Indeling van een winkel
Indeling van een winkel
Open met het idee dat leerlingen een winkel beter kunnen begrijpen als zij weten waar alles staat en waarom die plek handig is.
Dit leer je
Ik kan in eenvoudige woorden de indeling van een winkel herkennen en zelf een eenvoudige plattegrond van de eigen winkel maken.
This item has no instructions
Welke woorden passen bij een winkel?
Gebruik de woorden uit de wolk als start: bijvoorbeeld kassa, schap, klant, ingang, route.
Wat is een winkelindeling?
Een winkelindeling is hoe een winkel is ingericht.
waar klanten binnenkomen
waar producten staan
waar je kunt lopen
waar medewerkers werken
Leg uit dat indeling niet alleen over meubels gaat, maar ook over route, overzicht en werken in de winkel.
Waarom is indeling belangrijk?
klanten vinden sneller wat zij zoeken
de winkel blijft netjes en veilig
medewerkers kunnen beter werken
drukte bij de kassa wordt kleiner
producten zijn beter zichtbaar
This item has no instructions
De ingang
Bij de ingang begint de route door de winkel.
klanten komen hier binnen
de winkel moet open en duidelijk zijn
vaak staan hier acties of mandjes
Benadruk dat de ingang een eerste indruk geeft en klanten helpt om de winkel in te gaan.
Schappen en vakken
Schappen zijn rekken voor producten.
Een vak is een deel van een schap.
producten staan per soort bij elkaar
elk vak heeft een vaste plek
Gebruik dezelfde termen steeds opnieuw: schap en vak. Dat helpt bij het lezen van een plattegrond.
Magazijn en paskamer
het magazijn is voor voorraad
daar liggen extra producten
de paskamer is om kleding te passen
niet elke winkel heeft een paskamer
Maak duidelijk dat sommige ruimtes voor klanten zijn en andere vooral voor medewerkers.
Waar begint de route door de winkel?
bij de kassa
bij de ingang
in het magazijn
in de paskamer
This item has no instructions
Vul de juiste woorden in
Een winkelindeling laat zien hoe een winkel is ingericht. Bij de ingang komen klanten binnen. Bij de kassa rekent de klant af. Op schappen staan producten.
Controleer of leerlingen plek en functie goed koppelen.
Waar ligt extra voorraad?
This item has no instructions
Loopruimte
Loopruimte is de ruimte om te lopen.
paden moeten vrij blijven
klanten moeten elkaar kunnen passeren
karren of dozen mogen niet in de weg staan
Koppel dit aan veiligheid en prettig winkelen.
Wat staat waar?
bij de ingang: mandjes, acties, welkom
op schappen: producten
in het magazijn: voorraad
bij de kassa: betalen
in de paskamer: kleding passen
Deze samenvattende slide helpt leerlingen om plekken en functies aan elkaar te koppelen.
Wat heb je nodig op een plek?
Elke plek heeft iets anders nodig.
kassa: kassa, pinapparaat, bonnen
schappen: producten, prijskaartjes
magazijn: voorraad, dozen
paskamer: spiegel, haakjes
Laat zien dat inrichting past bij de functie van de plek.
Waarom moet loopruimte vrij blijven?
voor meer dozen
voor sneller vakkenvullen
voor veilig lopen
voor extra acties
Verwijs naar veiligheid en elkaar kunnen passeren.
Vul de juiste woorden in
De route is de weg die klanten lopen. Loopruimte is de ruimte om te lopen. Bij productplaatsing kijk je waar een product staat. De klant gaat vaak van ingang naar producten, dan naar de kassa.
This item has no instructions
Wat heb je nodig in een paskamer?
prijskaartjes
haakjes
mandjes
dozen
This item has no instructions
Wat is een plattegrond?
Een plattegrond laat van boven zien hoe een winkel eruitziet.
Je ziet waar onderdelen staan en hoe je kunt lopen.
Laat eventueel met een lokaal voorbeeld zien dat een plattegrond een bovenaanzicht is.
Onderdelen op een plattegrond
Op een eenvoudige plattegrond zet je namen van plekken, zoals:
ingang
kassa
schappen
magazijn
paskamer
This item has no instructions
Symbolen gebruiken
Een plattegrond wordt duidelijk met symbolen.
een rechthoek voor een schap
een pijl voor de route
een vakje voor de kassa
tekst bij elk onderdeel
Benadruk dat symbolen simpel en steeds hetzelfde moeten zijn.
Zo lees je een plattegrond
kijk eerst naar de ingang
zoek daarna de kassa
lees waar de schappen staan
kijk waar je kunt lopen
let op de namen en symbolen
Werk van groot naar klein: eerst vaste hoofdplekken, daarna route en details.
Zo maak je een simpele plattegrond
Teken de buitenkant van de winkel.
Zet de ingang op de goede plek.
Teken kassa, schappen en andere ruimtes.
Gebruik simpele symbolen.
Schrijf duidelijke namen erbij.
Dit is de kernstap naar het leerdoel: herkennen én zelf maken.
Voorbeeld van een simpele plattegrond
Een goede plattegrond is:
overzichtelijk
niet te vol
duidelijk benoemd
makkelijk te lezen
Noem dat het niet mooi hoeft te zijn; vooral duidelijk en logisch.
Vragen over de theorie
Waar komen klanten de winkel binnen?
Waar betaalt een klant?
Waar staan producten meestal?
Waar ligt extra voorraad?
Waar past een klant kleding?
Lees de vragen eventueel hardop voor. Ze zijn kort gehouden voor A1-niveau.
Vragen over de theorie
Wat staat vaak bij de ingang?
Wat heb je nodig bij een kassa?
Wat heb je nodig in het magazijn?
Wat heb je nodig in een paskamer?
Waarom is een duidelijke route handig?
This item has no instructions
Van welke kant zie je een plattegrond?
van boven
van voren
van links
van onder
This item has no instructions
Vul de juiste woorden in
Een plattegrond laat van boven zien hoe een winkel eruitziet. Je gebruikt symbolen om onderdelen duidelijk te maken. Een rechthoek kan een schap zijn. Een pijl laat de route zien.
Laat leerlingen de woorden koppelen aan de voorbeelden op de vorige slides.
Wat zet je op een simpele plattegrond?
Goed antwoord noemt minstens twee onderdelen van een simpele plattegrond, zoals ingang, kassa, schappen, magazijn, paskamer, symbolen of namen.
Wat heb jij vandaag geleerd?
This item has no instructions