hoe men daar de kust tegen beschermt.
Je kunt op de kaart van Nederland verschillende polders en kustgedeelten aanwijzen.
Slide 18 - Slide
Maken 3.5 opdracht 4 t/m 6
Slide 19 - Slide
Slide 20 - Video
De Markerwaard was een plan om een groot stuk land droog te leggen, maar dit is uiteindelijk nooit gebeurd. Wat vinden jullie: had de Markerwaard wel of niet aangelegd moeten worden? Leg uit waarom