Hoofdstuk 2 – Waarheid en kennis - Analytische filosofie

Hoofdstuk 2 – Waarheid en kennis

1 / 51
next
Slide 1: Slide
New lesson editorFilosofieSecundair onderwijs

This lesson contains 51 slides, with text slides.

Items in this lesson

Hoofdstuk 2 – Waarheid en kennis

Hoofdstuk 2 – Waarheid en kennis

Hoofdstuk 2 – Waarheid en kennis

  • “Niemand weet dat ik Repelsteeltje heet” = Paradox

    • Niemand? Echt niemand?

    • Repelsteeltje zelf → Kennis wordt pas echt kennis als je het in woorden vat


  • Wat is ‘niemand’ of ‘niets’?

    • Is ‘niets’, iets?


  • Het 'niets' is ondenkbaar, omdat het niet is, en ons denken alleen gaat over datgene wat is. Als je over het niets denkt, dan denk je per definitie over iets.

    • Volgens Parmenides definitie was datgene wat denkbaar is, altijd iets, en nooit niets

Hoofdstuk 2 – Waarheid en kennis

1. Analytische filosofie

Epistemologie (kennisleer)

“Wat kunnen we weten”

Analytische filosofie

Continentale filosofie

  • Angelsaksische filosofen

  • Logica

  • Rol van taal

  • Wetenschappelijke (kennis)theorieën

  • Duits-Franse Verlichtingsdenken

  • Geesteswetenschappen (cultuur, kunst,..)

  • Sociale en culturele filosofie


1. Analytische filosofie

Kan je te veel weten?

Kan je te veel weten?

Pro (ja)









Contra (neen)









Kan je te veel weten?

Kan je te veel weten?

Pro (ja)









Contra (neen)









1.1 Justified true belief

  • Vat het gedachte-experiment samen


  • Stel dat iemand beweert dat sneeuw wit is.

  • Wanneer kun je zeggen dat iemand iets weet?

1.1 Justified true belief

1.1 Justified true belief

  • Vat het gedachte-experiment samen

    • Een menselijk brein wordt buiten een lichaam en in een vat met voedingsstoffen geplaatst. De zenuwuiteinden zijn verbonden met een supercomputer, die elektrische impulsen stuurt die de ervaringen van een normaal zintuiglijk leven nabootsen. Dat brein zou dan dezelfde ervaringen kunnen hebben als een 'normaal' brein in een lichaam, zonder enige interactie met de echte wereld.


  • Vraag = Hoe kan je zeker zijn van de werkelijkheid?

    • Premisse 1: Als ik (echte) kennis heb over de werkelijkheid, dan ben ik geen brein in een vat.

      • Premisse 2: Ik weet niet dat ik geen brein in een vat ben.


  • Conclusie: Ik kan geen kennis hebben over de werkelijkheid.

1.1 Justified true belief

  • Stel dat iemand beweert dat sneeuw wit is.

  • Wanneer kun je zeggen dat iemand iets weet?


1.1 Justified true belief

1.1 Justified true belief

BELIEF

TRUE

JUSTIFIED

1.1 Justified true belief

  • Hoe kunnen we zeker zijn dat een uitspraak tot gerechtvaardigde kennis leidt?


  • JTB-Analyse


  • Een uitspraak moet waar zijn


  • Een uitspraak moet gerechtvaardigd zijn


  • De ‘auteur’ moet overtuigd zijn van die waarheid en rechtvaardiging

Noodzakelijk

Noodzakelijk

Noodzakelijk

Voldoende

1.1 Justified true belief

1.1 Justified true belief

  • “Ik ben in Brussel op de trein gestapt”


  • Waar?

    • Ja, want je bent effectief op dat moment aanwezig in het station

    • Gerechtvaardigd?

      • Ja, je hebt buiten bordjes gezien die aangaven ‘Brussel-Zuid’/’Bruxelles-Midi’

    • Overtuigd?

      • Ja, zoniet zou je niet op de trein gestapt zijn (maar bvb. advies gevraagd hebben aan de conducteur)

Je neemt de trein Brussel-Parijs

1.1 Justified true belief

Ik ga een 8 halen voor de toets, ik weet zeker dat ik hem goed gemaakt heb.”

Ik weet dat de Mount Everest met zijn 8848 meter de hoogste berg is.”

1.1 Justified true belief

Ik ga een 8 halen voor de toets, ik weet zeker dat ik hem goed gemaakt heb.”

  • Waar?

    • Neen, de toets is nog niet verbeterd. Het punt ligt nog niet vast.


  • Gerechtvaardigd?

    • Neen, je hebt geen verbetersleutel gekregen. Je baseert je op gevoel en niet op gegevens


  • Overtuigd?

    • Ja, je bent heel zeker

1.1 Justified true belief

  • Waar?

    • Neen, Mount Everest is momenteel 8846,8m hoog (en veranderlijk)


  • Gerechtvaardigd?

    • Neen, je zegt niet hoe je dit weet (zelf gemeten? Gelezen op internet?)


  • Overtuigd?

    • Ja, je bent overtuigd uit dat je het weet

Ik weet dat de Mount Everest met zijn 8848 meter de hoogste berg is.”

1.1 Justified true belief

  • Hoe kunnen we zeker zijn dat een uitspraak tot gerechtvaardigde kennis leidt?


  • JTB-Analyse


  • Een uitspraak moet waar zijn


  • Een uitspraak moet gerechtvaardigd zijn


  • De ‘auteur’ moet overtuigd zijn van die waarheid en rechtvaardiging

Overeenstemmen met de werkelijkheid

Gebaseerd op bewijzen of logische redeneringen

Aantoonbaar geloof in eigen uitspraak

1.1.1 Overtuiging

1.1.1 Overtuiging

1.1.1 Overtuiging

Overtuiging = een toestand waarin je niet meer twijfelt aan andere mogelijkheden; geen extra informatie meer nodig (denkt te hebben)

1.1.1 Overtuiging

1.1.1 Overtuiging

Plato vergeleek een zeer realistisch standbeeld met een overtuiging. Er zouden mensen kunnen zijn die overtuigd waren dat het standbeeld een echte persoon was. Die mensen zouden dan niet over kennis beschikken, maar een valse overtuiging hebben.


Om van kennis te kunnen spreken, is overtuiging alleen dus niet voldoende, er moet nog een extra voorwaarde zijn om tot een echte definitie van kennis te komen.

1.1.2 Op de waarheid betrokken

1.1.2 Op de waarheid betrokken

1.1.2 Op de waarheid betrokken

1.1.2 Op de waarheid betrokken

1.1.2 Op de waarheid betrokken

  • Wat is de taak van wetenschap?

  • Kan wetenschap puur objectief zijn?

  • Waar eindigt de objectiviteit van wetenschap?

1.1.3 Gerechtvaardigde uitspraken

  • Alle koeien zijn dieren

  • Alle dieren hebben 4 poten

  • Dus : Koeien hebben 4 poten

Alles met 4 poten is een dier

Alle dieren zijn koeien

Dus : alles met 4 poten is een koe

GELDIG + WAAR

GELDIG + NIET WAAR

1.1.3 Gerechtvaardigde uitspraken

1.1.3 Gerechtvaardigde uitspraken

“Het is belangrijk om elke dag te sporten”

Ik leg uit waarom het belangrijk is : goed voor het humeur, voor je gezondheid, je spieren,…

Er zijn goede redenen om aan te nemen dat elke dag sporten gezond is : er is bvb. wetenschappelijk bewijs

1.1.3 Gerechtvaardigde uitspraken

“Ik geloof dat er buitenaards leven bestaat”

Ik leg uit waarom ik dat denk : het universum is zo groot, er zijn zoveel planeten,… dat het niet anders kan dat er leven is.

Er zijn goede redenen om aan te nemen dat er buitenaards leven is : er is bvb een exoplaneet ontdekt waar water is

1.1.3 Gerechtvaardigde uitspraken

Rechtvaardigen is het uitleggen van je overtuiging over iets.

Gerechtvaardigd zijn betekent dat er wetenschappelijk bewijs of sterke redenen zijn die deze overtuiging ondersteunen.

Propositionele rechtvaardiging

Doxastische rechtvaardiging

Propositionele en doxastische rechtvaardiging

  • Gericht op de redenen of bewijzen die je hebt voor een bepaalde overtuiging.

  • Vaak wetenschappelijke, aantoonbare bewijzen

  • Gericht op de manier waarop je die overtuiging hebt gevormd.

  • Vaak persoonlijke ervaringen, uit het dagelijkse leven

“Ik heb het weerbericht gelezen deze ochtend en daarin werd voorspeld dat het zal regenen”

“Ik liep daarnet buiten en voelde de regen op mij neervallen”

Propositionele rechtvaardiging



Propositionele rechtvaardiging


Er werd herhaaldelijk experimenteel vastgesteld dat water kookt op 100°C op zeeniveau



Sporten zorgt volgens wetenschappelijk onderzoek voor betere bloedsomloop, ademhaling, lagere kans op hartziekten,…

Aardbevingen en vulkanen komen voor op grenzen tussen bewegende tektonische platen

Fastfood bevat veel calorieën en leidt tot overgewicht. Veel vet en suiker zorgt voor grotere kans op hartziekten en diabetes

Propositionele en doxastische rechtvaardiging

Doxastische rechtvaardiging

hier geen doxastische rechtvaardiging wordt gebruikt

Doxastische rechtvaardiging

Alice is er van overtuigd dat de koningin geen waarheid spreekt. Die overtuiging is gebaseerd op het ontbreken van ervaring : Alice heeft nog nooit iemand van 101 jaar gezien die er nog zo goed uitziet


er is geen rechtvaardiging gebaseerd op ervaringen = geen doxastische rechtvaardiging

Doxastische rechtvaardiging


1.2 Gettier-probleem

1.2 Gettier-probleem

1.2 Gettier-probleem

Rechtvaardiging :

Er werd gekeken op de klok (=doxastische rechtvaardiging)

Waarheid :

Het is effectief 12 uur

Overtuiging :

Frederik gelooft/vertrouwt de klok

JTB = Ja!

1.2 Gettier-probleem

Rechtvaardiging :

Floris heeft zelf gekeken naar de schuren (=doxastische rechtvaardiging)

Waarheid :

Er staan 2 echte schuren langs de weg

Overtuiging :

Floris is overtuigd dat wat hij zag correct is, er is geen reden tot twijfel

JTB = Ja!

1.2 Gettier-probleem

1.2 Gettier-probleem

Rechtvaardiging :

Je hebt het water zelf met je ogen gezien (=doxastisch))

Waarheid :

Er is effectief water aanwezig

Overtuiging :

Je bent zo sterk overtuigd dat je naar het water toeloopt om ervan te drinken

Toeval (X) :

Je kan niet uitsluiten dat het toeval is

JTB-X = Neen!