Portfolioassesment NT2

Taalontwikkelend lesgeven 1: Taal en zorg & NT2
Lesontwerp Emma Bosch
1 / 11
next
Slide 1: Slide
NederlandsISK

This lesson contains 11 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Taalontwikkelend lesgeven 1: Taal en zorg & NT2
Lesontwerp Emma Bosch

Slide 1 - Slide

Adjectief, comparatief, superlatief
Thema: Boodschappen doen en eten
ERK-niveau: A1
Leeftijd: Volwassen NT2-cursisten
Lesdoel: Aan het einde van de les kunnen de cursisten producten vergelijken met de trappen van vergelijking (groot, klein, duur, goedkoop).

Slide 2 - Slide

Trappen van vergelijking






Grammatica - ERK-niveau A1

Slide 3 - Slide

Vooruitkijken en Voorkennis activeren  - Koelkast
- Wat zie je in de koelkast?
- Welke producten ken je?
-Welke producten koop jij vaak?

Slide 4 - Slide

Vooruitkijken en Voorkennis activeren - Fruit & groenten
- Welk fruit is groot?
- Welke groente is klein?

- Welk fruit is kleiner?
- Welke groente is het grootst?

Slide 5 - Slide

Uitvoeren - Uitleg grammatica
Stellende trap
Vergrotende trap
Overtreffende trap
groot
groter
grootst
klein
kleiner
kleinst

Slide 6 - Slide

Uitvoeren - Samen oefenen
- Welk drinken is het grootst?
-Welk drinken is kleiner?
- Welk drinken is het kleinst? 

Slide 7 - Slide

Uitvoeren - Reclamefolder bekijken
Welk in tweetallen.
Maak samen vier zinnen. 

- Welk product is het goedkoopst?
- Welk product is duurder?
- Welk product is het grootst?
- Welk product is kleiner?

Slide 8 - Slide

Uitvoeren - Invulopdracht
1. De tomaat is _____ dan de komkommer.
2. De watermeloen is het ______ fruit.
3. Het wc-papier is _____ dan de zonnebrand. 
4. De fles cola is ______ dan het pak melk.
5. Het zakje thee is het _______.
6. Het ijs is ______ dan de cola.


Slide 9 - Slide

Terugkijken - Controle
Welke zinnen kun je hiermee maken?

Slide 10 - Slide

Terugkijken - Afsluiting
Kun jij nu een zin maken met...
- Grootst
- Kleiner
- Duur
- Goedkoopst

Heb jij je lesdoel bereikt?
Lesdoel: Aan het einde van de les kunnen de cursisten producten vergelijken met de trappen van vergelijking (groot, klein, duur, goedkoop).

Slide 11 - Slide