Frituur werk 2

1 / 27
next
Slide 1: Slide
KokMBOStudiejaar 3

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Welke frituur producten uit de bakkerij ken jij?

Slide 3 - Mind map

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Noem 3 kenmerken en/of eigenschappen van een goede oliebol

Slide 6 - Open question

Slide 7 - Slide

Welke van de 3 soorten appelbeignets zijn zowel voor de arbeid als de grondstoffen het meest duur om te maken?
A
Appelbeignets met RB korst
B
Appelbeignet met margarine korst
C
Appelbeignet met beslag
D
Zowel antwoord A als B

Slide 8 - Quiz

Slide 9 - Slide

Wat zijn de verschillen tussen een Berlinerbol en een Donut. Noem er minstens 2.

Slide 10 - Open question

Slide 11 - Slide

Wat zijn 2 vereisten om soezenbeslag toe te voegen aan je oliebollen beslag?
A
Je moet een oliebollenbeslag kunnen maken en je moet zorgen dat het soezenbeslag nog warm is.
B
Je moet een basis oliebollenbeslag kunnen draaien en je moet extra water aan je deeg toevoegen.
C
Je moet een spuitzak in huis hebben en je moet extra water aan je beslag toevoegen.
D
Je moet extra water aan je beslag toevoegen en je moet er geen vetstof meer bij doen.

Slide 12 - Quiz

Slide 13 - Slide

Wat is het verschil tussen een Ragout en een Salpicon?

Slide 14 - Open question

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Welke eis stel jij aan je hoofdgrondstoffen voor een goed oliebollenbeslag? Noem er 2.

Slide 17 - Open question

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Waarmee wordt de holte van de appel van de appelbeignets vaak gevuld?

Slide 20 - Open question

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Wat is echt kenmerkend aan een Berlinerbol, en waardoor komt dit?

Slide 23 - Open question

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Wat wordt er nog aan een salpicon toegevoegd om ervoor te zorgen dat deze goed bind voor verdere verwerking?
A
Eidooier
B
Room
C
Gelatine
D
Bloem

Slide 26 - Quiz

Slide 27 - Slide