Les 14 opleiding en werk

Werk
Kan jij uitleggen waarom jij goed bent in jouw baan?
En ken jij de verschillende beroepen?
1 / 20
next
Slide 1: Slide
NT2MBOStudiejaar 1

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Werk
Kan jij uitleggen waarom jij goed bent in jouw baan?
En ken jij de verschillende beroepen?

Slide 1 - Slide

Je praat graag met klanten en je helpt ze goed. Je bent....
A
representatief
B
klantgericht
C
kritisch
D
deskundig

Slide 2 - Quiz

Je werkt op kantoor samen met je collega's. Je helpt jouw collega's graag. Je bent een echte...
A
teamplayer
B
stressbestendig
C
geduldig
D
altijd op tijd

Slide 3 - Quiz

Je praat altijd goed en duidelijk met jouw collega's. Je bent...
A
communicatief
B
gezellig
C
zelfstandig
D
altijd op tijd

Slide 4 - Quiz

Wanneer het werk moeilijk wordt, stop jij niet. Je bent een echte ...
A
betrouwbaar
B
deskundig
C
ervaren
D
doorzetter

Slide 5 - Quiz

Jij bent niet verlegen of onzeker. Je bent ...
A
zelfverzekerd
B
deskundig
C
flexibel
D
kritisch

Slide 6 - Quiz

Jij hebt al 5 jaar in de techniek gewerkt. Je bent...
A
kritisch
B
ervaren
C
gedisciplineerd
D
geduldig

Slide 7 - Quiz

Jij kan goed alleen werken. Je bent..
A
sociaal
B
zelfstandig
C
technisch
D
flexibel

Slide 8 - Quiz

Jij neemt vaak het initiatief. Jij bent ...
A
betrouwbaar
B
positief
C
vriendelijk
D
assertief

Slide 9 - Quiz

Wat is zijn beroep?
A
Loodgieter
B
Plomeur
C
Meubelmaker
D
Hovenier

Slide 10 - Quiz

Wat is zijn beroep?
A
Metaalbewerker
B
Fietsenmaker
C
Fietsenman
D
Automonteur

Slide 11 - Quiz

Wat is hun beroep?
A
Stratenmaker
B
Stratenpuzzelaar
C
Stenenlegger
D
Stratenman

Slide 12 - Quiz

Wat is zijn beroep?
A
Stucadoor
B
Murenveger
C
Behanger
D
Tekenaar

Slide 13 - Quiz

Wat is haar beroep?
A
Dokter
B
Estetisch medewerker
C
Mooie specialist
D
Schoonheidsspecialist

Slide 14 - Quiz

Wat is haar beroep?
A
Helpvrouw
B
Verpleegkundige
C
Bloeddrukmeter
D
Dierverzorger

Slide 15 - Quiz

Wat is haar beroep?
A
Kapster
B
Knipper
C
Kapsalon
D
Haarverzorger

Slide 16 - Quiz

Wat is zijn beroep?
A
Schoner
B
Schoonmaker
C
Verschoner
D
Opruimer

Slide 17 - Quiz

Wat is hun beroep?
A
Ober & oberin
B
Serveerder & serveerster
C
Ober & serveerster
D
Serveerder & oberin

Slide 18 - Quiz

Wat is haar beroep?
A
Treinvrouw
B
Treinconducteur
C
Treincontroleur
D
Treinwerker

Slide 19 - Quiz

Wat is zijn beroep?
A
Brandweerman
B
Brandblusser
C
Waterwerker
D
Vuurverwijderaar

Slide 20 - Quiz