Duitse Werkwoorden: Tegenwoordige en Verleden Tijd

Duitse Werkwoorden: Tegenwoordige en Verleden Tijd

Leerdoel

1 / 12
next
Slide 1: Slide
New lesson editorDuitsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Duitse Werkwoorden: Tegenwoordige en Verleden Tijd

Leerdoel

Leerdoelen

Aan het einde van de les kun je het juiste werkwoord in de tegenwoordige tijd invullen. Aan het einde van de les kun je het juiste werkwoord in de verleden tijd invullen. Aan het einde van de les kun je de vervoeging van 'haben', 'sein' en 'werden' in de tegenwoordige tijd toepassen. Aan het einde van de les kun je de vervoeging van 'haben', 'sein' en 'werden' in de verleden tijd toepassen.

Wat weet je al over de vervoeging van Duitse werkwoorden?

Vervoeging van het werkwoord 'sein' in de tegenwoordige tijd

Beschrijving van tegenwoordige tijd. Vervoeging van 'sein' in de tegenwoordige tijd. Oefeningen voor tegenwoordige tijd.

Vervoeging van het werkwoord 'haben' in de tegenwoordige tijd

Beschrijving van tegenwoordige tijd. Vervoeging van 'haben' in de tegenwoordige tijd. Oefeningen voor tegenwoordige tijd.

Vervoeging van het werkwoord 'werden' in de tegenwoordige tijd

Beschrijving van tegenwoordige tijd. Vervoeging van 'werden' in de tegenwoordige tijd. Oefeningen voor tegenwoordige tijd.

Vervoeging van de werkwoorden in de verleden tijd (Präteritum)

Beschrijving van verleden tijd (Präteritum). Vervoeging van 'sein', 'haben' en 'werden' in de verleden tijd. Oefeningen voor verleden tijd.

Toepassing van de juiste werkwoordsvorm in zinnen

Oefeningen waarbij de juiste werkwoordsvorm in zinnen moet worden toegepast. Verschil tussen tegenwoordige tijd en verleden tijd.

Verschil tussen tegenwoordige tijd en verleden tijd

Definitie van tegenwoordige tijd. Definitie van verleden tijd (Präteritum).

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.