POPULATIE · GENETISCHE VARIATIE
Quiz
Terugblik: Populaties en genetische variatie
POPULATIE · GENETISCHE VARIATIE
Quiz
Terugblik: Populaties en genetische variatie
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Rasheedhrasheed / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Vlinders hebben in dal A vaak donkere vleugels en in dal B zelden. Wat zie je?
De allelfrequentie is zeker overal gelijk
De vlinders zijn twee verschillende soorten
Het is een emergente eigenschap van één vlinder
De fenotypefrequentie verschilt in de ruimte
Het aandeel donkere vlinders verschilt tussen de dalen: een fenotypefrequentie die in de ruimte verschilt. Verwachte fout: twee soorten kiezen; dat kun je hieruit niet afleiden.
Vul in
In een populatie leven individuen van één soort in hetzelfde gebied, met onderlinge voortplanting.
Populatie en gebied. Verwachte fout: genenpool invullen; de genenpool is alle allelen van de populatie, niet de groep zelf.
Wat is de allelfrequentie van allel A in een populatie?
Het aandeel van allel A in de genenpool
Het aandeel individuen met genotype AA
Het aantal individuen met allel A
Het aandeel individuen met fenotype A
De allelfrequentie gaat over allelen in de genenpool, niet over individuen. Verwachte fout: de genotypefrequentie van AA kiezen.
Een populatie heeft 0,40 AA, 0,40 Aa, 0,20 aa. Is dit Hardy-Weinberg-evenwicht?
Ja: de frequenties tellen op tot 1
Ja: AA en Aa zijn even groot
Nee: bij p = 0,6 verwacht je 0,36 AA
Nee: aa moet gelijk zijn aan 0,25
p = 0,40 + 0,20 = 0,60 en q = 0,40. Verwacht in evenwicht: AA 0,36, Aa 0,48 en aa 0,16. De waargenomen waarden wijken af. Verwachte fout: ja kiezen omdat de som 1 is; dat geldt voor elke verdeling.
Twee even grote populaties mengen door gene flow. A was 0,2 en 0,8. Wat wordt A?
0,4
0,6
0,5
1,0
Bij even grote populaties is de nieuwe frequentie het gemiddelde: (0,2 + 0,8) : 2 = 0,5. Controle: een gewogen gemiddelde ligt tussen 0,2 en 0,8. Verwachte fout: 1,0 kiezen door op te tellen.
Welke uitspraak over genetic drift klopt?
Toevallige verandering, vooral in kleine populaties
Verandering door toeval, vooral in grote populaties
Verandering door allelen uit andere populaties
Verandering doordat nadelige allelen verdwijnen
Drift is een toevalsproces dat het sterkst werkt in kleine populaties. Verwachte fout: allelen uit andere populaties noemen; dat is gene flow.
Bij willekeurige paring is q = 0,3. Welk deel heeft het dominante fenotype?
0,09
0,42
0,70
0,91
q² = 0,09 is aa. Het dominante fenotype is AA en Aa: 1 - 0,09 = 0,91. Controle: p = 0,7, p² = 0,49 en 2pq = 0,42, samen 0,91. Verwachte fout: 0,09 (alleen aa), 0,42 (alleen Aa) of 0,70 (p).
Zet van klein naar groot
Een genotype bestaat uit twee allelen, een populatie uit individuen met een genotype, en een soort uit meerdere populaties. Verwachte fout: populatie en soort verwisselen.
Waarom verandert een mutatie de allelfrequentie maar langzaam?
Mutaties verdwijnen na één generatie weer
Een nieuwe mutatie komt zelden voor
Mutaties veranderen alleen het fenotype
Mutaties komen alleen in grote populaties voor
Een mutatie is zeldzaam, dus de allelfrequentie verandert er per generatie weinig door. Verwachte fout: denken dat mutaties alleen het fenotype veranderen; ze veranderen het DNA.
Welk begrip past bij populaties die genetisch steeds meer op elkaar gaan lijken?
Convergentie
Divergentie
Stichtereffect
Flessenhalseffect
Door gene flow gaan populaties genetisch meer op elkaar lijken: convergentie. Verwachte fout: divergentie kiezen, het omgekeerde.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
POPULATIE · GENETISCHE VARIATIE
Goed gedaan!
Goed gedaan. Je kunt nu uitleggen hoe de variatie in een populatie verandert door mutatie, genetic drift, gene flow, isolatie, het flessenhalseffect en het stichtereffect, en met de regel van Hardy-Weinberg frequenties berekenen.
This item has no instructions