Aspecten van de vormgeving V2

Aspecten van de vormgeving
Een van de onderdelen waaruit een beeldend kunstwerk is opgebouwd, noemt je een beeldaspect. 
Een beeldaspect is eigenlijk een "beeldende truc" die een kunstenaar toepast om in zijn opzet te slagen. 
De belangrijkste beeldaspecten zijn: VLORK
Vorm, licht, Ordening (compositie), ruimte, kleur,
lijn/vlak, structuur/textuur.


1 / 50
next
Slide 1: Slide
Beeldende vormingMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1-6

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Aspecten van de vormgeving
Een van de onderdelen waaruit een beeldend kunstwerk is opgebouwd, noemt je een beeldaspect. 
Een beeldaspect is eigenlijk een "beeldende truc" die een kunstenaar toepast om in zijn opzet te slagen. 
De belangrijkste beeldaspecten zijn: VLORK
Vorm, licht, Ordening (compositie), ruimte, kleur,
lijn/vlak, structuur/textuur.


Slide 1 - Slide

Vorm
  • Geometrisch (vierkant, cirkel, driehoek, rechthoek)
  • Organisch (grillig van vorm, alsof het gegroeid is)
  • Open of gesloten
  • Ruimte innemend of ruimte veroverend
  • statisch of dynamisch
  • Symmetrisch of asymmetrisch
  • Gestileerd, gedeformeerd, geabstraheerd.


Slide 2 - Slide



Geometrisch


Organisch
3D Vorm

Slide 3 - Slide



Open


Gesloten
3D Vorm

Slide 4 - Slide



Ruimte veroverend


Ruimte innemend
3D Vorm

Slide 5 - Slide



Symmetrisch


A-symmetrisch
3D Vorm

Slide 6 - Slide



Statisch


Dynamisch
3D Vorm

Slide 7 - Slide



Gestileerd


Gedeformeerd
3D Vorm
Gestileerd
(vereenvoudigd)
Geabstraheerd
(abstracter gemaakt)
Gedeformeerd
(uit elkaar gehaald en op een niet-natuurlijke manier aan elkaar gezet)

Slide 8 - Slide

Licht 
Licht schept sfeer.
Het kan een voorstelling bijvoorbeeld gezellig, intiem, spannend of geheimzinnig maken.
Licht maakt vormen duidelijk.
Door de belichting kan je de aandacht op iets richten.

LICHT EN SCHADUW
Licht veroorzaakt schaduw. Door goed te kijken naar de schaduw, kun je zien waar het licht vandaan komt. Bij meer lichtbronnen zie je dus ook meer schaduw.



Slide 9 - Slide

Eigen schaduw
op het onderwerp zelf
Slagschaduw
op de omgeving van het onderwerp
Soort schaduw

Slide 10 - Slide

Meelicht, tegenlicht, zijlicht, strijklicht
Waar komt het licht vandaan?
Lichtrichting

Slide 11 - Slide

doorvallend licht
glimlicht
Bijzonder licht

Slide 12 - Slide

Clair obscur

= Sterk licht-donker contrast (dramatisch effect)
Clair obscur

Slide 13 - Slide

Ordening (Compositie)
Compositie gaat over de manier waarop jouw tekening op het blad is geplaatst.
De belangrijkste, kleurigste, grootste vormen in een bepaalde richting.
We noemen dat de ordening van het geheel.
De richting of vorm die in een bepaalde compositie overheerst.

Slide 14 - Slide

Driehoekscompositie
Horizontale Compositie
Verticale Compositie
Diagonale Compositie
Overall Compositie
Doorlopende Compositie
Symmetrische Compositie
A symmetrische Compositie
Statische Compositie
Dynamische Compositie

Slide 15 - Drag question

Ruimte

Slide 16 - Slide

driemimensionaal
ruimtelijk

Slide 17 - Slide

Perspectief

Slide 18 - Slide

lijnperspectief
  • eenpuntsperspectief
  • tweepuntsperspectief
  • driepuntsperspectief

verdwijnpunt

Slide 19 - Slide

tweepuntsperspectief
driepuntsperspectief

Slide 20 - Slide

Standpunt
  • Ooghoogte
  • Vogelperspectief
  • kikkerperspectief

Slide 21 - Slide

vogelperspectief
hoog standpunt
kikkerperspectief
laag standpunt

Slide 22 - Slide

Atmosferisch perspectief
Voorgrond heldere kleuren, achtergrond vergrijsde kleuren
- vervaging
kleurperspectief
Voorgrond warme kleuren, achtergrond koude kleuren

Slide 23 - Slide

Ruimte suggestie

Slide 24 - Slide

Afsnijding, overlapping en verkleining
Coulissewerking

Slide 25 - Slide

plans
scherptediepte

Slide 26 - Slide

plasticiteit / plastisch
plat

Slide 27 - Slide

omklapping
stapeling

Slide 28 - Slide

Repoussoir
Verkorting

Slide 29 - Slide

Pak een Tekenbak.
Maak foto's met: 1 punt- en 2 puntsperspectief, vogel-, kikkerperspectief en ooghoogte.
Pak er andere voorwerpen bij en maak foto's van : afsnijding, overlapping, verkleining, coulissewerking, repoussoir en verkorting.

Slide 30 - Open question

Slide 31 - Slide

Omklapping
Verkleining
Repoussoir
Stapeling
Coulissewerking

Slide 32 - Drag question

Kleur

Slide 33 - Slide

Wat is kleur?
Kleur heeft een aantal eigenschappen: Toon: Soort. bijvoorbeeld rood. 
Helderheid: mate waarin het licht weerkaatst wordt.
Verzadiging: Hoeveelheid pigment in een kleur.


Vincent van Gogh, Caféterras bij nacht,1888, olieverf op doek

Slide 34 - Slide

Primaire, secundaire, tertiaire kleuren

Slide 35 - Slide

onverzadigd (+ zwart = verdonkeren), verzadigde/zuivere kleuren, onverzadigd (+ wit = verhelderen)

Slide 36 - Slide

kleurcontrasten

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Link

Complementair contrast
Deze kleuren versterken elkaar, ze staan recht tegenover elkaar in de kleurencirkel.

de complementaire contrasten zijn: 
paars-geel 
rood-groen
blauw-oranje

Slide 39 - Slide

Kleur tegen kleurcontrast
Dit contrast is het sterkst wanneer je felle, pure kleurvlakken tegen elkaar aan zet, zonder omtreklijnen.

Slide 40 - Slide

Licht-donker contrast
  • dit is het verschil tussen lichte en donkere kleuren  
  • wit -zwart is het grootste contrast 
  • je maakt kleuren donkerder of lichter door het bijmengen van zwart of wit

Slide 41 - Slide

Warme en koude kleuren
warme kleuren:
  • zijn warm en gezellig 
  • lijken dichterbij
  • vormen een contrast met koude kleuren 

koude kleuren:
  • zijn koel en rustig 
  • lijken verder weg
  • vormen een contrast met warme kleuren 

    Slide 42 - Slide

    Koud–warm contrast
    een warme kleur naast een koude kleur geeft een koud-warmcontrast

    Slide 43 - Slide

    Kleurenfamilie
    • dit zijn alle kleuren die uit dezelfde kleur zijn gemengd. Ze verschillen heel weinig van elkaar. Bijvoorbeeld alle kleuren rood. Maar ook roden en paarsen behoren tot dezelfde kleurenfamilie 

    • kleuren in een kleurenfamilie hebben steeds één kleur gemeenschappelijk 

      Slide 44 - Slide

      monochroom
      kunst waarin slechts één kleur of tint
      centraal staat.

      Slide 45 - Slide

      optische kleurmenging

      Slide 46 - Slide

      tint
      zuivere kleur, gemengd met grijs
      toon
      zuivere kleur, gemengd met grijs

      Slide 47 - Slide

      - Kies een primaire of secundaire kleur verf.
      - Verdonker de verf in twee stappen.
      - Verhelder de kleur ook in twee stappen.
      - Kies een kleurcontrast. Zet er een kleur bij om dat contrast te krijgen.

      Slide 48 - Open question

      Kies een foto uit HST 5 (modernisme).
      Zet de foto hier neer en zet erbij welk kleurcontrast je ziet.

      Slide 49 - Open question

      Verzadigde en onverzadigde kleuren:
      De kleuren op de kleurencirkel zijn pure kleuren, de kleuren in hun zuiverste vorm.
      Dit noemen we VERZADIGDE KLEUREN.
      .
      Als we een kleur aanpassen en ze vermengen met wit, zwart, grijs, noemen we dit ONVERZADIGDE KLEUREN.

      Verhelderde en Verdonkerde kleuren
      Als je wit bij een kleur mengt, dan ben je een kleur aan het verhelderen.
      Als je zwart bij een kleur mengt, dan ben je kleur aan het verdonkeren.

      Verzadigde kleuren:         Kleuren in hun zuiverste vorm, pure kleuren
      Onverzadigde kleuren:    Kleuren vermengd met wit, grijs of zwart
      Verhelderde kleuren:       Kleuren waaraan meer wit is toegevoegd
      Verdonkerde kleuren:      Kleuren waaraan meer zwart is toegevoegd 



      Slide 50 - Slide