This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.
Items in this lesson
Welkom bij Nask
Wat heb je vandaag nodig? (spullencontrole)
Pen
Potlood
Geodriehoek
Rekenmachine
Nask schrift
Nask boek A
Slide 1 - Slide
Programma
Herhaling 4.1 (5 min)
Uitleg 4.2 (10 min)
Theorie 4.2 blz. 131 - 133 in Handboek lezen
opdrachten 4.2 maken (15 min)
Nakijken Opdrachten 4.1 + 4.2
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Video
Geef 2 voorbeelden van geleiders.
Slide 4 - Open question
Geef 2 voorbeelden van isolatoren.
Slide 5 - Open question
Welke onderdelen heb je nodig om een lampje te laten branden?
Slide 6 - Open question
Reken om: 285 mA = .... A
A
2850
B
28,5
C
0,285
D
285000
Slide 7 - Quiz
Leerdoelen 4.2
Je kunt een aantal spanningsbronnen noemen.
Je kunt de spanning berekenen als je batterijen in serie schakelt.
Je kunt beschrijven wat je nodig hebt om apparaten die op een lagere spanning werken op een stopcontact te kunnen aansluiten.
Je kunt van enkele veelvoorkomende spanningsbronnen aangeven of deze veilig of onveilig zijn.
Slide 8 - Slide
Slide 9 - Video
Slide 10 - Video
Slide 11 - Slide
4.2 Spanningsbronnen
Wat zijn spanningsbronnen?
Batterij
Accu
Stopcontact
Dynamo
Elke spanningsbron heeft zijn eigen spanning.
Spanning meet je in Volt, met een Voltmeter of spanningsmeter
stopcontact
netspaning
230 V
Slide 12 - Slide
Verschillende spanningsbronnen
stopcontact
netspanning
230 V
accu (auto)
24 V
1,5 V
3,0 V
0 tot 6 V
12 V
Slide 13 - Slide
Recyclen batterijen
Batterijen bevatten stoffen die schadelijk zijn voor het milieu (nikkel, kobalt, koper). Daarom horen baterijen bij kca (klein chemisch afval)
Herbruikbare batterijen zijn minder slecht voor het milieu. Waarom?
Slide 14 - Slide
Recyclen batterijen
Batterijen bevatten stoffen die schadelijk zijn voor het milieu. Daarom horen baterijen bij kca (klein chemisch afval)
Herbruikbare batterijen zijn minder slecht voor het milieu. Waarom? Ze gaan veel langer mee, je kunt ze steeds opnieuw opladen.
Je hebt een transformator nodig om veel apparaten (die op een lagere spanning werken) op het stopcontact te kunnen aansluiten.
Slide 15 - Slide
Spanning
Spanning (ballon)
Condensator: gedraagt zich net zo als een ballon.
Je kunt een condensator opladen door er lading in op te slaan. De spanning loopt dan op tot er geen lading meer bij kan.
Condensatoren worden veel gebruikt in elektronica om onderdelen te beschermen tegen snelle spanningsveranderingen.
Condensatoren zijn niet geschikt om er apparaten op te laten werken omdat het geen constante spanning levert. Als je een lampje aansluit op een condensator, geeft hij steeds minder licht en gaat al snel uit.
Slide 16 - Slide
Slide 17 - Slide
Waaruit bestaat een gesloten stroomkring?
A
spanningsbron-stroomdraden-lamp-
B
spanningsbron-lamp
C
spanningsbron-stroomdraden
D
spanningsbron
Slide 18 - Quiz
Wat is géén spanningsbron?
A
Stopcontact
B
Batterij
C
Accu
D
Lampje
Slide 19 - Quiz
welk onderdeel levert elektriciteit?
A
stroomdraden
B
spanningsbron
C
lamp
D
schakelaar
Slide 20 - Quiz
Ampère staat voor
A
spanning
B
druk
C
stroomsterkte
Slide 21 - Quiz
Eenheid van spanning
A
Ampere
B
Watt
C
Volt
Slide 22 - Quiz
Slide 23 - Slide
Slide 24 - Video
Stroom vervoert energie
Hoeveelheid energie hangt af
van de stroomsterkte (A)
van de spanning (V)
Spanning Stroom
pompt stroom vervoert energie
geeft energie
Slide 25 - Slide
Spanning en stroom
Stroom (A):
aantal tankauto's per uur
Spanning (V)
hoeveel benzine zit er
in de tankauto
Slide 26 - Slide
Batterijen in serie (pluspool van ene batterij tegen minpool van andere batterij leggen): spanning bij elkaar optellen
Slide 27 - Slide
In welke eenheid wordt de spanning gemeten?
Slide 28 - Open question
Hoe moet je batterijen schakelen zodat je de spanningen bij elkaar kunt optellen?
Slide 29 - Open question
6 batterijen van 1,5 V worden op de juiste manier in serie geschakeld. dit levert een spanning op van: