Les 4: H4.1 en 4.2 BRR

Welkom!
Natuurkunde - 2hv  Les 4
  • §4.1 een stroomkring maken
  • §4.2 spanningsbronnen

Pak je laptop en je boek


Lesplanning
1 / 37
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Welkom!
Natuurkunde - 2hv  Les 4
  • §4.1 een stroomkring maken
  • §4.2 spanningsbronnen

Pak je laptop en je boek


Lesplanning

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Slide 3 - Video

Voor een stroomkring heb je nodig:
- een spanningsbron (hier de batterij)
- verbindingen (hier de snoeren)
- een apparaat (hier het lampje)
schakelaar

Slide 4 - Slide

boot

Slide 5 - Slide

auto

Slide 6 - Slide

def

Slide 7 - Slide

meten

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

De stroomsterkte meten
Stroom meet je met een stroommeter
Deze plaats je in de stroomkring
mA->A

Slide 10 - Slide

Omreken ampère/milliampère
Het symbool van stroomsterkte: I 
De eenheid: A 

1 A = 1000 mA
1 m A = 0,001 A

Reken om      a) 3 A =..............mA         b) 200 mA =............A

Geleiders/isolatoren

Slide 11 - Slide

Geleiders en isolatoren
Geleiders geleiden elektrische stroom (en warmte) goed:
V.b.; alle metalen en water met zout.

Isolatoren laten haast geen elektrische (stroom) en warmte door. 
V.b. Glas, rubber, plastic, hout, lucht.
HW

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Link

Huiswerk
Deel 1: §4.1: 1-11
Deel 2:




5 minuten rood: helemaal stil, geen vragen, niet overleggen
Daarna oranje tot 11:30: rustig overleggen
timer
5:00
spanningsbron

Slide 15 - Slide

Spanningsbronnen
                                                      Voorbeelden: 
    
      Batterij         stopcontact             Dynamo                  Zonnepaneel
def

Slide 16 - Slide

Spanningsbronnen
  • Een spanningsbron genereert spanning, waardoor stroom gaat lopen.

  • De eenheid van spanning is Volt(V).


ballon

Slide 17 - Slide

spanning
accu

Slide 18 - Slide

Batterijen/spanning
Lichtnet

Slide 19 - Slide

condensator
Een condensator is een type batterij die spanning verliest.
lichtnet

Slide 20 - Slide

Lichtnet

De spanning die op stopcontacten staat noemen we de 
netspanning

Deze is in Nederland gelijk aan 230 Volt
transofrmator

Slide 21 - Slide

Transformator

Een transformator zorgt voor
een verandering van de spanning.
meten

Slide 22 - Slide

Spanning meten
       Spanning meet je met een Voltmeter (spanningsmeter)
       Deze wordt altijd parallel aangesloten.

           Symbool:
  
serie

Slide 23 - Slide

Batterijen in serie schakelen
   
    Als je batterijen
    in serie schakelt 
    mag je de spanningen
    bij elkaar optellen.
vragen+hw

Slide 24 - Slide

Vier batterijen (1,5 V) Hoeveel is de totale spanning?:
A
0 Volt
B
1,5 Volt
C
3 Volt
D
6 Volt

Slide 25 - Quiz

Vier batterijen (1,5 V) Hoeveel is de totale spanning?:
A
0 Volt
B
1,5 Volt
C
3 Volt
D
6 Volt

Slide 26 - Quiz

Batterijen in serie schakelen
    Als je batterijen
    in serie schakelt 
    mag je de spanningen
    bij elkaar optellen.

Batterij andersom: negatieve spanning
hw

Slide 27 - Slide

Huiswerk
§4.1: 1-11
§4.2: 1-8



5 minuten rood: helemaal stil, geen vragen, niet overleggen

timer
5:00

Slide 28 - Slide

Huiswerk
§4.1: 1-12
§4.2: 1-10



5 minuten rood: helemaal stil, geen vragen, niet overleggen

timer
5:00

Slide 29 - Slide

Symbolen in schakelschema's
Zie ook boek NOVA deel 1|2 A blz. 139

Slide 30 - Slide

Hoofdstuk 4. Elektriciteit
§3 Schakelingen
Opdracht
Teken van de volgende schakeling het schakelschema:

Slide 31 - Slide

Hoofdstuk 4. Elektriciteit
§3 Schakelingen
Uitwerking 


Slide 32 - Slide

Serieschakeling
De stroomsterkte is door elk punt in de schakeling evengroot.
I totaal = I1 = I2 = I3 = ...

De bronspanning wordt verdeeld over de verschillende verbruikers
Ubron = U1 + U2 + U3 + ...

Slide 33 - Slide

Parallelschakeling
De totale stroomsterkte wordt verdeeld over de verschillende takken
I totaal = I1 + I2 + I3 + ...

De bronspanning is over elke tak hetzelfde
Ubron = U1 = U2 = U3 = ...

Slide 34 - Slide

6 Welk lampje valt uit als je:
a 2 losdraait ?
b 4 losdraait ?
c  1 losdraait ?

Slide 35 - Slide

5 Leg uit welke lamp (en) branden als je:
a Alleen a sluit
b Alleen b sluit

Slide 36 - Slide

7 Bepaal de stroomsterkte op plek A.

Slide 37 - Slide