1. (basisafspraken)
• Respectvol met elkaar omgaan (luisteren als iemand praat, geen schelden of lachen om fouten).
• Hand opsteken als je iets wilt vragen of zeggen.
• Telefoons opzij of in een telefoonkist
• Op tijd komen
• Klantvriendelijkheid: netjes groeten, beleefd praten.
• Presentatie: aandacht voor hoe je zelf overkomt (houding, taalgebruik).
• Producten netjes behandelen: niet gooien, beschadigen of zomaar gebruiken.
• Kassa/administratie: eerlijk werken, geen geintjes met geld of producten.
"Wie zich niet aan de afspraken houdt, ...........
Beloningskaart uitleggen