BE omzetten naar Powerpoint 3 november 2025

Reader

Instructeursopleiding BE CE DE


Onderdeel 1a

1 / 38
next
Slide 1: Slide
New lesson editorRijopleidingMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3,5

This lesson contains 38 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Reader

Instructeursopleiding BE CE DE


Onderdeel 1a

Inhoudsopgave

Leerdoelen..........................................................................................................................3

Toetsmatrijs................................................................................................................. .......4

Bestuurder................................................................................................................... .......5

.. 5

Voertuig..............................................................................................................................6

Studievragen 20

Rijprocedure BE ................................................................................................................21

Studievragen rijprocedure BE 21

Wet- en regelgeving..........................................................................................................23

Studievragen wet- en regelgeving .....................................................36

2

Leerdoelen:

Bestuurder

  1. De rijinstructeur kan de specifieke technische handelwijzen beschrijven en toepassen die gelden voor het rijden met een aanhanger.

Hij kan beschrijven:

waar en wanneer stopblokken dienen te worden gelegd bij het aan- en afkoppelen van een aanhangwagen.

Voertuig

  1. De rijinstructeur kan de onderstaande aspecten met betrekking tot de functie, het onderhoud en de defectbehandeling ten aanzien van de aanhanger beschrijven:

de belangrijkste controlelampjes op het dashboard

de koppelingstypen en veiligheidcontroles voor het meevoeren van een aanhangwagen de voor- en nadelen van een sleepas

op welke wijze de moeren van een achtgatswiel moeten worden aangedraaid (aandraaien van de wielmoeren moet volgens kruislings patroon gebeuren om scheeftrekken van de velg te

voorkomen; vastzetten bij voorkeur met een momentsleutel)

de voor- en nadelen van luchtvering en de voordelen van centrale chassissmering oplooprem

losbreekreminrichting hulpkoppeling

verschillen in assen (middenas, tandemas, schamel-as)

hoe gecontroleerd dient te worden of het remsysteem aan de aanhanger/oplegger in goede staat verkeert.

Rijprocedure E bij B

  1. De kandidaat rijinstructeur voor de aanvullende categorie E achter B en E achter C/D kent de inhoud van de Rijprocedure E bij B en kan deze kennis toepassen.

Wet- en regelgeving

  1. De rijinstructeur kan de verkeerswetgeving beschrijven die een specifieke relevantie heeft voor het rijden met een aanhangercombinatie en hij kan deze kennis toepassen. Het gaat om de volgende regelgeving:

Reglement Rijbewijzen: art. 3, 5.1, 9, 15, 21, 22, 23, 25a, 33, 34, 35, 36, 53, 67, 67i, 70, 75, 75a,

76, 76a, 77.

3

Toetsmatrijs theorie van de rijtaak


De onderstaande tabel is de toetsmatrijs Daarbij is uitgegaan van een toets die 30 minuten duurt en 25 opgaven omvat. Om te slagen dienen er minimaal 18 vragen goed te zijn. De uitslag van het examen is 12 maanden geldig.


Certificaat E achter B en E achter C/D

4

5

  1. Bestuurder:


Gebruik stopblokken bij het aan-en afkoppelen van een aanhangwagen:

In sommige gevallen is het van belang om stopblokken te plaatsen. Dit dient in ieder geval te gebeuren in de volgende situaties:

  • Bij aanhangwagen laden lossen op helling

    • Bij aanhangwagen afkoppelen op helling

    • Bij afgekoppelde aanhangwagen zonder mechanische rem

De stopblokken dienen geplaatst te worden bij de wielen van de achterste as. De stopblokken moeten zowel aan de voorkant als aan de achterkant van dit wiel worden geplaatst.

Studievragen bestuurder:

  1. Wanneer worden wielkeggen, buiten het parkeren op een heuvel, bij voorkeur gebruikt?

  2. Hoeveel wielkeggen gebruiken we bij het afkoppelen en waar plaatsen we deze?

2. Voertuig:

De belangrijkste controlelampjes op het dashboard:

Het dashboard van een moderne bedrijfsauto geeft veel meer informatie dan van een personenauto. Dat moet ook, want er zitten veel meer systemen op een bedrijfsauto en die moeten allemaal bestuurd en bewaakt worden.

Gelukkig heeft u ze niet allemaal tegelijk in beeld. U kunt bij modern menuknoppen op het stuur kiezen wat u op het display wilt zien.

De werkplaats van de chauffeur


  1. Snelheidsmeter

  2. Toerenteller

  3. Brandstofmeter

  4. Oliedruk

  5. Motortemperatuur

  6. Luchtdruk kring 1

  7. Luchtdruk kring 2

  8. Boordcomputer display

6

7

8

9

Koppelingstypen voor het meevoeren van aanhangwagens:

We kennen drie soorten koppelingen: de kogel, vangmuil en schotel.

Kogelkoppeling:

De kogelkoppeling wordt gebruik bij lichtere aanhangwagens. Al dan niet voorzien van een oplooprem. Controleer deze aan de hand van de slijtage indicator op het moment dat de aanhangwagen is aangekoppeld. Staat deze in het groene vakje, dan is het goed. Na het aankoppelen de steunpoot weer omlaag draaien kijken of de aanhangwagen vast blijft zitten. Verder kunnen we door de remproef nog een extra controle uitvoeren.

De trekhaak wordt tijdens de APK gecontroleerd op slijtage en ook de aanhangwagenkoppeling wordt tijdens periodiek onderhoud gecontroleerd.

10

Vangmuilkoppeling:


Deze koppeling zit aan de achterste dwarsbalk van het chassis van de motorwagen. Deze moet het trekoog vangen dat aan de triangel van de aanhangwagen vastzit. Een belangrijk onderdeel van een vangmuil is de koppelingspen, die door een hefboom omhoog wordt getrokken en dan op scherp wordt gezet, zodra je de koppeling open zet wordt de muil vergrendeld. Zodra de triangel in de vangmuil stoot, schiet de pen omlaag, (door het trekoog). De triangel wordt nu automatisch gekoppeld aan de vangmuil. De voorwagen zit nu aan de aanhangwagen gekoppeld en de vangmuil kan ook weer meedraaien naar links en rechts. Let bij het aankoppelen dat de rode controlestift niet meer uitsteekt, is dat wel het geval dan zit de aanhangwagen niet veilig vast, u kunt dat oplossen door wat heen en weer rijden tot de stift er in zit. De koppelingspen is in het midden iets dikker en heeft altijd een zekere speling in het trekoog, maar deze mag echter niet te groot zijn, want dat geeft teveel stootbelasting op de koppeling. De vangmuilkoppeling en trekoog van de triangel worden tijdens de APK gecontroleerd op slijtage en op goede werking.

Zo ziet de vangmuil aan de vrachtauto eruit.

Dit is een kleinere uitvoering van een vangmuil.

11

Schotelkoppeling:

De schotelkoppeling wordt ook wel een opleggerkoppeling genoemd.

De oplegger/schotel koppeling maakt verbinding tussen de trekker (vrachtauto) en de oplegger (aanhangwagen). Deze koppeling zit door middel van een raamwerk op de trekker gemonteerd. Aan de achterzijde heeft de koppeling een zogenaamde zwaluwstaart om het aankoppelen te vergemakkelijken. Let er bij het aankoppelen op dat de oplegger op de rem staat, of dat je stopblokken gebruikt. Dit omdat anders de steunpoten door kunnen knikken.

Koppeling open

Koppeling gesloten

1 = sluithaak

2 = handgreep

3 = vergrendeling

4 = kingpin

Verder is het belangrijk om recht en rustig onder de oplegger te rijden en dat de koppeling net voor aankoppelen (met behulp van luchtvering) tegen de onder kant van de oplegger drukt (als de oplegger te hoog staat afgekoppeld ontstaat er vaak schade aan het binnen werk of de cabine). De koppeling sluit van zelf.

Als de kingpin die onder de oplegger zit, vastgeklikt is in de schotel, controleren of de oplegger goed vast- zit door voorzichtig naar voren proberen te rijden. Hierna worden de luchtslangen aangekoppeld (rood voorraadslang en geel commandoleiding) en de verlichting en ABS-stekkers.

Handgreep controleren of deze in de ruststand is gekomen en vergrendelen met een haak of hangslot. Steunpoten indraaien (in 2 standen mogelijk) tot bovenaan. Luchtveringkraan en verlichting en lading (vastzetten) controleren. Eventueel stopblokken verwijderen. Zowel de koppeling als de kingpin worden bij de APK gecontroleerd. De koppeling op te veel speling en slijtage en de kingpin op slijtage. En om bv het inrijden van laadputten mogelijk te maken kan de schotel van de koppeling naar voren en naar achteren scharnieren.

12

Afkoppelen oplegger:

Het afkoppelen van de schotelkoppeling.

Goede locatie kiezen. Eventueel stopblokken plaatsen. Steunpoten uitdraaien tot de grond, (eventueel 2 standen). Vergrendeling verwijderen, handgreep open trekken. Bij zware vracht luchtvering oplegger laten zakken. Slangen en kabels los nemen. Rustig onder weg rijden.

Schotelkoppeling op een chassis

Kingpin onder een oplegger

Sleep-as:


Een sleep-as is een niet aangedreven achteras van een vrachtauto of autobus. Een sleep-as wordt gebruikt om enerzijds het laadvermogen te vergroten (door de as te laten zakken) maar anderzijds het wringen in bochten van twee achterassen zo veel mogelijk te beperken (door de as omhoog te trekken bij lege ritten) Bij een niet sturende as wordt gesproken over een sleep-as, bij een meesturende as wordt gesproken over een voor- of naloopas. Bevindt de as zich voor de aangedreven as dan is het een voorloopas, bevindt de as zich na de aangedreven as dan spreekt men over een naloopas. De sleepas is meestal uitgevoerd met een enkel-lucht band. Dit is nodig om plaats te maken voor het liftsysteem of om de nodige stuuruitslag te verkrijgen.

Aandraaien van wielbouten van wielen:

In elk instructieboekje staat precies omschreven hoe de wielen van het betreffende merk moeten worden verwisseld en ook met welk aanhaalmoment de wielbouten moeten worden vastgezet, (ongeveer 650 NM).

Belangrijk is dat de wielbouten kruislings worden vastgezet volgens afbeelding.

Na 50 tot 100 kilometer te hebben gereden met een gewisseld wiel dienen de wielbouten te worden nagetrokken; dat bij voorkeur gebeurd met een momentsleutel. Daarna moeten de wielbouten regelmatig worden gecontroleerd.

13

Luchtvering:

Luchtvering is tegenwoordig niet meer weg te denken uit de bedrijfsauto branche. Dit komt omdat het heel veel voordelen heeft. Het is lichter van gewicht dan paraboolveren of bladveren, een belangrijk item in het transport.

Voordelen van luchtvering

Meer comfort

Luchtvering compenseert oneffenheden in het wegdek waardoor er minder energie ontstaat (trillingen) en daardoor meer comfort voor de chauffeur. Ook voor het vervoeren van kostbare

ladingen, deze blijft beter op de plaats staan, waardoor er minder schades aan de lading

ontstaan, wat natuurlijk de verkeersveiligheid ten goede komt. De banden van de vrachtauto blijven beter het wegdek volgen en verkorten daardoor de remweg bij een noodstop. De hedendaagse vrachtauto is voorzien van lucht- geveerde cabine en lucht-geveerde stoelen.

Regelbare laadvloerhoogte

Een ander voordeel van luchtvering is dat je van de vrachtauto de chassis hoogte kan veranderen. Dit heeft grote voordelen bij het laden en het lossen van goederen, het op en afzetten van afzetbakken of het aan en afkoppelen van opleggers ed.

Meer stabiliteit

Het luchtveersysteem heeft een geïntegreerde stabilisator waardoor de stabiliteit van het voertuig wordt vergroot.

Betere wegligging

Bij het luchtveringsysteem wordt een bijpassende set dempers geleverd. Daarmee krijgt het

voertuig een betere wegligging en wordt het koers vaster. Door de verbeterde wegligging treedt er minder bandenslijtage op.

Constante rijhoogte

De elektronische rijhoogteregeling zorgt ervoor dat het voertuig altijd de optimale rijhoogte


Een constante rijhoogte heeft tevens een positieve invloed op het brandstofverbruik.


Naast de standaard luchtvering zijn er diverse opties leverbaar, zoals een hotelschakeling waarmee het luchtveersysteem, naast de bediening op het dashboard, ook bediend kan worden vanaf iedere andere gewenste plaats, (bijv. vanaf de achterzijde).


Er zijn ook nadelen: denk bijvoorbeeld aan luchtlekkages, met als gevolg het onnodig luchtdraaien daardoor. Of de chauffeur vergeet de auto in de rijstand te zetten met alle gevolgen van dien. Het heeft ook een ander bijeffect; chauffeurs kunnen door het comfort harder gaan rijden, waardoor het kantelen nog al eens voorkomt. Sommige chauffeurs die bladveren gewend zijn, kunnen het gevoel met het voertuig kwijt zijn, in het bijzonder als de auto rondom, en de cabine en de stoel lucht- geveerd is. Het is tevens een kwetsbaarder systeem dan conventionele bladveren.

Luchtvering kan vanuit de cabine aan gepast worden

Luchtbalg

14

Centrale chassissmering:

Een centraal smeersysteem of volautomatische smeersysteem is ontworpen en getest om jarenlang optimaal te functioneren met een minimum aan controle en onderhoud. Deze smeert onder andere de draaipunten van fusees en de schotelkoppeling.

Voordeel: een centraal smeersysteem vergeet nooit een smeerpunt. Ook niet tijdens moeilijke weersomstandigheden, grote werkbelasting en gevaarlijke werkomstandigheden. Andere voordelen zijn: verminderen van slijtage, reduceren onderhoudskosten, verhogen van de levensduur van de lagers, verhogen van de bedrijfszekerheid.

Nadelen van het vol automatisch smeersysteem: Het smeert niet de tussenas, aanschafkosten, er blijft onderhoud nodig, en extra gewicht van het systeem om mee te nemen, het systeem kan ook stuk.

Oplooprem:

Een oplooprem is een rem die op een aanhangwagen gemonteerd is en die in werking treedt als er een negatieve trekkracht op de dissel ontstaat. Dit is het geval wanneer de trekkende auto remt, maar ook als de aanhangwagen door een andere oorzaak op de auto inloopt (bijvoorbeeld bij een afdaling). Een mechanische constructie in de dissel zal op dat moment de rem aantrekken. Een oplooprem voorkomt dat de massa van de aanhanger de auto opduwt. Het mechanisme dient regelmatig te worden gecontroleerd en goed te worden afgesteld.

15

Losbreekreminrichting / hulpkoppeling:


Om een aanhangwagen deugdelijk te bevestigen is het verplicht gebruik te maken van een losbreekreminrichting of een hulpkoppeling. Deze bevestigingen gaan in werking treden in het geval de aanhangwagen los komt van het trekkend voertuig. Het is verplicht een losbreekreminrichting te gebruiken bij aanhangwagens met een totale maximum massa vanaf 1500 kg. Tot 1500 kg kan de hulpkoppeling gebruikt worden maar ook de losbreekreminrichting is mogelijk. Het is echter verboden om beide voorzieningen tegelijk te gebruiken.

De losbreekreminrichting bestaat uit een dunne staalkabel die de verbinding legt tussen de handrem van de aanhangwagen en een oogje naast de trekhaag van het trekkende voertuig. Op het moment dat de aanhangwagen los komt van het trekkende voertuig wordt via het dunne staalkabeltje de handrem van de aanhangwagen aangetrokken en de rem van de aanhangwagen in werking gesteld. De druk op het staalkabeltje wordt dan te groot en deze zal breken, de aanhangwagen is nu dus los van het trekkende voertuig en remt zelfstandig.

De hulpkoppeling werkt niet als rem. Het is een dikkere staalkabel in de vorm van een lus. Zoals de naam al aangeeft is het een "hulp" koppeling. De kabel neemt de koppeling van het trekkend voertuig over als de trekhaak afbreekt. De kabel moet worden bevestigd om twee "haken" die vlak boven elkaar zitten naast de trekhaak. De kabel moet tussen deze twee haken worden gemanoeuvreerd. Als de aanhangwagen los komt van de van de trekhaak zal de aanhangwagen door middel van deze kabel achter de auto blijven hangen. De kabel moet een dusdanige lengte hebben dat de dissel van de aanhangwagen de grond niet kan raken. Het beste is om de kabel zo kort mogelijk te hebben zodat de neus van de dissel niet de grond in kan "steken" met het gevolg dat de aanhangwagen over de kop slaat.

De kabels van de losbreekreminrichting en de hulpkoppeling mogen niet los om de trekhaak worden gelegd. Mocht de trekhaak afbreken is dat ter hoogte van de knop van de trekhaak. Op dat moment zal ook de verbinding van de losbreekreminrichting of de hulpkoppeling met het trekkend voertuig verbreken zonder dat een van beide hun werking kunnen uitvoeren. Het is dus van zeer groot belang dat de losbreekreminrichting en de hulpkoppeling op de juiste wijze worden geborgd.

16

17

Middenas aanhangwagen:

Een middenasaanhangwagen wordt via zijn dissel aan de trekhaak of vangmuilkoppeling van een (vracht)wagen gekoppeld. Deze trekhaak staat diep onder de vrachtwagen en wordt dikwijls uitgerust met een afstandsbediening. Hij heeft 1 tot 3 assen in het midden onder het zwaartepunt. Omdat tijdens het rijden over een drempel de druk op de koppeling niet constant is heeft deze aanhanger niet het beste rijgedrag, maar er zijn uiteraard ook voordelen aan verbonden.


Voordelen

  • meer laadruimte dan bij een trekker-opleggercombinatie

  • vergeleken met de autonome aanhangwagen gemakkelijk achteruit te rijden


Nadelen

  • onder sommige omstandigheden kan de aanhanger gaan wippen en instabiel worden.

  • het zwaartepunt van de lading moet altijd in het midden van de aanhanger zitten om gevaarlijke situaties te voorkomen



Tandem as aanhangwagen

Een tandem as is combinatie van twee of meer assen, evenwijdig gelegen op een onderlinge afstand van minder dan 1,80 m

De naam tandemas wordt gebruikt voor twee, evenwijdig achter elkaar liggende, assen van (motor) voertuigen, aanhangwagens en opleggers. Volgens de Nederlandse wet[1] dient de afstand tussen de

assen minder te bedragen dan 180 cm. (gemeten van hart tot hart) Indien dit getal groter is wordt

gesproken van afzonderlijke, enkele assen.

Per as kunnen deze voorzien zijn van enkele- of dubbele banden.


Voordelen

  • Betere verdeling van het voertuiggewicht met als gevolg een lagere as- en wieldruk.

  • Betere grip in het terrein. (bij toepassing van enkelluchtbanden)

  • Hoger laadvermogen.


Nadelen

  • In geval beide assen aangedreven worden, moet er een extra langs- differentieel worden toegepast, om de verschillende omloopsnelheden van de wielen te compenseren.

  • Hogere bandenslijtage en hogere belasting van de wiellagers door wringen in bochten.

  • Hoger brandstofverbruik als gevolg van hogere rolweerstand.

  • De toename van het laadvermogen is beperkt, omdat het gewicht van de extra as en eventueel differentieel het eigengewicht van het voertuig aanzienlijk verhoogt.

  • Dure constructie.

Schamelas aanhangwagen:

De autonome aanhangwagen (ook wel schamel genoemd) is een aanhanger die aan beide eindes van de aanhanger één of meerdere assen heeft. Zo kan deze op zichzelf (autonoom) stabiel blijven staan, ongeacht de verdeling van de lading. De aanhanger wordt aan een trekkend voertuig (motorwagen/bakwagen) gekoppeld met een vangmuilkoppeling. Een sleepoog zit via een triangel gekoppeld aan de voorste as(sen), deze assen draaien met een draaikrans onder de aanhanger en zo wordt er gestuurd. Bij het achteruit rijden met een autonome aanhangwagen moet er rekening gehouden worden met twee draaipunten, het sleepoog in de vangmuilkoppeling en de draaikans kunnen scharnieren.


Het laadvermogen van een autonome aanhanger wordt bepaald door het aantal assen en het laadvermogen per as. Doordat de voorste en achterste assen ver van elkaar verwijderd zijn, is de aanhanger erg stabiel en doordat de triangel of dissel van hoogte kan veranderen zonder dat de aanhanger kantelt blijft druk op de koppeling constant. Hierdoor is het wettelijk laadvermogen veel hoger dan bij een middenasaanhangwagen met gelijke assen.


Voordelen

  • hoog laadvermogen

  • stabiel rijgedrag

  • meer laadruimte dan bij trekker met oplegger van zelfde hoogte en breedte


Nadelen

  • duur in aanschaf door de draaikrans

  • achteruit rijden vereist veel kunde en inzicht van de chauffeur gezien de twee draaipunten.

Controle staat van het remsysteem van een aanhangwagen / oplegger:

U controleert of de volgwagen rem actief is. Dit kunt u doen door langzaam te rijden en dan rustig te remmen, dan voelt u of de aanhangwagen geremd is of doorduwt. In sommige voertuigen zit een knop, de zogenaamde volgwagenrem, die u kunt induwen, waarmee u de wielen van de aanhangwagen kunt remmen.

18

19

20

Studievragen voertuig:

  1. Wat is de functie van de losbreekreminrichting?


  1. Wat is de functie van de kabel van de hulpkoppeling?


  1. Er is een storing in het luchtsysteem van de aanhangwagen. Welke kring is dit?


  1. Op welke wijze dienen wielbouten te worden aangedraaid?


  1. Na hoeveel kilometer dienen de wielbouten van een verwisseld wiel te worden gecontroleerd?


  1. Wat is het verschil tussen gele en rode waarschuwingslampen op het dashboard?


  1. Welke soorten koppelingstypen voor aanhangwagens kennen we?


  1. Hoe kunnen we bij een vangmuilkoppeling visueel controleren of de aanhangwagen goed vast zit?


  1. Waar dienen de rode en gele luchtslangen voor die we na het aankoppelen bevestigen?


  1. Wat zijn de voordelen van een sleep-as?


  1. Wat zijn de voor-en nadelen van luchtvering?


  1. Waarom wordt centrale chassissmering toegepast?


  1. Waarom mag de kabel van de hulpkoppeling niet los om de trekhaak worden gelegd?


  1. Wat is het verschil tussen een middenas en een schamelas aanhangwagen?


  1. Hoe kunnen we het remsysteem van een aanhangwagen/oplegger controleren?

21

3. Rijprocedure E achter B en E achter C/D:

De kandidaat rij-instructeur voor de aanvullende categorie E achter B en E achter C/D kent de inhoud van de Rijprocedure en kan deze kennis toepassen.

In verband met auteursrechten wordt u op de cursus een rijprocedure E achter B uitgereikt. Het zal duidelijk zijn dat gezien het aantal vragen, die uit de rijprocedure worden gesteld, dit onderdeel goed door u moet worden bestudeerd.

Ook onderwerpen als specifieke gedragingen met betrekking tot de categorie E achter B en E achter C/D staan in de rijprocedure, en worden bij deze voertuigen specifiek gevraagd.

Studievragen rijprocedure BE:

  1. Wanneer zijn de spiegels goed afgesteld?

  2. Waarom is de keuze van de juiste versnelling van belang?

  3. Waar houden we rekening mee mbt het remmen van een combinatie?

  4. Wat zijn de verschillen tussen het rijden met B en het rijden met een combinatie?

  5. Waar houden we rekening mee als we rijden met een combinatie?

  6. Waardoor kan de stabiliteit van andere voertuigen negatief beinvloed worden als we rijden met een combinatie?

  7. Waarom beginnen we eerder met snelheid verminderen als we met een combinatie rijden?

  8. Waarom is het niet altijd mogelijk om op het wegdek aangebrachte verkeerstekens op te volgen?

  9. Waarom dienen we de snelheid zodanig te regelen dat we zo min mogelijk hoeven te stoppen?

  10. Wat beperkt ons zichtveld vanuit het lesvoertuig?

  11. Wat controleren we bij het wegrijden?

  12. Welke weggebruikers houden we met name goed in de gaten bij het wegrijden?

  13. Waarom dienen we regelmatig in de linker- en rechter buitenspiegel te kijken?

  14. Waar houden we rekening mee bij het zoveel mogelijk rechts houden?

  15. Hoe lossen we het tegenmoetkomen op van een groot voertuig op een smalle weg?

  16. Wat bepaalt een verantwoorde snelheid?

  17. Wanneer controleren we het uitzwenken van de achteroverbouw van de aanhangwagen?

22

  1. Waarom dienen we de voertuigcombinatie recht te houden als we stoppen?

  2. Wat is bepalend bij het al dan niet stoppen voor een geel verkeerslicht?

  3. Waarom volgen we ingehaalde (brom)fietsers in de buitenspiegel?

23

  1. Wet- en regelgeving:

Reglement Rijbewijzen:

Artikel 3:


Voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorieën C1, C, D1, D, E en T is geen rijbewijs vereist bij het uitvoeren van de van het praktijkexamen deel uitmakende bijzondere verrichtingen voor zover het motorrijtuig daarbij niet onder toezicht wordt bestuurd:


  1. gedurende de tijd dat aan de bestuurder rijonderricht in de zin van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 wordt gegeven in het kader van de opleiding voor het praktijkexamen voor een van die rijbewijscategorieën, en

    1. tijdens het praktijkexamen.

Artikel 5.1:


1. Voor het besturen van motorrijtuigen gelden de volgende minimumleeftijden:


  1. voor de rijbewijscategorie B en E bij B: 18 jaren;


  1. voor de rijbewijscategorie C1 en E bij C1: 18 jaren;


  1. voor de rijbewijscategorieën C en E bij C, indien betrokkene niet tevens in het bezit is van het getuigschrift van vakbekwaamheid: 21 jaren;

i .voor de rijbewijscategorieën C en E bij C, indien betrokkene tevens in het bezit is van het getuigschrift van vakbekwaamheid: 18 jaren;

  1. voor de rijbewijscategorieën D1 en E bij D1, indien betrokkene niet tevens in het bezit is van het getuigschrift van vakbekwaamheid: 21 jaren;

  2. voor de rijbewijscategorieën D1 en E bij D1, indien betrokkene tevens in het bezit is van het getuigschrift van vakbekwaamheid: 18 jaren;

  3. voor de rijbewijscategorieën D en E bij D, indien betrokkene niet tevens in het bezit is van het getuigschrift van vakbekwaamheid: 24 jaren;


  1. voor de rijbewijscategorieën D en E bij D, indien betrokkene tevens in het bezit is van het getuigschrift van vakbekwaamheid: 21 jaren.

24

Artikel 9:


  1. Bij het geven van rijonderricht in de zin van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 in het kader van de opleiding voor het praktijkexamen voor rijbewijs C1, C, D1, D of E dient te worden voldaan aan de volgende eisen:

    1. het motorrijtuig waarmee rijonderricht wordt gegeven, dient te zijn voorzien van inrichtingen die zo zijn aangebracht dat degene die rijonderricht geeft, daarmee de bedrijfsrem en, indien het een motorrijtuig met handschakeling betreft, de koppeling vanaf zijn zitplaats doeltreffend kan bedienen;

    2. het motorrijtuig waarmee rijonderricht wordt gegeven, dient te zijn voorzien van twee of meer buitenspiegels, of een camera-monitorsysteem(en) waarmee degene die rijonderricht geeft het rechts en links naast en achter hem gelegen weggedeelte kan overzien;

    3. het motorrijtuig waarmee rijonderricht wordt gegeven, dient te zijn voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde aanduiding, aangebracht op de wijze als bij die regeling is voorgeschreven;

    4. degene aan wie rijonderricht wordt gegeven in het kader van de opleiding voor het praktijkexamen voor rijbewijs C1, C, D1 of D, dient in het bezit te zijn van een rijbewijs B dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur;

    5. degene aan wie rijonderricht wordt gegeven in het kader van de opleiding voor het praktijkexamen voor rijbewijs E, dient in het bezit te zijn van een rijbewijs dat geldig is voor het besturen van het trekkende motorrijtuig, al dan niet voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering waaruit blijkt dat de houder van dat rijbewijs het praktijkexamen heeft afgelegd in een motorrijtuig met automatische schakeling, dat hetzij nog geldig is, hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur;

  2. Het eerste lid, onderdelen d en e, geldt niet voor degene die rijonderricht ontvangt in het kader van een op het beroep van chauffeur goederenvervoer gerichte beroepsopleiding als bedoeld in

de Wet educatie en beroepsonderwijs en voor degene die rijonderricht ontvangt met het oog op de aanvraag van een rijbewijs als bedoeld in artikel 42b.

  1. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, wordt met een rijbewijs B gelijk gesteld een geldig rijbewijs B, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland.

  2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel e, wordt met een rijbewijs dat geldig is voor het besturen van het trekkende motorrijtuig gelijkgesteld een door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland afgegeven rijbewijs dat geldig is voor het besturen van het trekkende motorrijtuig.

  3. Degene die rijonderricht ontvangt met het oog op een aanvraag als bedoeld in artikel 42b, eerste lid, dient in het bezit te zijn van een verklaring als bedoeld in artikel 42b, tweede lid, onderdeel b.

25

Artikel 15:


Rijbewijzen worden afgegeven voor het besturen van de volgende categorieën van motorrijtuigen:


k. motorrijtuigen van een van de rijbewijscategorieën B, C1, C, D1 of D voor het besturen waarvan de bestuurder in het bezit is van een rijbewijs, met een andere aanhangwagen of oplegger dan op grond van dat rijbewijs mag worden voortbewogen (rijbewijs E), mits:


I. in het geval van een motorrijtuig van de rijbewijscategorie B

1°. de toegestane maximum massa van de aanhangwagen of oplegger niet meer bedraagt dan 3500 kg, dan wel


2°. de toegestane maximum massa van de oplegger of middenasaanhangwagen meer bedraagt dan 3500 kg, mits:


  1. de toegestane maximumlast onder de koppeling van de oplegger of middenasaanhangwagen niet meer bedraagt dan het verschil tussen de toegestane maximum massa van het trekkend motorrijtuig en de massa in rijklare toestand, bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, van het trekkend motorrijtuig, en

  2. de toegestane maximum aslast respectievelijk de som van de toegestane maximum aslasten van de oplegger of middenasaanhangwagen niet meer bedraagt dan 3500 kg;

II. in het geval van een motorrijtuig van de rijbewijscategorie C1 de toegestane maximum massa van het samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen of oplegger niet meer bedraagt dan

12.000 kg,

5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel k, onder I, wordt onder de rijbewijscategorie B mede begrepen het samenstel van een motorrijtuig van die categorie en een door dat motorrijtuig voortbewogen aanhangwagen of oplegger waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 750 kg, waarbij de toegestane maximum massa van het samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen of oplegger meer bedraagt dan 3.500 kg, maar niet meer bedraagt dan 4.250 kg en het rijbewijs van de bestuurder is voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering waaruit blijkt dat de houder is geslaagd voor het examen dat de bevoegdheid geeft tot het besturen van zo'n samenstel.

6. In afwijking van het eerste lid, onderdeel k, onder II, wordt onder de rijbewijscategorie E bij C1 mede begrepen een motorrijtuig van de rijbewijscategorie B met een aanhangwagen of oplegger waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 3500 kg, mits de toegestane maximum massa van het samenstel niet meer bedraagt dan 12.000 kg.

26

Artikel 21:

  1. Aan de aanvrager van een rijbewijs, die blijkens de ten behoeve van hem in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid het praktijk-examen voor de rijbewijscategorie E heeft afgelegd met een aanhangwagen, voortbewogen door een trekkend motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs B is vereist, wordt een rijbewijs E afgegeven dat slechts geldig is voor het voortbewegen van een aanhangwagen of oplegger indien deze wordt voortbewogen door een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs B is vereist.

  2. In afwijking van het eerste lid wordt desgevraagd aan degene die blijkens de ten behoeve van hem in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie E heeft afgelegd met een aanhangwagen, voortbewogen door een trekkend motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs B is vereist, een rijbewijs B afgegeven dat slechts geldig is voor het besturen van een samenstel van een trekkend motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs B is vereist en een aanhangwagen of oplegger waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 750 kg, en de toegestane maximum massa van het samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen of oplegger meer bedraagt dan 3500 kg, maar niet meer bedraagt dan 4250 kg. In het rijbewijs is dit aangeduid met een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.

Artikel 22:

  1. Aan de aanvrager van een rijbewijs die blijkens de ten behoeve van hem in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie E heeft afgelegd met een aanhangwagen, voortbewogen door een trekkend motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs C1 is vereist, wordt een rijbewijs E afgegeven dat geldig is voor het voortbewegen van een aanhangwagen of oplegger indien deze wordt voortbewogen door een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs B of C1 is vereist.


  1. Aan de aanvrager van een rijbewijs, die blijkens de ten behoeve van hem in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie E heeft afgelegd met een aanhangwagen, voortbewogen door een trekkend motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs C is vereist, wordt een rijbewijs E afgegeven dat geldig is voor het voortbewegen van een aanhangwagen of oplegger, indien deze wordt voortbewogen door een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs B, C of C1 is vereist en, indien de aanvrager in het bezit is van een rijbewijs D, voor het voortbewegen van een aanhangwagen indien deze wordt voortbewogen door een motorrijtuig voor het besturen waarvan rijbewijs D is vereist.

27

Artikel 23:

  1. Aan de aanvrager van een rijbewijs die blijkens de ten behoeve van hem in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie E heeft afgelegd met een aanhangwagen, voortbewogen door een trekkend motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs D1 is vereist, wordt een rijbewijs E afgegeven dat geldig is voor het voortbewegen van een aanhangwagen indien deze wordt voortbewogen door een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs D1 is vereist respectievelijk een aanhangwagen of oplegger indien deze wordt voortbewogen door een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs B is vereist.

  2. Aan de aanvrager van een rijbewijs, die blijkens de ten behoeve van hem in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie E heeft afgelegd met een aanhangwagen, voortbewogen door een trekkend motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs D is vereist, wordt een rijbewijs E afgegeven dat geldig is voor het voortbewegen van een aanhangwagen indien deze wordt voortbewogen door een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs D of D1 is vereist, respectievelijk een aanhangwagen of oplegger indien deze wordt voortbewogen door een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs B is vereist.

Artikel 25a:


  1. Behoudens de artikelen 123, 123a en 123b van de wet is een rijbewijs voor de categorieën AM, A1, A2, A, B, E bij B, of T, afgegeven aan een aanvrager die de leeftijd van

    1. 65 jaren nog niet heeft bereikt, geldig voor de duur van tien achtereenvolgende jaren, gerekend vanaf de in het rijbewijs vermelde datum van afgifte;

    2. 65 jaren doch nog niet die van 70 jaren heeft bereikt, geldig vanaf de in het rijbewijs vermelde datum van afgifte tot de dag waarop hij de leeftijd van 75 jaren bereikt;

    3. 70 jaren heeft bereikt, geldig voor de duur van vijf achtereenvolgende jaren, gerekend vanaf de in het rijbewijs vermelde datum van afgifte.


  1. Behoudens de artikelen 123, 123a en 123b van de wet is een rijbewijs voor de categorieën C1, E bij C1, C, E bij C, D1, E bij D1, D en E bij D, geldig voor de duur van vijf achtereenvolgende jaren, gerekend vanaf de in het rijbewijs vermelde datum van afgifte.



  1. In afwijking van het eerste en tweede lid is een rijbewijs, afgegeven aan degene die naar verwachting op grond van zijn lichamelijke of geestelijke geschiktheid voor een beperkte termijn geschikt zal zijn voor het besturen van motorrijtuigen, geldig vanaf de in het rijbewijs vermelde datum van afgifte tot de dag waarop de termijn waarvoor de houder naar verwachting geschikt zal zijn voor het besturen van motorrijtuigen, verstrijkt.

Artikel 33:

  1. Bij de aanvraag van een rijbewijs dienen de volgende bescheiden te worden overgelegd:

    1. een volledig ingevuld aanvraagformulier volgens bij ministeriële regeling vastgesteld model;

b I. een op naam van de aanvrager gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht,

II. een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, dan wel

III. indien de aanvrager niet in Nederland woonachtig is, een fotokopie van een van de onder I genoemde documenten.

c I. indien de aanvrager woonachtig is in Nederland en is ingeschreven aan een in Nederland gevestigde universiteit, school voor middelbaar, voortgezet of hoger beroepsonderwijs of andere school voor middelbaar, voortgezet of hoger onderwijs, een bewijs van inschrijving aan die universiteit of school;

II. indien aan de aanvrager die vreemdeling in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 is, op grond van diens hoedanigheid van of betrekking tot diplomatiek of consulair personeel dan wel op grond van diens hoedanigheid van of betrekking tot personeel in dienst van een in Nederland gevestigde internationale organisatie door Onze Minister van Buitenlandse Zaken een identiteitsbewijs voor geprivilegieerden is verstrekt, een fotokopie van dat bewijs;

III. indien de aanvrager lid is van een in het kader van het op 19 juni 1951 te Londen gesloten Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag, nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, in Nederland gelegerde krijgsmacht, lid is van de tot die krijgsmacht behorende civiele dienst of behoort tot het gezin van een lid van een krijgsmacht als hiervoor bedoeld of tot het gezin van een tot de civiele dienst van zodanige krijgsmacht behorende persoon, een door de betrokken basiscommandant ondertekende verklaring waaruit zulks blijkt.

d. een pasfoto van de aanvrager, die voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen.

2. Bij de aanvraag van een rijbewijs raadpleegt de met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteit de in de basisregistratie personen opgenomen persoonsgegevens van de aanvrager

28

Artikel 34:


  1. Indien aan de aanvrager nog niet eerder een rijbewijs is afgegeven, dient ten behoeve van hem in het rijbewijzen register te zijn geregistreerd:


  1. een verklaring van rijvaardigheid voor iedere rijbewijscategorie waarop de aanvraag betrekking heeft, waarbij de datum van registratie niet langer dan drie jaar vóór de aanvraag mag liggen;


  1. een verklaring van geschiktheid voor iedere rijbewijscategorie waarop de aanvraag betrekking heeft, waarbij de datum van registratie niet langer dan een jaar vóór de aanvraag mag liggen.


Artikel 35:


  1. Indien de aanvraag betrekking heeft op de vernieuwing van het eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs, dient bij de aanvraag aan de volgende vereisten te worden voldaan:


  1. behoudens de in artikel 33 genoemde bescheiden wordt tevens dat eerder afgegeven rijbewijs overgelegd;


  1. in het rijbewijzen register is ten behoeve van de aanvrager een verklaring van geschiktheid geregistreerd, waarbij de datum van registratie niet langer dan een jaar vóór de aanvraag mag liggen, indien


  1. de aanvraag mede betrekking heeft op een der rijbewijscategorieën C, C1, D, D1, E bij C, E bij C1, E bij D of E bij D1,


  1. de aanvrager de leeftijd van 75 jaren heeft bereikt,


  1. de aanvrager de leeftijd van 70 jaren heeft bereikt en in het bezit is van een rijbewijs waarvan de geldigheidsduur verstrijkt op of na de dag waarop hij de leeftijd van 75 jaren bereikt,


  1. blijkens een aantekening in het rijbewijzen register naar het oordeel van het CBR de registratie van een dergelijke verklaring noodzakelijk is op grond van de bij het CBR bekend zijnde gegevens met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de aanvrager, dan wel


  1. blijkens een door het CBR ingevolge artikel 124, tweede lid, van de wet in het rijbewijzen register aangebrachte aantekening de registratie van een dergelijke verklaring noodzakelijk is;


c. in het rijbewijzen register is ten behoeve van de aanvrager een verklaring van rijvaardigheid geregistreerd, waarbij de datum van registratie niet langer dan drie jaar vóór de aanvraag mag liggen, indien blijkens een door het CBR ingevolge artikel 124, tweede lid, van de wet in het rijbewijzen register aangebrachte aantekening een registratie van een dergelijke verklaring noodzakelijk is.


4. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing voor zover de aanvraag strekt ter vervanging van een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs van een of meer van de categorieën C, C1, D, D1, E bij C, E bij C1, E bij D en E bij D1, en de aanvraag uitsluitend verband houdt met de vermelding op het af te geven rijbewijs van een getuigschrift van vakbekwaamheid of een getuigschrift van nascholing.

29

5. Indien de aanvraag betrekking heeft op de vermelding op het af te geven rijbewijs van een getuigschrift van vakbekwaamheid dan wel een getuigschrift van nascholing, dient ten behoeve van de aanvrager in het rijbewijzen register een verklaring van vakbekwaamheid dan wel een verklaring van nascholing geregistreerd te zijn, waarbij de datum van registratie niet langer dan vijf jaren vóór de aanvraag mag liggen.

Artikel 36:


  1. Indien de aanvraag betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs dat geldig is voor meer categorieën dan het eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs, dient bij de aanvraag aan de volgende vereisten te worden voldaan:


  1. behoudens de in artikel 33 genoemde bescheiden wordt tevens dat eerder afgegeven rijbewijs overgelegd;


  1. in het rijbewijzen register is ten behoeve van de aanvrager een verklaring van rijvaardigheid geregistreerd voor iedere rijbewijscategorie waarop de aanvraag betrekking heeft en waarvoor het eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs niet geldig is, waarbij de datum van registratie niet langer dan drie jaar vóór de aanvraag mag liggen;


  1. in het rijbewijzen register is ten behoeve van de aanvrager een verklaring van geschiktheid geregistreerd, waarbij de datum van registratie niet langer dan een jaar vóór de aanvraag mag liggen, voor iedere rijbewijscategorie waarop de aanvraag betrekking heeft en waarvoor het eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs niet geldig is, met uitzondering van de rijbewijscategorie AM.


2. Indien de aanvraag tevens betrekking heeft op de vermelding op het af te geven rijbewijs van een getuigschrift van vakbekwaamheid dan wel een getuigschrift van nascholing, dient ten behoeve van de aanvrager in het rijbewijzen register een verklaring van vakbekwaamheid dan wel een verklaring van nascholing geregistreerd te zijn, waarbij de datum van registratie niet langer dan vijf jaren vóór de aanvraag mag liggen.

30

Artikel 53:

6. Het onderzoek naar de rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie B die de bevoegdheid geeft tot het besturen van motorrijtuigen van de categorie B, waaraan een aanhangwagen of oplegger is gekoppeld waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 750 kg en de toegestane maximum massa van het samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen meer bedraagt dan 3500 kg, maar niet meer bedraagt dan 4250 kg, bestaat uit een praktijkexamen voor de rijbewijscategorie E bij B.

9. Het onderzoek naar de rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie E bestaat uit een praktijkexamen.

Artikel 67:

1. Voor toelating tot het praktijkexamen moet zijn voldaan aan de volgende eisen:


c. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht te overleggen, dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.


4. Indien de aanvraag betrekking heeft op een der rijbewijscategorieën E bij B, E bij C of E bij D dient tevens een rijbewijs voor het trekkende motorrijtuig, al dan niet voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering waaruit blijkt dat de houder van dat rijbewijs het praktijkexamen heeft afgelegd in een motorrijtuig zonder koppelingspedaal, te worden overgelegd dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken door de geldigheidsduur.


  1. Voor de toepassing van het derde lid wordt met een rijbewijs B gelijkgesteld:

    1. een door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland aan de aanvrager afgegeven geldig rijbewijs B;


  1. Voor de toepassing van het vierde lid wordt met een rijbewijs voor het trekkende motorrijtuig gelijkgesteld:


  1. een door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland aan de aanvrager afgegeven geldig rijbewijs voor het trekkende motorrijtuig;


  1. een in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie C, waarbij de datum van registratie niet langer dan drie jaar vóór het examen mag liggen, voor zover de aanvraag betrekking heeft op de rijbewijscategorie E bij C en de aanvrager een op het beroep van chauffeur goederenvervoer gerichte beroepsopleiding als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs volgt.


  1. In afwijking moet voor toelating tot het praktijkexamen in verband met de aanvraag van een rijbewijs als bedoeld in de artikelen 41b, eerste lid, 41d, eerste lid, of 42a, eerste lid, zijn voldaan aan de volgende eisen:

    1. de aanvrager dient een op naam van de aanvrager gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht te overleggen;

    2. de aanvrager dient de in artikel 42b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde verklaring te overleggen;

    3. de aanvrager dient niet langer dan twee jaar voor de dag van het praktijkexamen te zijn geslaagd

31

32

voor het theorie-examen voor de zwaarste rijbewijscategorie, bedoeld in artikel 42a, tweede lid, waarop de aanvraag betrekking heeft, indien de aanvraag betrekking heeft op de categorieën E bij C, C, E bij D en D;

Artikel 67 i:

In afwijking van de artikelen 67 tot en met 67h moet, indien het de toelating tot het praktijkexamen in verband met een aanvraag van een rijbewijs als bedoeld in de artikelen 41b, eerste lid, 41d, eerste lid, of 42a, eerste lid, betreft, zijn voldaan aan de volgende eisen:


a. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht over te leggen;


c. de aanvrager dient niet langer dan twee jaar voor de dag van het praktijkexamen te zijn geslaagd voor het theorie-examen voor de zwaarste rijbewijscategorie, bedoeld in artikel 42a, tweede lid, waarop de aanvraag betrekking heeft, indien de aanvraag betrekking heeft op de categorieën E bij C, C, E bij D, D, E bij C1, C1, E bij D1 of D1;


Artikel 70:


  1. De eisen waaraan bij het praktijkexamen voor de rijbewijscategorieën B, C1, C, D1, D en E en T dient te worden voldaan, betreffen:


  1. bedrevenheid in de bediening van het voertuig;

    1. het op juiste en veilige wijze deelnemen aan het verkeer;

    2. het kunnen toepassen van de bij en krachtens de wet vastgestelde voorschriften;

    3. het op juiste en veilige wijze uitvoeren van een aantal bijzondere verrichtingen met het voertuig.


4. Het derde lid, onderdeel d, is niet van toepassing indien de aanvrager bij een vóór het betrokken praktijkexamen door hem afgelegde tussentijdse toets ten genoegen van het CBR heeft aangetoond aan de daar gestelde eis te voldoen.

Artikel 75:

Het praktijkexamen voor het rijbewijs E bij B bestaat uit het afleggen van een rijproef met een motorrijtuig als bedoeld in artikel 72, waarvan de toegestane maximum massa meer dan 1750 kg bedraagt, en een aanhangwagen waarvan de lengte ten minste 6 m en de toegestane maximum massa meer dan 1750 kg bedraagt. De aanhangwagen dient te zijn uitgerust met twee assen waarvan er maximaal één gestuurd is, dan wel met een samenstel van twee starre assen in het midden van de aanhangwagen. De aanhangwagen dient te zijn voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif waarvan de breedte en de hoogte ten minste die van het trekkende motorrijtuig bedragen en dient voor ten minste 50% van het laadvermogen te zijn beladen.

Artikel 75a:

Het praktijkexamen voor het rijbewijs E bij C1 bestaat uit het afleggen van een rijproef met een samenstel van een motorrijtuig als bedoeld in artikel 72a en een aanhangwagen waarvan de maximum toegestane massa ten minste 3000 kg en de lengte ten minste 5,00 m bedraagt. Het samenstel dient een snelheid van ten minste 80 km per uur te kunnen bereiken. De aanhangwagen dient te zijn voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif, ten minste even hoog en breed als de cabine van het trekkend motorrijtuig en dient met ten minste 800 kg te zijn beladen. De gesloten opbouw of de gesloten huif mag ook nagenoeg even breed zijn als het trekkend motorrijtuig zolang het zicht naar achteren alleen door middel van buitenspiegels mogelijk is. Het samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen dient een lengte te hebben van ten minste 11,00 m. De aanhangwagen dient te zijn uitgerust met twee of meer assen, waarvan er maximaal één gestuurd is, dan wel bij een samenstel van twee of meer assen in het midden, waarvan zowel de assen als de wielen niet stuurbaar of zelfsturend zijn.

33

Artikel 76:

  1. Het praktijkexamen voor het rijbewijs E bij C bestaat uit het afleggen van een rijproef

    1. met een samenstel van een motorrijtuig als bedoeld in artikel 73 en een aanhangwagen waarvan de lengte ten minste 8 m en de breedte ten minste 2,40 m bedraagt. De lengte van het samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen dient ten minste 16 m te bedragen. Het samenstel dient een snelheid van ten minste 80 km per uur te kunnen bereiken. De toegestane maximum massa van het trekkend motorrijtuig en van de aanhangwagen te samen dient ten minste 20 000 kg te bedragen. De aanhangwagen dient te zijn uitgerust met twee of meer assen waarvan er maximaal één gestuurd is, dan wel met een samenstel van twee of meer starre assen in het midden van de aanhangwagen waarbij

      1. de afstand van het hart van de koppeling tot het hart van het samenstel van assen ten minste 5 m bedraagt;

      2. de afstand van het hart van de koppeling tot de achterste as van het trekkend motorrijtuig niet meer dan 1,55 m bedraagt en

      3. de hoogte van het hart van de koppeling zich op niet meer dan 0,70 m boven het wegdek bevindt.

De aanhangwagen dient te zijn voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif, ten minste even breed en hoog als de cabine van het trekkend motorrijtuig, en dient met ten minste 3000 kg te zijn beladen, dan wel

b. met een samenstel van een trekkend motorrijtuig waarvan de wielbasis ten minste 3,20 m en ten hoogste 4,25 m bedraagt, en een oplegger. De lengte van het samenstel van trekkend motorrijtuig en oplegger dient ten minste 14,50 m te bedragen. Het samenstel dient een snelheid van ten minste 80 km per uur te kunnen bereiken. De toegestane maximum massa van het samenstel dient ten minste 20 000 kg te bedragen. Het trekkend motorrijtuig dient te zijn uitgerust met een anti- blokkeersysteem, een versnellingsbak met ten minste acht voorwaartse versnellingen, een toerenteller en een controle-apparaat als bedoeld in verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 betreffende de invoering van een controle- apparaat bij het wegvervoer (PbEG L 370). Het trekkend motorrijtuig dient te zijn voorzien van een slaapcabine. De oplegger dient te zijn voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif, ten minste even breed en hoog als de cabine van het trekkend motorrijtuig, en dient met ten minste 6000 kg te zijn beladen. De oplegger dient te zijn uitgerust met starre assen.

34

35

Artikel 76a:

Het praktijkexamen voor het rijbewijs E bij D1 bestaat uit het afleggen van een rijproef met een samenstel van een motorrijtuig als bedoeld in artikel 73a en een aanhangwagen waarvan de maximaal toegestane massa ten minste 2000 kg en de lengte ten minste 4,50 m bedraagt. De aanhangwagen dient te zijn voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif die ten minste 2,00 m breed en 2,00 m hoog is en dient met ten minste 800 kg te zijn beladen. Het samenstel dient een snelheid van ten minste 80 km per uur te kunnen bereiken.

Artikel 77:

Het praktijkexamen voor het rijbewijs E bij D bestaat uit het afleggen van een rijproef met een motorrijtuig als bedoeld in artikel 74 en een aanhangwagen waarvan de lengte ten minste 5 m, de breedte ten minste 2,40 m en de toegestane maximum massa ten minste 3000 kg bedraagt. De aanhangwagen moet zijn voorzien van een gesloten opbouw dan wel van een gesloten huif die ten minste 2 m breed en 2 m hoog is en dient met ten minste 800 kg te zijn beladen. Het samenstel dient een snelheid te kunnen bereiken van ten minste 80 km per uur.

36

Studievragen wet- en regelgeving:

  1. Wanneer is voor het besturen van de rijbewijscategorie C1, C, D1, D, E en T geen rijbewijs vereist?


  1. Aan welke eisen moet worden voldaan bij het geven van rijonderricht voor C1, C, D1, D of E?


  1. Welke rijbewijzen krijgt iemand die geslaagd is voor zijn C1E of D1E examen?


  1. Welke rijbewijzen krijgt iemand die geslaagd is voor zijn CE of DE examen?


  1. Hoelang is het E bij B rijbewijs geldig?


  1. Hoelang is het E bij C rijbewijs geldig?


  1. Wanneer kan van deze geldigheidstermijn worden afgeweken?


  1. Wat moet je overleggen als je een rijbewijs gaat aanvragen?


  1. Hoe lang is een verklaring van rijvaardigheid geldig?


  1. Hoe lang is een verklaring van geschiktheid geldig?


  1. Wanneer is een verklaring van geschiktheid nodig bij het vernieuwen van een eerder afgegeven rijbewijs?


  1. Voor welke rijbewijscategorie is geen verklaring van geschiktheid nodig?


  1. Bestaat een E examen uit alleen een praktijkexamen of is er ook een theorie-examen?


  1. Aan welke eisen moet zijn voldaan voor toelating tot het praktijkexamen?


  1. Aan welke eisen moet worden voldaan bij het praktijkexamen E?


  1. Hoe hoog en breed moet de E bij B aanhangwagen zijn?


  1. Hoe zwaar dient een C1 aanhangwagen beladen te zijn?


  1. Hoe lang dient bij E bij C de combinatie te zijn?


  1. Hoe lang dient de aanhangwagen te zijn bij E bij D1?


  1. Welke snelheid dient een E bij D combinatie te kunnen bereiken?


  1. Wie hoeft geen rijbewijs te hebben voor het trekkend voertuig bij E rijlessen?

37

  1. Hoe zwaar mag een aanhangwagen zijn met BE rijbewijs?


  1. Hoe zwaar mag een C1E combinatie maximaal zijn?

38