§2.5 massa bij chemische reacties (3V)


  • Korte bespreking §2.5
  • Zelfstandig werken
Wat gaan we doen vandaag?
1 / 24
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson


  • Korte bespreking §2.5
  • Zelfstandig werken
Wat gaan we doen vandaag?

Slide 1 - Slide

Na deze paragraaf kun je de volgende begrippen uitleggen en in de juiste context gebruiken:

    • de wet van massabehoud.
    • vaste volumeverhouding bij gassen.
    • vaste massaverhouding.
    • overmaat en ondermaat.

    En....je leert rekenen met de vaste massaverhouding.
    Wat weet je na deze paragraaf

    Slide 2 - Slide

    Filtreren
    Adsorberen
    Indampen
    Destilleren
    Extraheren

    Slide 3 - Drag question

    Sleep de fase en faseovergang naar de juiste plek.
    Ik kan benoemen in welke drie fasen een stof kan voorkomen.
    1
    Smelten
    Stollen
    Condenseren
    Sublimeren
    Rijpen
    Verdampen
    gas
    vloeistof
    vaste stof

    Slide 4 - Drag question

    --->
    +
    1 auto             ---->       1 casco                 +     4 wielen
     
    massa 1 auto: 1200 kg                   
    massa 1 wiel:  25 kg

    Slide 5 - Slide

    --->
    +
    1 auto                   ---->              1 casco.                  +     4 wielen
     
    Wat is de massa van de casco?
    massa 1 auto: 1200 kg                   
    massa 1 wiel: 25 kg

    Slide 6 - Slide

    --->
    +
    1 auto                   ---->              1 casco                  +     4 wielen
     
    Wat is de massa van het casco?
    massa 1 auto: 1200 kg                     ? kg                   massa 1 wiel:  25 kg
                                                                                     massa 4 wielen: 100 kg

    Slide 7 - Slide

    --->
    +
    1 auto                   ---->              1 casco                 +     4 wielen
     
    Wat is de massa van het casco?
    1200-(4*25)=1100 kg
    Hier pas je de wet van massabehoud toe.
    massa 1 auto: 1200 kg                     ? kg                   massa 1 wiel:  25 kg
                                                                                     massa 4 wielen: 100 kg

    Slide 8 - Slide

    Wet van behoud van massa
    • Vastgesteld door mr. Lavoisier, ook wel de wet van Lavoisier genoemd.
    • Er kan geen massa verloren gaan.
    • Geldt ook bij chemische reacties: de stoffen (moleculen) veranderen tijdens de reactie, de massa niet!

    Slide 9 - Slide

    --->
    +
    1 auto        ---->       1 casco      +     4 wielen
     
    massaverhouding auto : wielen
                                        1200 : 100
                                             12 : 1
    massa 1 auto: 1200 kg                                        massa 1 wiel:  25 kg
                                                                                     massa 4 wielen: 100 kg

    Slide 10 - Slide

    Deze afbeelding geeft klopt volgens de wet van behoud van massa.
    A
    waar
    B
    niet waar

    Slide 11 - Quiz

    De wet van behoud van massa luidt:
    A
    voor en na de reactiepijl staan evenveel stoffen
    B
    Stoffen kunnen verdwijnen
    C
    de massa van de stoffen aan het begin van de reactie is even groot als de massa na de reactie
    D
    De massa voor de pijl van een rv is niet gelijk aan de massa na de pijl

    Slide 12 - Quiz

    Massa- en volumeverhouding
    • In een chemische reactie reageren stoffen altijd in een vaste massaverhouding
    • Hiermee kun je berekeningen uitvoeren.

    • Bij gassen geldt ook dat de gassen reageren in vaste volumeverhouding.
    • Zo ontstaat bij elektrolyse van water altijd waterstof en zuurstof in de volumeverhouding 2:1

    Slide 13 - Slide

    Vast natrium en chloorgas reageren tot vast natriumchloride. Natrium en chloor reageren in een massaverhouding 1,0 : 1,5.

    Bereken hoeveel gram natriumchloride je maximaal kunt maken met 14,0 g chloor.

    Slide 14 - Open question

    Voorbeeld
    Natrium (s) + chloor (g) -> natriumchloride (s)
    1,0                    : 1,5                  : 2,5 (massabehoud)
                                14,0 g           : ?

    Maak een verhoudingstabel.
    14,0 * 2,5 / 1,5 = 23,3 g natriumchloride

    Slide 15 - Slide

    Wet van behoud van massa
    Massa vóór de reactie = massa de reactie


    9 gram aluminium + 8 g zuurstof            17 gram aluminium oxide

    Totale massa links van de pijl = Totale massa rechts van de pijl
    Reacties hebben een vaste massaverhouding

    Slide 16 - Slide

    Overmaat en Ondermaat

    Slide 17 - Slide

    Overmaat en Ondermaat
    in overmaat = stof die na reactie overblijft
    in ondermaat = stof die als eerste opraakt

    De stof in ondermaat bepaalt hoeveel reactieproducten er kunnen ontstaan.

    Slide 18 - Slide

    Wat betekent overmaat?
    A
    Een tekort van een stof voor een volledige reactie.
    B
    Dat je na de reactie van een beginstof nog wat over hebt.
    C
    Dat je na de reactie geen beginstoffen meer over hebt.

    Slide 19 - Quiz

    Als in een reactiemengsel een stof in overmaat is dan
    A
    is er van die stof het meeste aanwezig
    B
    is er van die stof het minste aanwezig
    C
    is het reactievat te groot
    D
    is er van die stof meer aanwezig dan nodig

    Slide 20 - Quiz

    Volgens de wet van massabehoud is de totale massa van de beginstoffen gelijk aan de totale massa van de reactieproducten. De wet van massabehoud geldt voor alle reacties.

    Bij een reactie reageren de beginstoffen in een vaste massaverhouding en ontstaan de reactieproducten in een vaste massaverhouding.

    Bij een overmaat is er van één beginstof meer aanwezig dan nodig is voor de reactie. Bij een ondermaat is er te weinig van een beginstof aanwezig.

    Gassen reageren met elkaar in een vaste volumeverhouding.
    Samengevat

    Slide 21 - Slide

    Voor iedereen
    Opgave 33, 35, 36, 41, 42, 43, 45

    Was dat moeilijk? Maak dan ook nog deze:
    Opgave 34, 38 (en 37, 40)

    Was dat makkelijk? Maak dan ook nog deze:
    Opgave 39, 44

    Aan het werk

    Slide 22 - Slide

    Hoe goed begrijp je nu de stof over
    mengen of reageren?
    😒🙁😐🙂😃

    Slide 23 - Poll

    Stel 1 vraag over een onderdeel dat je niet helemaal hebt begrepen.

    Slide 24 - Open question