hfst 4 Bouwen in de stad


Antwoorden 

Thema: De Stad

H4 - Bouwen in de stad
1 / 16
next
Slide 1: Slide
TekenenMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

This lesson contains 16 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson


Antwoorden 

Thema: De Stad

H4 - Bouwen in de stad

Slide 1 - Slide

4. Bouwen in de stad
 
Lees de tekst Antieke en postmoderne bouwkunst. 

36. Bekijk afbeelding 1.35. 
⇨ De tempel maakt een statische indruk.
Geef twee kenmerken van de ordening die voor deze indruk zorgen. 

- Het gebouw is symmetrisch. 
- Het gebouw heeft veel horizontale en
verticale beeldlijnen, weinig schuine en
kromme lijnen. 

Slide 2 - Slide

37. Bekijk afbeelding 1.35 en 1.36.
Sommige elementen van het Team Disney Building lijken op die van de tempel van Agrigento.
Noem twee overeenkomende elementen

Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: 
- Timpaan (driehoeksvorm). 
- Zuilen. 
- Kapitelen. 
- Kleur. 
- Benadrukking van horizontale en
verticale lijnen. 

Slide 3 - Slide

Lees de tekst Museum aan de Stroom, Antwerpen. 

38. Bekijk afbeelding 1.37.
De schets geeft het MAS weer vanuit een laag standpunt.
⇨ Waaraan zie je dat het MAS is getekend vanuit een laag standpunt? 

Voorbeelden van een juist antwoord zijn: 
- Je kijkt tegen de onderkant van de verdiepingen aan. 
- De verdwijnende verticale lijnen van de gevels lopen 
naar elkaar toe naarmate je hoger komt.

Slide 4 - Slide

39. Bekijk afbeelding 1.37.
⇨ Waaraan kun je zien dat het om een schets gaat en niet om een definitieve tekening? 

Voorbeelden van een juist antwoord zijn: 
- Er is geen liniaal gebruikt, maar er is uit de losse hand getekend met onregelmatige
lijndiktes. 
- De tekening is globaal opgezet, waarbij de lijnstukken op het einde doorlopen. 
- De tekening heeft vage kleurvlekken en is snel met waterverf ingekleurd. 
- De vegetatie is gestileerd weergegeven.  


Slide 5 - Slide

40. ⇨ Noem een reden waarom architecten eerst schetsen maken en niet meteen een definitieve bouwtekening maken.

Voorbeelden van een juist antwoord zijn: 
- Om zo een (3D-)beeld te krijgen van het eindresultaat. 
- Om de definitieve ontwerpkeuzes vast te stellen. 
- Om als leidraad te dienen voor het uitvoeren van het ontwerp. 
- Om bij een presentatie voor de opdrachtgever(s) te tonen. 
- Om de sfeer van het uiteindelijke gebouw op voorhand te kunnen laten zien. 


Slide 6 - Slide

41. Bekijk afbeelding 1.38.
Maquettes geven een betere indruk van een gebouw dan tekeningen.
⇨ Noem twee doelen die je met een maquette beter kunt bereiken dan met een tekening. 

Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:
  1. - Tonen hoe ruimtelijk een ruimte of gebouw is (dus niet alleen lengte en breedte tonen, maar ook de hoogte. Dat is een belangrijke factor in hoe ruimtelijk een plek aanvoelt). 
  2. - De toekomstige gebruiker of de investeerders een beeld te geven van hoe ruimtes zich ten opzichte van elkaar verhouden.


Slide 7 - Slide

Lees de tekst “Een woning is een machine”. 

42. Bekijk afbeelding 1.39.
⇨ Waar bevindt zich het verdwijnpunt op de afbeelding? 
Beschrijf wat vluchtlijnen zijn. 

Het verdwijnpunt zie je op de afbeelding linksonder van het midden: het is het punt op de horizon waar de kade, het talud, de weg en de lijn van de gebouwen samenkomen. 
Vluchtlijnen zijn hulplijnen die je kunt gebruiken om iets in perspectief te tekenen en die je helpen om verhoudingen goed te krijgen. Vluchtlijnen zijn diagonale lijnen die van de buitenste ring van het tekenvel naar het gekozen punt van samenkomst (verdwijnpunt) lopen.
 


Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

43. Bekijk afbeelding 1.40.
⇨ Wat is de overheersende lijnrichting in dit gebouw? 

Horizontale lijnen overheersen. 


Slide 10 - Slide

44. Bekijk afbeelding 1.40.
De balkonmuren hebben verschillende kleuren. 
⇨ Leg het begrip dynamisch uit aan de hand van het kleurgebruik. 

Een voorbeeld van een goed antwoord is: 
Dynamisch betekent beweeglijk. 
De kleurcontrasten en ritmische herhalingen van kleur zorgen voor bewegelijkheid in het gebouw. 



Slide 11 - Slide

45. Bekijk afbeelding 1.35 en 1.41.
De twee gebouwen hebben veel overeenkomsten. ⇨ Noem twee voorbeelden van het aspect compositie waarin de gebouwen overeenkomen. 

Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: 
- Beide gebouwen zijn symmetrisch. 
- Beide gebouwen hebben kolommen rondom. 
- Beide gebouwen hebben horizontale beeldlijnen. 



Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

46. Bekijk afbeelding 1.40 en 1.41.
Le Corbusier heeft vijf uitgangspunten voor moderne architectuur. Een daarvan is dat de kern van het gebouw op kolommen, vrij van de grond moet staan. 
⇨ Bedenk een voordeel en een nadeel van gebouwen die vrij van de grond op kolommen staan. 

Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:
Voordeel: 
- Meer gebruikswaarde per vierkante meter (dus de dure bouwgrond kan effectiever gebruikt worden).
- Overdekte ruimte voor auto’s, fietsen, etc. 
- Schaduw bij hoge temperaturen. 
- Meer uitzicht vanaf de hoger gelegen ruimtes.

Nadeel: 
- Vocht (schimmel) onder de woonlaag. 
- Het gebouw is alleen bereikbaar via een trap of lift, dat is minder handig dan rechtstreekse toegang. 
- Er is een loze ruimte. 
- De open ruimte kan erg winderig zijn. 
- De bouwkosten zijn hoger door deze eis.





Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

47. Bekijk afbeelding 1.40 en 1.42.
De twee gebouwen hebben veel overeenkomsten.
Noem twee aspecten van de vormgeving waarin de gebouwen overeenkomen. En leg uit waar je dit ziet op de afbeelding. 
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn: 
- Lijn: horizontale lijnrichting. Dat zie je goed in de raampartijen. 
- Lijn/vorm: veel hoekige vormen en amper gebogen lijnen/vormen. Dat zie je goed in de ramen en balkons. 
- Structuur: open structuur van de begane grond. 

Op afbeelding 1.40 is dat omdat er geen woningen zijn, op afbeelding 1.42 is dat de langste verdieping en die is helemaal van glas. 
- Compositie/ordening: beide gebouwen lijken op kolommen te staan. Zie hierboven.





Slide 16 - Slide