Geef alle leerlingen een ballon en laat hen deze opblazen. Instrueer leerlingen om de ballon op hun stoel te leggen en er vervolgens op te gaan zitten. Leg nog niet uit waarom u dit doet. Als iedereen zit (de ballonnen zullen niet knappen), vraagt u: wat voel je in je lijf?
Leg uit:
Dit is hoe spanning voelt. Jullie hebben misschien een (niet fijn) gevoel in je buik, ademen wat
hoger, spannen je spieren aan... Wat je nu in je lijf voelt gebeurt ook als je een ‘twijfel-’ of een
‘nee-gevoel’ hebt. Bijvoorbeeld als iemand te dicht bij je komt staan.
Eventueel laat u de leerlingen de rest van de les op de ballon zitten.