M3 les 5.4 Artikel

DOEL

- je kunt een artikel schrijven
- je weet wat de conventies zijn
-je weet wat congruentie is
1 / 30
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

DOEL

- je kunt een artikel schrijven
- je weet wat de conventies zijn
-je weet wat congruentie is

Slide 1 - Slide

Wat weet jij al over het schrijven van een artikel ( doel, soort, opbouw) ?

Slide 2 - Mind map

Wat schrijf je in de inleiding?

Slide 3 - Mind map

Wat schrijf je in de kern?

Slide 4 - Mind map

In het slot schrijf je...
A
samenvatting
B
conclusie
C
advies of waarschuwing
D
toekomstverwachting

Slide 5 - Quiz

voorbeeld van een schrijfopdracht
Aan het einde van het schooljaar deelt de mentor de rapporten uit. Volgens hem zijn sommige rapporten niet goed, doordat leerlingen meer tijd aan hun bijbaantje besteden dan aan schoolwerk. In de klas ontstaat een discussie over bijbaantjes. Veel leerlingen hebben een bijbaantje en onderstrepen het belang ervan: het geld dat ermee verdiend wordt, heeft men hard nodig om bijvoorbeeld snacks te kopen. Volgens een klasgenoot is een bijbaan belangrijk, omdat er bewezen is dat je later beter met geld kunt omgaan, wanneer je als scholier een bijbaantje hebt.

 

Toch zijn er ook kritische geluiden. Iemand zegt dat zijn schoolwerk inderdaad lijdt onder zijn bijbaantje. Als hij moet kiezen tussen extra werken of leren voor een toets, besluit hij meestal te gaan werken. Sommige leerlingen twijfelen eraan of je wel echt beter met geld leert omgaan: het verdiende geld wordt zo makkelijk uitgegeven.


Slide 6 - Slide

voorbeeld van een schrijfopdracht
Je besluit een artikel voor de schoolkrant te schrijven over de vraag of bijbaantjes wel of niet nuttig zijn. Gebruik de gegevens van de tekst hierboven. Informatie die niet in de opdracht staat, bedenk je zelf. Besteed in je artikel aandacht aan de volgende onderwerpen:


• de aanleiding voor het artikel: de discussie in de les;
• de inhoud van de discussie;
• een beschrijving van de situatie in jouw klas: geef aan hoeveel leerlingen een bijbaantje hebben en noem minimaal drie voorbeelden van het soort werk;
• geef aan of je zelf een bijbaantje hebt en leg uit waarom wel of niet;
• jouw mening over de vraag of bijbaantjes nuttig zijn of niet;
• twee argumenten voor deze mening;
• een advies aan klasgenoten: wat kunnen ze doen om ervoor te zorgen dat hun schoolwerk niet onder een bijbaantje lijdt?
Maak er een samenhangend geheel van en zet er een passende titel boven.
Vermeld je naam en de klas waarin jij zit onder het artikel.

Slide 7 - Slide

'de aanleiding voor het artikel'
schrijf je in...
A
de inleiding
B
de kern
C
het slot

Slide 8 - Quiz

'de inhoud van de discussie'
schrijf je in....
A
de inleiding
B
de kern
C
het slot

Slide 9 - Quiz

'advies aan klasgenoten'
hoort in...
A
de inleiding
B
de kern
C
het slot

Slide 10 - Quiz

Boven je artikel schrijf je altijd een......

Slide 11 - Open question

CONGRUENTIE

Onderwerp en persoonsvorm moeten gelijk zijn in getal.

Dus als het onderwerp enkelvoudig is, moet de persoonsvorm ook enkelvoudig zijn. 

En als het onderwerp meervoudig is, moet de persoonsvorm ook meervoudig zijn. 


Gelijkheid in getal noemen we congruentie.

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Wat is congruentie?
A
De pv en het ow mogen afwijken van elkaar
B
ow en pv mogen niet afwijken van elkaar

Slide 14 - Quiz

Is hier sprake van congruentie of incongruentie:

Een aantal mensen komt altijd te laat.
A
congruentie
B
incongruentie

Slide 15 - Quiz

Is hier sprake van congruentie of incongruentie:

Een groot aantal mensen zijn naar de bijeenkomst gekomen.
A
congruentie
B
incongruentie

Slide 16 - Quiz

Is hier sprake van congruentie of incongruentie?
Tachtig procent van de eindexamenleerlingen is geslaagd.
A
Congruentie
B
Incongruentie

Slide 17 - Quiz

Welke fout? Op het platteland wordt echt heel veel drugs gebuikt.
A
pleonasme
B
foutieve samentrekking
C
dat/als-constructie
D
congruentie

Slide 18 - Quiz

Is hier sprake van congruentie of incongruentie: Bijna tachtig procent van de Nederlanders noemt zich gelukkig.
A
Congruentie
B
Incongruentie

Slide 19 - Quiz

Is hier sprake van congruentie of incongruentie: Het blijkt dat de jeugd in ons land tamelijk veel alcohol drinken.
A
Congruentie
B
Incongruentie

Slide 20 - Quiz

Is hier sprake van congruentie of incongruentie? Wist jij dat deze groep rebellen in Congo voor vele misdaden tegen de menselijkheid verantwoordelijk zijn?
A
Congruentie
B
Incongruentie

Slide 21 - Quiz

lastige gevallen
45% van de leerlingen vindt wiskunde een moeilijk vak
De media schrijven over het Coronavirus 
een aantal leerlingen kwam te laat in de les
er loopt nu een groep mensen door de straat 
één van de mensen die hier werken, heeft fraude gepleegd
één of meer leerlingen hebben een grapje met mij uitgehaald!

Slide 22 - Slide

Maak taak 17 A t/m D

Slide 23 - Slide

Taak
  • Je maakt van 5.4 de volgende opdrachten: 1, 2, 3 en
         6, 7, 8
  • Als je klaar bent mag je beginnen met de formatieve toets

Slide 24 - Slide

formatieve toets 5.4
  • lees de schrijftaak op blz 207
  • verdeel de onderwerpen voor je inleiding, kern en slot
  • schrijf je artikel en lever het via it's learning in 

Slide 25 - Slide

Inhoud aftrek -1 per onderdeel (6 punten)
  • de aanleiding voor het artikel: de discussie in de les;
  • de inhoud van de discussie; 
  • drie oplossingen die door klasgenoten genoemd zijn;
  • jouw mening over wat de beste oplossing is;
  • twee argumenten voor deze mening
  • een oproep aan alle leerlingen van de school om mee te werken aan de oplossing en zo de aula weer netjes te maken


Slide 26 - Slide

taalgebruik (4 punten)
1 of 2 formuleringsfouten           -1
3 of 4 formuleringsfouten          -2
5 of meer formuleringsfouten  -3
1 of 2 spelfouten                              -1
3 of meer spelfouten                      -2
2 of meer interpunctiefouten     -1

Slide 27 - Slide

presentatie/conventies (3 punten)
Samenhang
Logische volgorde
Alinea-indeling
Verzorgde indruk
Passende titel
Naam
Klas 

Slide 28 - Slide

Wat heb jij geleerd van deze les?

Slide 29 - Open question

Aan de klanten wordtworden verteld dat de winkel gaat sluiten.

Slide 30 - Slide