Demonstrativpronomen

Planning
lezen
kleuren
Demonstrativpronomen
herhaling presens
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecondary EducationAge 12,13

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Planning
lezen
kleuren
Demonstrativpronomen
herhaling presens

Slide 1 - Slide

lezen

Slide 2 - Slide

Film koningsdag
Wat wordt er koningsdag gevierd?
Wanneer is koningsdag?
Waar komt de huidige koningin vandaag?
Hie vieren de Nederlanders koningsdag?
Wat doen de Nederlanders op koningsdag?

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video


de-Wörter

deze (nahestehend)
Doe deze test.

die (weiter weg)
Wat denk je over die school?


het-Wörter

dit (nahestehend)
Vind je dit brood lekker?

dat (weiter weg)
Dat weet ik niet.
Demonstrativpronomen

Slide 5 - Slide

Ken je ____ meisje?
Hie vind je _____ auto?

Slide 6 - Slide

herhaling Verben

Slide 7 - Slide

das Präsens Gegenwart (was in dem Moment passiert)




Ich denke, ik denk
infinitief (Grundform): denken
stam (en weg): denk
Endung

ik denk            
jij denkt
hij/zij/het denkt
wij denken
jullie denken
zij denken

Slide 8 - Slide

Ik ... morgen mijn huiswerk.
A
maken
B
mak
C
maakt
D
maak

Slide 9 - Quiz

Zij (Pl) .... ons voorstellen.
A
kunnen
B
kun
C
kan
D
kunt

Slide 10 - Quiz

Zij (Sg) ... me op.
A
bellen
B
bel
C
belt
D
bellt

Slide 11 - Quiz

Jij ... morgen met de fiets naar school.
A
moeten
B
moet
C
moett
D
moe

Slide 12 - Quiz

zijn

ik                      ben
jij, je, u           bent
hij, zij, het     is

wij                    zijn
jullie                zijn
zij                     zijn
sein

ich bin
du bist
er, sie, es ist

wij sind
ihr seid
sie sind

Slide 13 - Slide

Adjektive

Slide 14 - Slide

De trui is ____ (leuk)

Slide 15 - Open question

Het boek is _______ (nieuw)

Slide 16 - Open question

Hier is jouw ____ boek. (nieuw)

Slide 17 - Open question