Français
V1 - Toets prep - Semaine 24
Français
V1 - Toets prep - Semaine 24
STARTKLAAR Challenge - Was je startklaar na 1 minute ?
Naturellement ! (Natuurlijk!)
Hmmm Startklaar ? Kesako ? (Wat ?)
Presque ! (bijna!)
Pas vraiment (Niet echt)
Pas du tout ! (Helemaal niet!)
CODE
BLANC
Fluisterend overlegen
De 3 geluidsniveaus
Parlez !
Chut...
écoutez !
Chuchotez !
CODE
BLEU
Helemaal still
CODE
BLANC
Fluisterend overlegen
CODE
ROUGE
Pratend overlegen
Toets prep (schrijven + grammatica)
Jezelf voorstellen in het Frans
Werkwoorden (in -ER en onreglamatig)
Wat moet je nog oefenen voor de toets van volgende week?
Slide text
1) Je kunt jezelf voorstellen in het Frans
2) je kunt een lijst maken van de Franse werkwoorden die je kent (en ze in eenvoudige zinnen vervoegen)
V1 - Toets prep - Semaine 24
Welke werkwoorden herinner je je nog van dit jaar? (bijvoorbeeld => habiter)
Onregelmatige werkwoorden
Er zijn 4 belangrijke onregelmatige Franse werkwoorden.
Welke ?
Geen regels, je moet die leren!
Drag and Drop (werkwoorden)
Regelmatig
in -ER
Onregelmatig
AVOIR = hebben
HABITER = wonen
ÊTRE = zijn
MANGER = eten
Onregelmatige werkwoorden
Die moet je gewoon leren !
Regelmatige -ER werkwoorden
Exemples
aimer
adorer
danser
détester
inviter
jouer
préparer
Werkwoorden in -ER => Hoe werkt dat?
DANSER
ER gaat weg! => ER
je dans_
tu dans__
il / elle dans_
nous dans___
vous dans__
ils / elles dans___
Voorbeeld oefening (zoals in de toets)
avoir - être - aller – faire (zet de werkwoorden in de juiste vorm !)
… du tennis. Zij doet
… un gâteau pour son anniversaire Zij maken
… au collège. Jullie zijn
… Timothée ? Jij bent
… un appartement à Paris Ik heb
… en France pour les vacances ! Zij gaat
7. … du shopping avec son papa. Hij doet
Is dat (werkwoorden) duidelijk en begrepen?
Wat weet jij al over jezelf voorstellen in het Frans?
(Schrijf minstens 3 zinnen)
Begroeten en je naam zeggen
Je m’appelle Madeleine. = Ik heet Madeleine. Je m’appelle Tintin. = Ik heet Kuifje.
Je leeftijd noemen
Aujourd'hui, c'est ton anniversaire !
(Les Minions en vidéo !)
____________________ ans.
= Ik ben dertien jaar.
13
_____________________ ans.
= Ik ben veertien jaar.
14
ATTENTION ! Kies je...
Je suis ? (Ik ben)
of
J'ai ? (Ik heb)
Waar woon jij?
___________ à Amsterdam.
= Ik woon in Amsterdam.
_____________ à Paris.
= Ik woon in Parijs.
Over je school en klas
Je ________________ au collège.
= Ik ga naar de middelbare school.
Je suis ____ _______________________
= Ik zit in de brugklas.
Mon école (collège
et lycée en France !)
Gezinsleden
Je suis fils / fille unique.
= Ik ben enig kind.
______________ = Ik heb een broer.
______________ = Ik heb een zus.
Wat zeggen Timothée et Pauline (Chalamet) ?
Timothée zegt ...
Pauline zegt ...
Heb je huisdieren?
J'ai ____________, ______________ et _____________________ !
Huisdieren
J’ai un chien. = Ik heb een hond.
J’ai un chat et deux chiens. = Ik heb een kat en twee honden.
J'ai un petit poisson rouge !
Il s'appelle six-sept !
Wat vind je leuk en niet leuk?
J’aime l’anglais.
Je déteste les maths
J'adore la biologie !
etc.
Meer hobby’s en voorkeuren
J’adore le sport (E.P.S.).
= Ik ben dol op gym.
Je n’aime pas la musique.
= Ik houd niet van muziek.
FAIRE (doen) | JOUER (spelen)
Je fais du hockey - Je fais du piano
Je joue au hockey - Je joue du piano
Wat draag je vandaag?
Spreek met je klasgenoten !
Aujourd’hui, je porte...
= Vandaag draag ik...
un jean bleu ... et ....
un tee-shirt blanc ...
des chaussures ....
une veste ...
un sac-à-dos ...
Franse afscheidsgroeten
Wat zeg je in het Frans ?
Au revoir!
... ?
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.