Het inwerkplan – les 3

Les 3: Begeleiden en feedback

1 / 29
next
Slide 1: Slide
New lesson editorKokMBOStudiejaar 3

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Les 3: Begeleiden en feedback

Open kort en koppel deze les aan de vorige lessen uit de serie: voorblad, inleiding, afspraken, doelen en planning van dag 1 zijn al gemaakt. Vandaag verschuift de focus naar week 1, begeleiding en feedback in de praktijk.

Leerdoel

Ik kan een logische weekplanning maken waarmee een nieuwe collega in week 1 steeds zelfstandiger wordt, en daarbij passende begeleiding, feedback en afspraken inzetten.

This item has no instructions

Welke woorden passen bij goed begeleiden op het werk?

Gebruik de opbrengst als korte activatie na het leerdoel. Stuur door naar begrippen als uitleg, voordoen, helpen, luisteren, feedback, afspraken en zelfstandigheid.

Terugblik op les 2

  • Een doel zegt wat iemand moet leren of kunnen

  • Een werkzaamheid is het werk dat iemand uitvoert

  • Instructie geef je in een logische volgorde: uitleggen, voordoen, laten doen, controleren

  • In de planning van dag 1 staan afspraken, begeleiding en een duidelijke start van het werk

Deze slide ondersteunt de korte terugblik. Houd het tempo hoog en activeer voorkennis rond doel of werkzaamheid, volgorde van instructie geven en onderdelen van dag 1.

Wat is de juiste volgorde van instructie geven?

A

uitleggen, voordoen, laten doen, controleren

B

voordoen, uitleggen, controleren, laten doen

C

uitleggen, laten doen, voordoen, controleren

D

controleren, voordoen, uitleggen, laten doen

Sluit aan op de terugblik van les 2. Foute opties zijn volgordes die logisch kunnen lijken als studenten de stappen wel kennen, maar door elkaar halen.

Wat hoort zeker in de planning van dag 1?

A

alleen werktijden

B

alleen taken

C

afspraken, begeleiding en start

D

alleen evaluatie

Controleer of studenten onthouden dat dag 1 meer is dan een rooster of takenlijst.

Steeds zelfstandiger werken

  • Dag 1: samen doen

  • Dag 2: medewerker doet, begeleider helpt

  • Dag 3: medewerker doet, begeleider controleert

  • Dag 4: grotendeels zelfstandig

  • Dag 5: zelfstandig + evalueren

Benadruk dat deze opbouw richting geeft aan de weekplanning. Het gaat niet om een star schema, maar om zichtbare groei in zelfstandigheid.

Waarom niet alles blijven voordoen?

  • Een nieuwe collega leert door zelf te doen

  • Zelfstandigheid groeit alleen met oefening en verantwoordelijkheid

  • De begeleider ziet sneller wat al goed gaat en wat nog lastig is

  • Het werk wordt beter overdraagbaar in het team

  • Te lang voordoen maakt iemand afhankelijk

Gebruik voorbeelden uit keuken en bediening. Bijvoorbeeld: mise-en-place klaarzetten, borden doorgeven, bestellingen opnemen of tafels indekken. Koppel steeds terug naar verantwoordelijkheid.

Waarom doe je niet de hele week alles voor?

A

Dan hoef je minder uit te leggen

B

Dan leert iemand sneller zelfstandig

C

Dan zijn er minder doelen nodig

D

Dan hoeft niemand te evalueren

Kernbegrippen: oefenen, verantwoordelijkheid en minder afhankelijk worden.

Wat kan er misgaan als je alles blijft voordoen?

Bespreek antwoorden als: leren door zelf te doen, verantwoordelijkheid nemen, begeleider ziet beter wat lukt en lastig is, minder afhankelijk worden van voordoen. Geen exact goede antwoorden nodig.

Eenvoudige feedbackstructuur

Gebruik bij feedback steeds drie stappen:


  1. Wat ging goed?

  2. Wat kan beter?

  3. Wat spreken we af?


Zo blijft feedback duidelijk, eerlijk en bruikbaar.

Houd het bewust eenvoudig voor mbo niveau 3. Het doel is niet theorie kennen, maar een bruikbaar stramien hebben voor in de praktijk.

Slechte en betere feedback

Niet handig

Je werkt echt veel te langzaam.


  • vaag

  • vooral negatief

  • geen uitleg

  • geen afspraak voor verbetering

Beter

Je werkplek zag er netjes uit en je producten waren goed voorbereid. Ik zag wel dat je meer tijd nodig had dan gepland. Morgen kijken we samen hoe je de werkzaamheden slimmer kunt organiseren.


  • benoemt wat goed ging

  • noemt 1 verbeterpunt

  • eindigt met een concrete afspraak

Laat studenten het verschil horen in toon en bruikbaarheid. Goede feedback is concreet, respectvol en gericht op de volgende stap.

Welke feedback past het best bij de 3 stappen?

A

Je bent niet handig genoeg

B

Netjes gewerkt, tempo kan beter, morgen oefenen we dit

C

Doe het morgen maar sneller

D

Prima, ga zo door

De goede optie bevat: wat ging goed, wat kan beter en een afspraak.

Maak de feedback compleet

Goede feedback benoemt eerst wat goed ging. Daarna noem je wat beter kan. Tot slot maak je een concrete afspraak voor de volgende werkdag.

goed ging
beter kan
afspraak
fout ging
controle
taak
mening

Laat studenten de vaste structuur hardop herhalen na het invullen.

Hoe maak je van slechte feedback betere feedback?

Verwacht verbeteringen zoals: concreet maken, iets positiefs noemen, respectvolle toon gebruiken, één verbeterpunt kiezen, afspraak toevoegen.

Kort voortgangsgesprek

  • Vraag hoe het werk wordt ervaren

  • Benoem wat goed gaat

  • Bespreek één verbeterpunt

  • Luister naar de medewerker

  • Maak samen een concrete afspraak

  • Sluit positief af

Noem dat een kort gesprek op de werkvloer vaak effectiever is dan veel losse opmerkingen tussendoor. Houd focus op één verbeterpunt.

Situatie in het gesprek

De nieuwe medewerker werkt al enkele dagen mee. Veel gaat goed. De medewerker:


  • vergeet regelmatig werkzaamheden

  • vraagt bijna nooit om hulp


Het gesprek draait dus om waarderen wat goed gaat, een verbeterpunt benoemen en een duidelijke afspraak maken.

Dit is de context voor het rollenspel. Je kunt voorbeelden geven uit keuken en bediening, zoals een taak vergeten op de checklist of niet aangeven dat iets nog onduidelijk is.

Rolverdeling en aandachtspunten

  • professionele toon

  • echt luisteren

  • ook iets positiefs noemen

  • verbeterpunt duidelijk maken

  • concrete afspraak formuleren

  • Student 1: begeleider

  • Student 2: nieuwe medewerker

  • Student 3: observator

Waar let je op?

Rollen

Laat studenten indien mogelijk een keer wisselen van rol. Zo ervaren ze zowel begeleiden als ontvangen van feedback.

Waar let jij als observator het meest op?

1

toon

2

luisteren

3

positief punt

4

verbeterpunt

5

afspraak

This item has no instructions

Wat bespreek je in zo'n kort voortgangsgesprek?

A

alle fouten van de week

B

alleen de planning

C

ervaring, pluspunt, verbeterpunt, afspraak

D

alleen wie schuldig is

Leg de nadruk op kort, professioneel en gericht op de volgende stap.

Weekplanning voor week 1

De weekplanning bevat minimaal:


  • 2 doelen voor de week

  • planning per werkdag

  • werkzaamheden per dag

  • iedere dag een speciale leeropdracht

  • wie de nieuwe medewerker begeleidt

  • welke andere collega aanspreekpunt is

Verwijs naar het al gemaakte werk uit eerdere lessen. Deze weekplanning bouwt voort op doelen en de planning van dag 1.

Zelfstandigheid zichtbaar maken

Laat in de planning duidelijk zien:


  • welke werkzaamheden eerst samen gaan

  • welke taken later met hulp worden gedaan

  • welke taken daarna onder controle worden uitgevoerd

  • welke werkzaamheden aan het eind zelfstandig mogen

  • hoe elke werkdag kort wordt geëvalueerd

Benadruk dat de opbouw zichtbaar moet zijn in de planning zelf, niet alleen mondeling. Studenten mogen dit bijvoorbeeld met woorden, symbolen of kleur aangeven.

Voorbeelden uit keuken en bediening

  • Keuken: snijwerk, mise-en-place, schoon werken, uitgifte controleren

  • Bediening: tafels indekken, gasten ontvangen, bestellingen opnemen, afrekenen

  • Koppel elke werkzaamheid aan een doel, een begeleider en een niveau van zelfstandigheid

Gebruik deze voorbeelden alleen als steunstof. Studenten moeten vooral voorbeelden uit hun eigen leerbedrijf of stage gebruiken.

Van planning naar begeleiding

Plannen → begeleiden → observeren → feedback geven → afspraken maken → opnieuw proberen


Een goede weekplanning is dus niet alleen een rooster. Het is een hulpmiddel om een nieuwe collega stap voor stap beter en zelfstandiger te laten werken.

Dit is de inhoudelijke samenvatting van de les. Verbind hier planning en feedback expliciet met elkaar.

Wat moet in een weekplanning zeker zichtbaar zijn?

A

alleen werkdagen

B

steeds meer zelfstandigheid

C

alleen pauzes

D

steeds dezelfde begeleiding

Toetst de kern van deze les: de opbouw van samen doen naar zelfstandig werken.

Vul de weekplanning aan

In een goede weekplanning koppel je werkzaamheden aan doelen. Je noteert wie de medewerker begeleidt en laat zien welke taken later zelfstandig mogen worden uitgevoerd. Aan het eind van de dag volgt een korte evaluatie.

doelen
begeleidt
zelfstandig
evaluatie
pauze
rooster
controleur
sneller

Sluit aan op slides 10 t/m 13: doelen, begeleiding, zelfstandigheid en evaluatie horen samen in de planning.

Wat neem jij mee uit deze les voor jouw stage of werk?

Reflectieve exit-ticket zonder fout/goed. Laat studenten kort terugkijken op wat zij meenemen naar stage of leerbedrijf.

Wat vond jij vandaag het lastigst om te oefenen?

Gebruik antwoorden om te zien waar nog extra oefening nodig is: plannen, gesprek voeren, feedback geven of afspraken maken.

Begrippen

inwerkplan - plan waarmee een nieuwe medewerker stap voor stap wordt ingewerkt

weekplanning - overzicht van doelen, werkzaamheden en begeleiding voor een werkweek

werkzaamheid - taak of handeling die iemand tijdens het werk uitvoert

doel - wat een nieuwe medewerker aan het eind van een periode moet kennen of kunnen

begeleider - collega die uitlegt, observeert en ondersteunt

feedback - terugkoppeling over wat goed gaat, wat beter kan en wat je afspreekt

voortgangsgesprek - kort gesprek over hoe het werk gaat en wat de volgende stap is

This item has no instructions