Duitse Werkwoorden: Tegenwoordige en Verleden Tijd
Leerdoel
Duitse Werkwoorden: Tegenwoordige en Verleden Tijd
Leerdoel
Leerdoelen
Aan het einde van de les kun je het juiste werkwoord in de tegenwoordige tijd invullen. Aan het einde van de les kun je het juiste werkwoord in de verleden tijd invullen. Aan het einde van de les kun je de vervoeging van 'haben', 'sein' en 'werden' in de tegenwoordige tijd toepassen. Aan het einde van de les kun je de vervoeging van 'haben', 'sein' en 'werden' in de verleden tijd toepassen.
Wat weet je al over de vervoeging van Duitse werkwoorden?
Vervoeging van het werkwoord 'sein' in de tegenwoordige tijd
Beschrijving van tegenwoordige tijd. Vervoeging van 'sein' in de tegenwoordige tijd. Oefeningen voor tegenwoordige tijd.
Vervoeging van het werkwoord 'haben' in de tegenwoordige tijd
Beschrijving van tegenwoordige tijd. Vervoeging van 'haben' in de tegenwoordige tijd. Oefeningen voor tegenwoordige tijd.
Vervoeging van het werkwoord 'werden' in de tegenwoordige tijd
Beschrijving van tegenwoordige tijd. Vervoeging van 'werden' in de tegenwoordige tijd. Oefeningen voor tegenwoordige tijd.
Vervoeging van de werkwoorden in de verleden tijd (Präteritum)
Beschrijving van verleden tijd (Präteritum). Vervoeging van 'sein', 'haben' en 'werden' in de verleden tijd. Oefeningen voor verleden tijd.
Toepassing van de juiste werkwoordsvorm in zinnen
Oefeningen waarbij de juiste werkwoordsvorm in zinnen moet worden toegepast. Verschil tussen tegenwoordige tijd en verleden tijd.
Verschil tussen tegenwoordige tijd en verleden tijd
Definitie van tegenwoordige tijd. Definitie van verleden tijd (Präteritum).
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.