oefenen voor de toets

Oefenen voor de toets

Learning objective

1 / 18
next
Slide 1: Slide
New lesson editorZorg en WelzijnSpeciaal OnderwijsLeerroute 3

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Oefenen voor de toets

Learning objective

Wat zijn omstandigheden die invloed hebben op je eetgewoontes.

A

Waar je bent geboren

B

Of je uit een dorp of stad komt

C

Hoe je bent opgevoed

D

hoe je heet

Wat zie je bij een Engels ontbijt

A

Spek

B

Hagelslag

C

Croissant

D

Yoghurt

Wat eten/drinken ze bij het Hindoeïsme NIET!

A

Alcohol

B

Ritueel geslachte koe

C

Varken

D

Melk

Wat eten Boeddhisten niet?

A

Uien

B

Tomaten

C

Wortel

D

Andijvie

Wat is een algemeen kenmerk van een energiebeperkt dieet

A

Minder koolhydraten

B

Minder suiker

C

Minder calorieen

D

Minder vet

Wat is een crash dieet?

A

shakes drinken

B

Jojo effect

C

Veel sporten

D

Heel snel, veel afvallen

Hoeveel procent minder energie/vet/suiker bevatten light producten?

A

10

B

30

C

20

D

40

Hoeveel kcal hebben mannen gemiddeld nodig per dag?

A

2500

B

1500

C

1000

D

2000

Je werkt in een sportschool. Voordat je een trainingsplan gaat maken voor Mevrouw Coolen meet je eerst haar BMI. Ze heeft een BMI van 33. Wat geeft dit aan?

A

Ze heeft ernstig overgewicht

B

Ze heeft ernstig ondergewicht

C

Ze heeft obesitas

D

Ze heeft anorexia

Wat zijn gezondheidsdeterminanten?

D.   Factoren voor een verantwoord voedingsgedrag.

A

Factoren die de gezondheidsdeterminanten

B

Factoren om stress te voorkomen

C

Factoren om hygienisch te werken

D

Factoren voor een verantwoord voedingsgedrag

Wat is de functie van een gen?

A

omgevingsfactoren beinvloeden

B

Erfelijke eigenschappen bepalen

C

voedingsgedrag beinvloeden

D

Fysieke gezondheid beinvloeden

Wat is de functie van een gen?

A


B

Answer B

C

Answer C

D

Answer D

Wat gebeurt er in het lichaam van iemand met diabetes? Gebruik de woorden bloedsuikerspiegel, glucosegehalte en insuline.

De bloedsuikerspiegel blijft niet op peil door een tekort aan het hormoon insuline. Daardoor is het glucosegehalte in het bloed te hoog. Om de bloedsuikerspiegel op peil te brengen moet er goed op het eten worden gelet en eventueel insuline worden geïnjecteerd.

A

Answer A

B

Answer B

C

Answer C

D

Answer D

Leg uit op welke manier het sociale netwerk van iemand invloed heeft op zijn of haar gezondheid.

A

Answer A

B

Answer B

C

Answer C

D

Answer D

Leg uit op welke manier het sociale netwerk van iemand invloed heeft op zijn of haar gezondheid.

Een soa kan worden overgedragen als beide mensen van een stel nooit vrijen met een ander en geen van beiden een soa hebben.

A

Juist

B

Onjuist

C

Answer C

D

Answer D

Voeg hier je vraag toe

A

Answer A

B

Answer B

C

Answer C

D

Answer D