09062026 Niet/geen

Niet of geen?
We gebruiken de woorden niet of geen om te ontkennen. 
Ontkennen is 'nee zeggen'. 

Kom je morgen ook?
Nee ik kom niet. 

1 / 14
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Niet of geen?
We gebruiken de woorden niet of geen om te ontkennen. 
Ontkennen is 'nee zeggen'. 

Kom je morgen ook?
Nee ik kom niet. 

Slide 1 - Slide

Niet
Niet staat vaak achteraan in de zin: 
Ik kom morgen niet.
Ik koop dat boek niet. 

Niet hoort dan bij het werkwoord. 
Niet komen
Niet kopen

Slide 2 - Slide

Niet
Niet kan ook voor een bijvoeglijk naamwoord staan. 

Slide 3 - Slide

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

Slide 4 - Open question

Niet
Niet kan ook voor een bijvoeglijk naamwoord staan. 

Hij is niet rijk
Hij werkt niet hard.


Slide 5 - Slide

Geen
Geen wordt altijd gevolgd door een zelfstandig naamwoord.

Slide 6 - Slide

Wat is een zelfstandig naamwoord?

Slide 7 - Open question

Geen
Geen wordt altijd gevolgd door een zelfstandig naamwoord.
Geen = niet één

Geen fiets
Er kan ook een bijvoeglijk naamwoord tussen staan:
Geen nieuwe fiets.

Slide 8 - Slide

Geen
Bij stofnamen gebruik je altijd geen

Stofnamen zijn namen van stoffen zoals:
Goud, koffie, thee, suiker, zand, zilver, hout, papier en nog veel meer. 
Stofnamen herken je doordat je ze niet kunt tellen
Je kan niet zeggen: één goud, één zeep of één suiker. 

Slide 9 - Slide

Niet of geen?
Mijn broer werkt ... in het weekend
A
Niet
B
Geen

Slide 10 - Quiz

Niet of geen?
Wij hebben ... huiswerk vandaag.
A
Niet
B
Geen

Slide 11 - Quiz

Maak een zin met het woord 'niet.

Slide 12 - Open question

Welke zin is goed?
A
Ik heb niet een hond.
B
Ik heb geen hond.
C
Ik heb niet hond.

Slide 13 - Quiz

Welke zin is goed?
A
De winkel is geen open.
B
De winkel is niet een open.
C
De winkel is niet open.

Slide 14 - Quiz