What is LessonUp
Lesson library
Channels
AI tools
Log in
Start for free
‹
Return to search
Klare Taal les 29 scheidbare werkwoorden
Les 29
Scheidbare werkwoorden
werkwoorden die uit
2 stukjes
bestaan
1 / 36
next
Slide 1:
Slide
NT2
ISK
This lesson contains
36 slides
, with
interactive quizzes
,
text slides
and
1 video
.
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Les 29
Scheidbare werkwoorden
werkwoorden die uit
2 stukjes
bestaan
Slide 1 - Slide
Kijk naar de zinnen.
Mijn moeder
wast
de borden
af
.
De trein
komt
om 12.00 uur
aan
.
Wij
nemen
morgen taart
mee
.
Hij
stuurt
het pakje
op
.
Welke werkwoorden zie je?
Slide 2 - Slide
Mijn moeder
wast
de borden
af
. - > afwassen
De trein
komt
om 12.00 uur
aan
. - > aankomen
Wij
nemen
morgen taart
mee
. - > meenemen
Hij
stuurt
het pakje
op
. - > opsturen
- > dit noemen we:
scheidbare werkwoorden
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Video
scheidbare werkwoorden
scheidbaar werkwoord
ander woord
werkwoord
schoonmaken
=
schoon
+
maken
aankomen
=
aan
+
komen
meenemen
=
mee
+
nemen
Slide 5 - Slide
Zo gebruik je scheidbare werkwoorden
schoonmaken
Ik
maak
de kamer
schoon
.
omdraaien
Hij
draait
de pannenkoek
om
.
meenemen
Zij
neemt
haar tas
mee
.
uitleggen
De docent
legt
de opdracht
uit
.
Je schrijft eerst het<b> werkwoord</b>. <div><br><div>Het <b>andere woordje</b> komt aan het einde van de zin.</div></div>
Slide 6 - Slide
af + wassen =...........
Slide 7 - Open question
mee + nemen =........
Slide 8 - Open question
op + bellen = ...............
Slide 9 - Open question
Wat is een scheidbaar werkwoord?
A
maken
B
verschonen
C
schoonmaken
Slide 10 - Quiz
Wat is een scheidbaar werkwoord?
A
hangen
B
behangen
C
ophangen
Slide 11 - Quiz
Wat is een scheidbaar werkwoord?
A
invullen
B
vullen
C
hervullen
Slide 12 - Quiz
Zoek het scheidbare werkwoord in de zin.
Slide 13 - Slide
Wij nodigen de buren uit voor het feest.
A
nodigen
B
de buren
C
het feest
D
nodigen uit
Slide 14 - Quiz
Zij doet de lamp aan.
A
zij
B
doet aan
C
doet
D
de lamp
Slide 15 - Quiz
Het meisje trekt haar kleren aan.
A
trekt aan
B
het meisje
C
trekt
D
haar kleren
Slide 16 - Quiz
Ik ruim de kleding op.
A
ruim
B
op
C
de kleding
D
ruim op
Slide 17 - Quiz
Hij staat 's ochtends om 8 uur op.
A
staat
B
staat op
C
op
D
's ochtends
Slide 18 - Quiz
Wat is het hele werkwoord?
Slide 19 - Slide
Ik doe de computer uit.
A
uitdoen
B
doen
C
de computer
D
uit
Slide 20 - Quiz
Zij maakt de keuken schoon.
A
de keuken
B
maken
C
schoon
D
schoonmaken
Slide 21 - Quiz
De jongen pakt zijn cadeau uit.
A
pakken
B
uitpakken
C
jongen
D
uit
Slide 22 - Quiz
Ik hang mijn jas op aan de kapstok.
A
ophangen
B
hangen
C
aanhangen
D
kapstok
Slide 23 - Quiz
Welke zin is goed?
A
De kinderen opruimen het speelgoed.
B
De kinderen ruimen op het speelgoed.
C
De kinderen ruimen het speelgoed op.
D
De kinderen op het speelgoed ruimen.
Slide 24 - Quiz
Welke zin is goed?
A
Hij afmaakt zijn huiswerk.
B
Hij maakt af zijn huiswerk.
C
Hij maakt zijn huiswerk af.
D
Hij af zijn huiswerk maakt.
Slide 25 - Quiz
Welke zin is goed?
A
De docent kijkt na de toetsen.
B
De docent kijkt de toetsen na.
C
De docent nakijkt de toetsen
D
De docent na de toetsen kijkt.
Slide 26 - Quiz
Hij.............de wc ........
(schoonmaken)
Slide 27 - Open question
Zij.........het boek.......
(opruimen)
Slide 28 - Open question
Ik.............om 8 uur........
(opstaan)
Slide 29 - Open question
Wij..........het licht..............
(aandoen)
Slide 30 - Open question
Praat samen - maak hele zinnen
1. Wat doe je na het eten?
(afwassen)
2. Wat doen mensen in hun vakantie?
(uitrusten)
3. Wat doe je als je naar buiten gaat?
(aantrekken)
4. Wat doe je als de telefoon gaat?
(opnemen)
5. Wat doe je met een woordenboek?
(opzoeken)
Slide 31 - Slide
Samengevat
-Bij de vervoeging van scheidbare werkwoorden schrijf je eerst het werkwoord en het andere stukje komt aan het eind van de zin.
-Staan er 2 werkwoorden in de zin? Dan schrijf je het scheidbare werkwoord als één woord en deze staat aan het eind van de zin.
Slide 32 - Slide
Slide 33 - Slide
Slide 34 - Slide
Slide 35 - Slide
Weet je nu wat scheidbare werkwoorden zijn?
😒
🙁
😐
🙂
😃
Slide 36 - Poll
More lessons like this
Brieven uit kamp Westerbork - het verhaal van Maurice, Estella en Marie Meijer
July 2026
-
31 slides
Geschiedenis
Middelbare school
mavo, havo, vwo
Leerjaar 3
Starttaal instap thema 2 Taak B: hoe kom ik daar?
September 2024
-
47 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 1
Deviant Starttaal Vooraf Op weg naar 1F Thema 2 Hoofdstuk 4
September 2024
-
8 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 1
Project Vakantiebeurs
July 2019
-
22 slides
Beeldende vorming
Handvaardigheid
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Leerjaar 2
Buiten de Lijntjes
Project Vakantiebeurs
July 2025
-
22 slides
Beeldende vorming
Handvaardigheid
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Leerjaar 2
Groep 5-6 | spelling | woorden met eer, oor , eur
March 2026
-
26 slides
Nederlands
Spelling
+2
Basisschool
Groep 5,6
TisTaal by Dutchily E.E.
Groep 5-6 | spelling | woorden met eer, oor , eur
July 2025
-
26 slides
Nederlands
Spelling
+2
Basisschool
Groep 5,6
TisTaal by Dutchily E.E.
Ouderavond Parijs
September 2021
-
22 slides
Aardrijkskunde
Middelbare school
vmbo t, mavo
Leerjaar 4
Dé Schoolreisgids