WEBB H45 Overige kengetallen les 2

H45  Overige kengetallen 
1 / 18
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

H45  Overige kengetallen 

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • Rentabiliteit van het eigen vermogen REV
  • Je kunt de REV berekenen en beoordelen

Slide 2 - Slide

Rentabiliteit 
Het rendement dat een onderneming behaalt

  • Is de verhouding tussen een inkomen en het vermogen dat dit inkomen heeft verdiend.

Kunnen we bepalen voor:
  • Het eigen vermogen
  • Het vreemd vermogen
  • Het totaal vermogen (= eigen + vreemd)

Slide 3 - Slide

BV en NV
  • Hebben rechtspersoonlijkheid
  • De aandeelhouders zijn dus de eigenaren die de winst deels krijgen als dividenduitkering
  • Van de winst die overblijft zijn interestkosten al afgehaald
  • De interestkosten zijn het inkomen voor de schuldeisers.
  • Zowel verschaffers vreemd vermogen als verschaffers eigen vermogen verdienen dus aan het bedrijf

Slide 4 - Slide

Rentabiliteit eigen vermogen
REV = rentabiliteit van eigenvermogen= som van opbrengst uit het eigen vermogen 

    Opbrengst eigenvermogen = nettowinst na belasting


Slide 5 - Slide

REV
.



Aandachtspunten bij opgaven: 
  • Let op verschil met RTV: bij REV nettowinst i.p.v. resultaat voor belasting

Slide 6 - Slide


1. Gem. eigen vermogen
2. REV
timer
3:00

Slide 7 - Open question

Rentabiliteit totale vermogen
RTV = economische rentabiliteit = som van opbrengst uit het eigen vermogen én vreemd vermogen

     EV = nettowinst voor belasting
VV = interest                                            
 = Inkomen van het totale vermogen 

Slide 8 - Slide

RTV
RTV = Resultaat gewone bedrijfsuitoefening* + interest ** x 100%
                                                        Gemiddeld totaal vermogen***



* Resultaat gewone bedrijfsuitoefening = nettowinst voor belasting

** en eventuele kredietkosten

*** Gemiddelde wordt berekend over een jaar met behulp van begin-  en eindbalans of alleen eindbalans (nettowinst dan delen door 2)

Slide 9 - Slide


1. Gem. totaal vermogen
2. RTV
timer
3:00

Slide 10 - Open question

Wat valt op? 
In dit voorbeeld is het rendement van het eigen vermogen een stuk hoger dan het rendement van het totale vermogen


Wat kun je hier uit opmaken?

Het rendement van het vreemde vermogen is blijkbaar kleiner dan 12%

Afhankelijk van de verhouding tussen VV en EV is het veel kleiner of bijna evenveel als 12%

Slide 11 - Slide

Rendement van het vreemd vermogen
Dit noemen we niet RVV maar IVV: interest van het vreemd vermogen

Slide 12 - Slide


1. Gem. vreemd vermogen
2. IVV
timer
3:00

Slide 13 - Open question

Antwoord
Vreemd vermogen 1 jan; 160 + 100 = 260.000
Vreemd vermogen 31 dec; 140+100= 240.000
Dus gemiddeld € 250.000 vreemd vermogen

Kosten vreemd vermogen; € 6.000
(6.000/ 250.000) x 100% = 2,4% 


Het vreemd vermogen kost dus veel minder dan het eigen vermogen!

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

RTV
  • Berekenen we over het resultaat gewone bedrijfsuitoefening (tenzij anders vermeld) dus nettowinst voordat de vennootschapsbelasting eraf is gehaald.
  • Interest wordt altijd voor belasting berekend, want zijn onderdeel van de bedrijfskosten
  • Om geen vertekend beeld te geven van de verhouding EV en VV gebruiken we Nettowinst voor belasting


Slide 16 - Slide

Rentabiliteit

Slide 17 - Slide

Aan de slag!
Opgave 45.3, 45.4 & 45.5 a+b

Slide 18 - Slide