4.1 t/m 4.5
4.1 t/m 4.5
4.1 Grootheid en eenheid, wat je moet kunnen?
Je kunt bij een situatie de grootheid herkennen en een handige eenheid gebruiken
Je kunt de voorvoegsels kilo- t/m -milli- gebruiken
Wil je iets meten? Dan gebruik je grootheden en eenheden
De grootheid is het kenmerk dat je meet
De eenheid is de maat waarin je meet. De eenheid staat bij het getal
Bijvoorbeeld, bij deze vrachtwagen horen verschillende grootheden en eenheden
4.2 Tijd en kalender, wat moet je kunnen?
Je kunt op een klok en in tekst aflezen hoe laat het is en daarmee een tijdsduur berekenen
Je kunt eenheden van tijd omrekenen
Je kunt een datum en een tijdsduur aflezen op een kalender
Klok aflezen
Welke klokken zijn er?
Hoeveel wijzers heeft een ... klok? Waar zijn de wijzers voor?
Hoe laat is het? In beide vormen?
Hoeveel seconden heeft een minuut?
Hoeveel kwartieren zitten er in een uur?
Hoeveel uren heeft een dag? En wat is een ander woord voor een dag?
Hoeveel weken zitten er in een kwartaal?
Hoeveel jaren zitten er in een eeuw?
4.3 Lengte, wat moet je kunnen?
je kunt eenheden van lengte omrekenen
je kunt een lengte schatten met referentiematen
Eenheden van lengte
Gebruik dit schema in de licentie, of de rekenkaart
7 meter = ... decimeter
30 hm = ... km
45 mm = ... cm
Referentiematen
breedte van een pink
lengte van een volwassen (Nederlandse) man
hoogte van een verdieping
lengte van een voetbalveld
lengte van Nederland
hoe hoog is dit gebouw ongeveer?
4.4 Temperatuur, wat moet je kunnen?
je kunt de temperatuur aflezen en deze vergelijken met een referentiemaat
je kunt rekenen met temperaturen, ook onder 0°C
Hoeveel verdiepingen moet Edwin naar beneden?
Edwin is op de 4e verdieping van het winkelcentrum. Hij pakt de lift om bij zijn auto te komen. Die staat op verdieping -2
Wat is een normale lichaamstemperatuur?
Wat is het vriespunt?
Wat is het kookpunt van water?
Rekenen met temperatuur
Als Bianca 's ochtends aankomt is de buitentemperatuur 17°C. In de skihal is het 25 graden kouder dan buiten.
Wat is de temperatuur in de skihal?
4.5 oefenen in thema
Slide tekst