Overheid en markten (Economie vwo), les 2: Examentraining

MARKT · OVERHEIDSINGRIJPEN

Examentraining

Overheid en markten: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met vier vraagtypen: nieuw evenwicht na heffing of subsidie, surplus en welvaartsverlies berekenen, minimum- en maximumprijs, en een standpunt over octrooi.

Items in this lesson

MARKT · OVERHEIDSINGRIJPEN

Examentraining

Overheid en markten: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Hubertl / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

MARKT · OVERHEIDSINGRIJPEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over heffingen, subsidies, prijsregulering en octrooien oplossen met berekeningen en argumenten.

This item has no instructions

MARKT · OVERHEIDSINGRIJPEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: welke ingreep, welke lijn verandert en welke hoeveelheid wordt verhandeld?

  • 2. Reken: pas P - t of P + s toe, stel Qv = Qa gelijk en vul P in beide formules in.

  • 3. Arceer: surplus is een driehoek of rechthoek; bepaal basis en hoogte uit de grafiek of formules.

  • 4. Controleer: klopt CS + PS + overheid + WVL met het oude totale surplus?

This item has no instructions

MARKT · OVERHEIDSINGRIJPEN

Een KLM Boeing 777 stijgt op van Schiphol: op vliegtickets zit een heffing

Vraagtype 1: nieuw evenwicht na ingreep

  • Heffing t: vervang P door P - t in Qa. Subsidie s: vervang P door P + s.

  • Stel Qv = Qa, los P op en vul P in beide formules in.

  • Voorbeeld: Qv = -P + 90, Qa = P - 10 en t = 10: -P + 90 = P - 20, dus P = 55 en Q = 35.

  • Bedrag voor de overheid: heffing of subsidie per stuk x verhandelde hoeveelheid.

Voorbeeld controle: Qa = (P - 10) - 10 = P - 20; 90 - P = P - 20 geeft P = 55; Q = 35; Qa(55) = 35. Aanbieders houden 45 over. Image credit: Haafie1 / Wikimedia Commons, CC0

Qv = -3P + 150, Qa = 2P - 20 en heffing 5. Wat levert de heffing de overheid op?

A

240

B

270

C

180

D

210

Qa wordt 2(P - 5) - 20 = 2P - 30; 150 - 3P = 2P - 30 geeft P = 36 en Q = 42; 5 x 42 = 210. Fouten: 240 (de oude Q = 48), 270 (P + t gebruikt: P = 32, Q = 54), 180 (5 x 36: heffing maal prijs).

Qv=-2P+90, Qa=3P-30, subsidie 5. Bereken Q.

Qa wordt 3(P + 5) - 30 = 3P - 15; 90 - 2P = 3P - 15 geeft P = 21; Q = 48 (controle 3 x 21 - 15 = 48). Verwachte fout: P - 5 gebruiken, of zonder subsidie rekenen (P = 24, Q = 42).

MARKT · OVERHEIDSINGRIJPEN

Vraagtype 2: surplus en welvaartsverlies

  • CS en PS zijn driehoeken, de belastingopbrengst is een rechthoek: ½ x basis x hoogte, breedte x hoogte.

  • CS: hoogte tot de prijs die kopers betalen. PS: hoogte vanaf de prijs die aanbieders ontvangen.

  • WVL bij een heffing = ½ x t x (Q voor min Q na).

  • Voorbeeld: Pv = 50 - Q, prijs 30 en Q = 20 geven CS = ½ x 20 x 20 = 200.

Controle voorbeeld: Pv(20) = 30; CS = ½ x (50 - 30) x 20 = 200. Let op de eenheden van Q en P.

Qv = -2P + 160, Qa = 4P - 80 en heffing 9. Wat is het CS na de heffing?

A

1.600

B

1.360

C

1.462

D

1.156

Qa wordt 4(P - 9) - 80 = 4P - 116; 160 - 2P = 4P - 116 geeft P = 46 en Q = 68. Pv = 80 - 0,5Q: CS = ½ x (80 - 46) x 68 = 1.156. Fouten: 1.600 (CS voor de heffing), 1.360 (de oude Q = 80), 1.462 (prijs 37 van de aanbieder gebruikt).

Heffing 5, Q daalt van 90 naar 70. WVL?

WVL = ½ x 5 x 20 = 50. Verwachte fout: 5 x 20 = 100 (rechthoek in plaats van driehoek).

MARKT · OVERHEIDSINGRIJPEN

Graanoogst op de Palouse (Idaho, VS): landbouw kent vaak minimumprijzen

Vraagtype 3: minimum- en maximumprijs

  • Lees Qv en Qa af bij de wettelijke prijs; het verschil is het overschot.

  • Maximumprijs: vraagoverschot. Minimumprijs: aanbodoverschot.

  • Verhandeld wordt de kleinste van Qv en Qa: de kortste kant van de markt.

  • Surplus bereken je alleen over de verhandelde hoeveelheid; de rest is welvaartsverlies.

De ingreep werkt alleen als de prijsgrens bindend is: maximumprijs onder, minimumprijs boven de evenwichtsprijs. Image credit: Onbekend / Wikimedia Commons, publiek domein

Je rekent met Qv = -3P + 240 en Qa = 5P - 80. De maximumprijs is 30. Hoeveel wordt verhandeld?

A

150

B

70

C

120

D

80

Bij 30: Qv = 150 en Qa = 70. De kortste kant (Qa) bepaalt: 70. Fouten: 150 (Qv), 120 (de evenwichtshoeveelheid bij P = 40) en 80 (het vraagoverschot).

Qv = -5P + 400 en Qa = 3P. De minimumprijs is 60. Hoe groot is het aanbodoverschot?

A

100

B

180

C

80

D

150

Bij 60: Qv = 100 en Qa = 180, dus overschot 80 (evenwicht P = 50, Q = 150). Fouten: 100 (verhandeld), 180 (Qa) en 150 (evenwichtshoeveelheid).

MARKT · OVERHEIDSINGRIJPEN

Vraagtype 4: standpunt over octrooi

  • Een standpuntvraag vraagt: kies een kant en onderbouw met een argument.

  • Voor een langere looptijd: innovatie wordt lonend. Tegen: hoge prijs en welvaartsverlies.

  • Gebruik begrippen: tijdelijk monopolie, marginale kosten, welvaartsverlies, ontwikkelkosten.

  • Sluit af met een afweging: wat weegt zwaarder, en waarom?

Syllabus A3: standpuntbepaling met argumentatievraag, standpuntvraag en schrijfopdracht met woordadvies. Een goed antwoord noemt een standpunt, minstens één argument met economisch begrip en eventueel een tegenargument.

Een regering verkort de looptijd van octrooien. Welk argument past daarbij?

A

Het welvaartsverlies door de hoge prijs duurt korter

B

Bedrijven verdienen de ontwikkelkosten makkelijker terug

C

Er worden meer nieuwe medicijnen ontwikkeld

D

Het tijdelijke monopolie wordt winstgevender

Verkorten verkleint de tijd van het welvaartsverlies. De andere drie argumenten horen bij een langere looptijd of kloppen niet.

Noem één nadeel van een octrooi voor kopers.

Een hogere prijs en een lagere hoeveelheid tijdens het tijdelijke monopolie (welvaartsverlies). Verwachte fout: alleen een voordeel voor het bedrijf noemen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Nieuw evenwicht na ingreep

2

Surplus en welvaartsverlies

3

Minimum- en maximumprijs

4

Standpunt over octrooi

Bespreek het lastigste vraagtype kort klassikaal.

MARKT · OVERHEIDSINGRIJPEN

Tips voor op het examen

  • Controleer een nieuw evenwicht altijd door P in Qv en Qa in te vullen.

  • Bij een maximum- of minimumprijs bepaalt de kortste kant de verhandelde hoeveelheid.

  • Een driehoek is ½ x basis x hoogte: kies de juiste basis (t of s) en hoogte (verschil in Q).

  • Zeg bij een standpunt altijd: mijn standpunt, mijn argument, de afweging.

This item has no instructions