Les 1 B1

Nederlands met de Klinker
1 / 32
next
Slide 1: Slide
BurgerschapISK

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

Items in this lesson

Nederlands met de Klinker

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen vandaag?

- Raad de naam van deze groente of fruit

-  Je gaat zelf vertellen wat je hebt gegeten vandaag

- De namen leren van verschillende groente en fruit

Slide 2 - Slide

Wat gaan we doen vandaag?

- Raad de naam van deze groente of fruit

-  Je gaat zelf uitleggen hoe je iets gekookt hebt

- De namen leren van verschillende groente en fruit

Slide 3 - Slide

Wat gaan we doen vandaag?

- Raad de naam van deze groente of fruit

-  Je gaat zelf stap voor stap uitleggen hoe je een recept maakt

- De namen leren van verschillende groente, fruit en kruiden

Slide 4 - Slide

Pastinaak
Rode biet
Prei
Spruitjes
Spitskool

Slide 5 - Drag question

Verleden tijd
Praten over vroeger:
Voltooide tijd: Ik heb gisteren met jou gepraat.
-> met hulpwerkwoord (hebben en zijn) en voltooid deelwoord

Verleden tijd: Ik werkte gisteren op school.
-> Bij regelmatige werkwoorden op het einde: -te(n) of - de(n)
-> veel onregelmatige werkwoorden

Slide 6 - Slide

Verleden tijd
Maak de stam:                              werken- werk        wonen-woon

Kijk naar de laatste letter. Zit die in softketchup?
Ja: + te of + ten                             werkte                werkten
Nee: + de of + den                       woonde              woonden


Slide 7 - Slide

Verleden tijd
zijn                                  hebben                             gaan
ik was                             ik had                                 ik ging
jij was                             jij had                                 jij ging
hij/zij/u was                 hij had                               hij ging
wij waren                      wij hadden                      wij gingen
jullie waren                  jullie hadden                  jullie gingen
zij waren                       zij hadden                       zij gingen

Slide 8 - Slide

Vroeger.... wij op vakantie naar Spanje.
A
gaat
B
hadden
C
gaan
D
gingen

Slide 9 - Quiz

Vroeger.... wij lang vakantie.
A
gaat
B
hadden
C
gaan
D
gingen

Slide 10 - Quiz

Ik... vorig jaar in Spanje.
A
ging
B
woont
C
woonde
D
gaat

Slide 11 - Quiz

Wij ... toen vaak door de bergen.
A
gingen
B
fietsten
C
woonden
D
hadden

Slide 12 - Quiz

Toen ik ouder was, ... wij verhuizen.
A
gingen
B
waren
C
wilden
D
hadden

Slide 13 - Quiz

Ik ... toen erg verdrietig.
A
had
B
ben
C
wilde
D
was

Slide 14 - Quiz

Toen we in Nederland ..., .... het best leuk.
A
hadden, was
B
verhuisden, waren
C
kwamen, was
D
miste, had

Slide 15 - Quiz

Instructie veel gebruikte zinnen

In de les zijn de volgende zinnen besproken, luister naar de zinnen om de uitspraak goed te horen. Zoek de woorden die je niet kent op en noteer deze op een blaadje.

Slide 16 - Slide

Instructie veel gebruikte zinnen

In de les zijn de volgende zinnen besproken, luister naar de zinnen om de uitspraak goed te horen. Zoek de woorden die je niet kent op en noteer deze op een blaadje.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

Slide 19 - Video

Slide 20 - Video

Slide 21 - Video

Slide 22 - Video

Slide 23 - Link

Slide 24 - Link

Slide 25 - Link

Bereid voor de volgende les het volgende voor


Opdracht A1 (spreken):
Schrijf op papier wat je donderdag gaat eten  en neem dit mee. Maak het in de verleden tijd en gebruik minimaal 3 zinnen. 

Slide 27 - Slide

Bereid voor de volgende les het volgende voor


Opdracht A2 (spreken):
Schrijf op papier wat je op dinsdag hebt gegeten en neem dit mee. Maak het in de verleden tijd en gebruik minimaal 3 zinnen. 

Slide 28 - Slide

Bereid voor de volgende les het volgende voor
Opdracht B1 (spreken):
Stap voor stap een recept uitleggen
● Kies een recept dat je hebt gemaakt.
● Schrijf 8–10 zinnen.
● Gebruik de voltooid verleden tijd.
● Noem hoeveelheden (gram, liter, stuks, lepels).
● Gebruik verbindingswoorden: eerst, daarna, vervolgens, ten slotte.

Slide 29 - Slide

Wat heb je gedaan deze les?

- De namen geraden van groente of fruit

-  Je gaat zelf vertellen wat je hebt gegeten vandaag

- De namen leren van verschillende groente en fruit

Slide 30 - Slide

Wat heb je gedaan deze les?

- De namen geraden van groente of fruit

-  Je gaat zelf uitleggen hoe je iets gekookt hebt

- De namen leren van verschillende groente en fruit

Slide 31 - Slide

Wat heb je gedaan deze les?

- De namen geraden van groente of fruit

-  Je gaat zelf stap voor stap uitleggen hoe je een recept maakt

- De namen leren van verschillende groente, fruit en kruiden

Slide 32 - Slide