Thema 7 bs4 schoonmaakmiddelen

1 / 21
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Noem zoveel mogelijk schoonmaakmiddelen

Slide 2 - Mind map

Uitleg §2.4
Niet alles is schoon te maken met zeep...

2 Soorten schoonmaakmiddelen:
- Zure schoonmaakmiddelen
- Basische schoonmaakmiddelen

Slide 3 - Slide

Jezelf verzorgen
  • Je gebruikt dagelijks allerlei producten om je lichaam schoon en mooi te houden. De verzamelnaam voor deze producten is cosmetische middelen. Enkele producten om je uiterlijk te verzorgen zijn:  
  • haargel
  • Deoderant
  • Parfum of aftershave
  • Oogschaduw
  • Nagellak
Met water maak je jezelf schoon, maar water alleen is niet voldoende. Je gebruikt:
  • zeep om je handen te wassen
  • tandpasta om je tanden te poetsen
  • schampoo om je haar te wassen
Het meeste vuil lost niet goed op in water vandaar dat deze middelen nodig zijn. 

Slide 4 - Slide

werking van zeep

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Werking Zeep
Zeepmolecuul: kop (hydrofiel) + staart (hydrofoob)
hydrofiel = houdt van water
hydrofoob = houdt niet van water
Werking zeep
Zeepmolecuul: kop (hydrofiel) + staart (hydrofoob)

hydrofiel = houdt van water
hydrofoob = houdt niet van water

Slide 7 - Slide

Zure schoonmaakmiddelen

- azijnzuur

- mierenzuur

- HCl(g) --> in water = zoutzuur


bv. ontkalkers

Basische schoonmaakmiddelen

- ammoniak

- soda

- NaOH(s)


bv. ontvetters

tasten de huid aan!

Slide 8 - Slide

Basische schoonmaakmiddelen
Basisch: Oplossing van een base
Oplossen van vet

Slide 9 - Slide

Schoonmaakmiddelen
Veel schoonmaakmiddelen maken gebruik van de pH. 

Schoonmaakazijn is bijvoorbeeld ontzettend zuur, terwijl wcreiniger juist ontzettend basisch is. 

Slide 10 - Slide

Schoonmaken

Zure schoonmaakmiddelen zijn geschikt om kalk op te lossen. (Schoonmaak azijn, antikal, zoutzuur)


Basische schoonmaakmiddelen zijn geschikt om vetten op te lossen. (Ammonia, gootsteenontstopper, soda)

Slide 11 - Slide

Beantwoord de volgende vragen na het bekijken van het filmpje
zure en basische schoonmaakmiddelen.
1. Wat is PH?
2. Wat zijn zure en basische schoonmaakmiddelen?
3. Noem een aantal zure en basische schoonmaakmiddelen.

Slide 12 - Open question

Opdracht
zoek de drie verschillende schoonmaakmiddelen uit.
Sorteer en maak foto's
Zoek op wat de veiligheidssymbolen betekenen.
Verwerk waarom je nooit schoonmaakmiddelen mag mengen.
Leg uit wat een dosering is.

Slide 13 - Slide

hydrofiel en hydrofoob

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Video

Hydrofiel en hydrofoob
Hydrofiel: moleculen die van water houden
Hydrofoob: moleculen die bang zijn van water 

Hydrofiel: molecuul heeft minstens 1 OH- of NH- groepen (vormen waterstofbruggen met H2O)
Hydrofoob: molecuul heeft geen OH- of NH- groepen 
(vormen geen waterstofbruggen met H2O)

Soort zoekt soort! 

Slide 16 - Slide

De kop van een zeepmolecuul is:
A
hydrofiel, houdt niet van water
B
hydrofoob, houdt niet van water
C
hydrofiel, houdt wel van water
D
hydrofoob, houdt wel van water

Slide 17 - Quiz

Hoe noem je een stof die goed oplosbaar in water is?
A
zeep
B
hydrofoob
C
hydrofiel
D
emulsie

Slide 18 - Quiz

Hoe noem je het gedeelte van een emulgator dat van water houdt?
A
Hydrofiel
B
Hydrofoob

Slide 19 - Quiz

Welke stoffen zijn hydrofiel?
A
Zout
B
zwarte peper
C
witte peper
D
suiker

Slide 20 - Quiz

Vet is watervresend (hydrofoob)

Stoffen die makkelijk in water oplossen zijn waterminnend (hydrofiel)


Slide 21 - Slide