Indeling van een winkel

Indeling van een winkel

1 / 29
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomiePraktijkonderwijsLeerjaar 2

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 200 min
Report this lesson

Items in this lesson

Indeling van een winkel

Open met het idee dat leerlingen een winkel beter kunnen begrijpen als zij weten waar alles staat en waarom die plek handig is.

Dit leer je

Ik kan in eenvoudige woorden de indeling van een winkel herkennen en zelf een eenvoudige plattegrond van de eigen winkel maken.

This item has no instructions

Welke woorden passen bij een winkel?

Gebruik de woorden uit de wolk als start: bijvoorbeeld kassa, schap, klant, ingang, route.

Wat is een winkelindeling?

Een winkelindeling is hoe een winkel is ingericht.


  • waar klanten binnenkomen

  • waar producten staan

  • waar je kunt lopen

  • waar medewerkers werken

Leg uit dat indeling niet alleen over meubels gaat, maar ook over route, overzicht en werken in de winkel.

Waarom is indeling belangrijk?

  • klanten vinden sneller wat zij zoeken

  • de winkel blijft netjes en veilig

  • medewerkers kunnen beter werken

  • drukte bij de kassa wordt kleiner

  • producten zijn beter zichtbaar

This item has no instructions

De ingang

Bij de ingang begint de route door de winkel.


  • klanten komen hier binnen

  • de winkel moet open en duidelijk zijn

  • vaak staan hier acties of mandjes

Benadruk dat de ingang een eerste indruk geeft en klanten helpt om de winkel in te gaan.

Schappen en vakken

Schappen zijn rekken voor producten.

Een vak is een deel van een schap.


  • producten staan per soort bij elkaar

  • elk vak heeft een vaste plek

Gebruik dezelfde termen steeds opnieuw: schap en vak. Dat helpt bij het lezen van een plattegrond.

Magazijn en paskamer

  • het magazijn is voor voorraad

  • daar liggen extra producten

  • de paskamer is om kleding te passen

  • niet elke winkel heeft een paskamer

Maak duidelijk dat sommige ruimtes voor klanten zijn en andere vooral voor medewerkers.

Waar begint de route door de winkel?

A

bij de kassa

B

bij de ingang

C

in het magazijn

D

in de paskamer

This item has no instructions

Vul de juiste woorden in

Een winkelindeling laat zien hoe een winkel is ingericht. Bij de ingang komen klanten binnen. Bij de kassa rekent de klant af. Op schappen staan producten.

winkelindeling
ingang
kassa
schappen
route
magazijn
paskamer
loopruimte

Controleer of leerlingen plek en functie goed koppelen.

Waar ligt extra voorraad?

This item has no instructions

Loopruimte

Loopruimte is de ruimte om te lopen.


  • paden moeten vrij blijven

  • klanten moeten elkaar kunnen passeren

  • karren of dozen mogen niet in de weg staan

Koppel dit aan veiligheid en prettig winkelen.

Wat staat waar?

  • bij de ingang: mandjes, acties, welkom

  • op schappen: producten

  • in het magazijn: voorraad

  • bij de kassa: betalen

  • in de paskamer: kleding passen

Deze samenvattende slide helpt leerlingen om plekken en functies aan elkaar te koppelen.

Wat heb je nodig op een plek?

Elke plek heeft iets anders nodig.


  • kassa: kassa, pinapparaat, bonnen

  • schappen: producten, prijskaartjes

  • magazijn: voorraad, dozen

  • paskamer: spiegel, haakjes

Laat zien dat inrichting past bij de functie van de plek.

Waarom moet loopruimte vrij blijven?

A

voor meer dozen

B

voor sneller vakkenvullen

C

voor veilig lopen

D

voor extra acties

Verwijs naar veiligheid en elkaar kunnen passeren.

Vul de juiste woorden in

De route is de weg die klanten lopen. Loopruimte is de ruimte om te lopen. Bij productplaatsing kijk je waar een product staat. De klant gaat vaak van ingang naar producten, dan naar de kassa.

route
Loopruimte
productplaatsing
kassa
vak
magazijn
paskamer
plattegrond

This item has no instructions

Wat heb je nodig in een paskamer?

A

prijskaartjes

B

haakjes

C

mandjes

D

dozen

This item has no instructions

Wat is een plattegrond?

Een plattegrond laat van boven zien hoe een winkel eruitziet.


Je ziet waar onderdelen staan en hoe je kunt lopen.

Laat eventueel met een lokaal voorbeeld zien dat een plattegrond een bovenaanzicht is.

Onderdelen op een plattegrond

Op een eenvoudige plattegrond zet je namen van plekken, zoals:


  • ingang

  • kassa

  • schappen

  • magazijn

  • paskamer

This item has no instructions

Symbolen gebruiken

Een plattegrond wordt duidelijk met symbolen.


  • een rechthoek voor een schap

  • een pijl voor de route

  • een vakje voor de kassa

  • tekst bij elk onderdeel

Benadruk dat symbolen simpel en steeds hetzelfde moeten zijn.

Zo lees je een plattegrond

  • kijk eerst naar de ingang

  • zoek daarna de kassa

  • lees waar de schappen staan

  • kijk waar je kunt lopen

  • let op de namen en symbolen

Werk van groot naar klein: eerst vaste hoofdplekken, daarna route en details.

Zo maak je een simpele plattegrond

  1. Teken de buitenkant van de winkel.

  2. Zet de ingang op de goede plek.

  3. Teken kassa, schappen en andere ruimtes.

  4. Gebruik simpele symbolen.

  5. Schrijf duidelijke namen erbij.

Dit is de kernstap naar het leerdoel: herkennen én zelf maken.

Voorbeeld van een simpele plattegrond

Een goede plattegrond is:


  • overzichtelijk

  • niet te vol

  • duidelijk benoemd

  • makkelijk te lezen

Noem dat het niet mooi hoeft te zijn; vooral duidelijk en logisch.

Vragen over de theorie

  1. Waar komen klanten de winkel binnen?

  2. Waar betaalt een klant?

  3. Waar staan producten meestal?

  4. Waar ligt extra voorraad?

  5. Waar past een klant kleding?

Lees de vragen eventueel hardop voor. Ze zijn kort gehouden voor A1-niveau.

Vragen over de theorie

  1. Wat staat vaak bij de ingang?

  2. Wat heb je nodig bij een kassa?

  3. Wat heb je nodig in het magazijn?

  4. Wat heb je nodig in een paskamer?

  5. Waarom is een duidelijke route handig?

This item has no instructions

Van welke kant zie je een plattegrond?

A

van boven

B

van voren

C

van links

D

van onder

This item has no instructions

Vul de juiste woorden in

Een plattegrond laat van boven zien hoe een winkel eruitziet. Je gebruikt symbolen om onderdelen duidelijk te maken. Een rechthoek kan een schap zijn. Een pijl laat de route zien.

plattegrond
symbolen
schap
route
voorraad
uitgang
klant
bon

Laat leerlingen de woorden koppelen aan de voorbeelden op de vorige slides.

Wat zet je op een simpele plattegrond?

Goed antwoord noemt minstens twee onderdelen van een simpele plattegrond, zoals ingang, kassa, schappen, magazijn, paskamer, symbolen of namen.

Wat heb jij vandaag geleerd?

This item has no instructions