4.1 t/m 4.5

4.1 t/m 4.5

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorWiskundeMBOStudiejaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

4.1 t/m 4.5

4.1 Grootheid en eenheid, wat je moet kunnen?

  • Je kunt bij een situatie de grootheid herkennen en een handige eenheid gebruiken

  • Je kunt de voorvoegsels kilo- t/m -milli- gebruiken

Wil je iets meten? Dan gebruik je grootheden en eenheden

De grootheid is het kenmerk dat je meet

De eenheid is de maat waarin je meet. De eenheid staat bij het getal

Bijvoorbeeld, bij deze vrachtwagen horen verschillende grootheden en eenheden


4.2 Tijd en kalender, wat moet je kunnen?

  • Je kunt op een klok en in tekst aflezen hoe laat het is en daarmee een tijdsduur berekenen

  • Je kunt eenheden van tijd omrekenen

  • Je kunt een datum en een tijdsduur aflezen op een kalender

Klok aflezen

Welke klokken zijn er?

Hoeveel wijzers heeft een ... klok? Waar zijn de wijzers voor?


Hoe laat is het? In beide vormen?

Hoeveel seconden heeft een minuut?

Hoeveel kwartieren zitten er in een uur?

Hoeveel uren heeft een dag? En wat is een ander woord voor een dag?

Hoeveel weken zitten er in een kwartaal?

Hoeveel jaren zitten er in een eeuw?

4.3 Lengte, wat moet je kunnen?

  • je kunt eenheden van lengte omrekenen

  • je kunt een lengte schatten met referentiematen

Eenheden van lengte

Gebruik dit schema in de licentie, of de rekenkaart

7 meter = ... decimeter

30 hm = ... km

45 mm = ... cm

Referentiematen

  • breedte van een pink

  • lengte van een volwassen (Nederlandse) man

  • hoogte van een verdieping

  • lengte van een voetbalveld

  • lengte van Nederland


  • hoe hoog is dit gebouw ongeveer?


4.4 Temperatuur, wat moet je kunnen?

  • je kunt de temperatuur aflezen en deze vergelijken met een referentiemaat

  • je kunt rekenen met temperaturen, ook onder 0°C

Hoeveel verdiepingen moet Edwin naar beneden?

Edwin is op de 4e verdieping van het winkelcentrum. Hij pakt de lift om bij zijn auto te komen. Die staat op verdieping -2

Wat is een normale lichaamstemperatuur?

Wat is het vriespunt?

Wat is het kookpunt van water?

Rekenen met temperatuur

Als Bianca 's ochtends aankomt is de buitentemperatuur 17°C. In de skihal is het 25 graden kouder dan buiten.

Wat is de temperatuur in de skihal?

4.5 oefenen in thema

Slide tekst