CONJUNCTUUR · KRUIS
Examentraining
Het Keynesiaanse kruis: zo pak je examenvragen aan
CONJUNCTUUR · KRUIS
Examentraining
Het Keynesiaanse kruis: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Fons Heijnsbroek / Wikimedia Commons, CC0
CONJUNCTUUR · KRUIS
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over het Keynesiaanse kruis beantwoorden: evenwichtsinkomen, multiplier, lekken en verschuivingen.
This item has no instructions
CONJUNCTUUR · KRUIS
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: welke gegevens zijn er: c, Ca, I, O en eventueel het belastingtarief t?
2. Stel op: Y = C + I + O en vul C = cY + Ca in (met belasting: C = c(1 - t)Y + Ca).
3. Los op: haal alle Y naar links en deel door de rest, of gebruik de multiplier 1 : (1 - c).
4. Controleer: vul Y terug in: zijn de bestedingen gelijk aan het inkomen?
This item has no instructions
CONJUNCTUUR · KRUIS
Vraagtype 1: evenwichtsinkomen berekenen
Stel Y = C + I + O op en vul C = cY + Ca in.
Haal Y naar links: (1 - c)Y = autonome bestedingen.
Controleer door Y terug in te vullen in de bestedingen.
Syllabus economie vwo 2027, I4.1 Het Keynesiaanse kruis. Vaardigheid (A2): eerstegraadsvergelijking en stelsel via substitutie. Voorbeeld: C = 0,8Y + 200, I = 100, O = 100 geeft Y = 2.000.
C = 0,75Y + 150, I = 100 en O = 150. Wat is het evenwichtsinkomen?
Y = 1.000
Y = 1.600
Y = 400
Y = 300
Y = 0,75Y + 400, dus 0,25Y = 400 en Y = 1.600. Controle: C = 0,75 x 1.600 + 150 = 1.350 en 1.350 + 100 + 150 = 1.600. Fouten: Ca vergeten geeft 250 : 0,25 = 1.000; alleen de autonome bestedingen (400); 0,75 x 400 = 300.
C = 0,6Y + 160, I = 120, O = 120. Y = ?
0,4Y = 400, dus Y = 1.000. Controle: C = 760 en 760 + 120 + 120 = 1.000. Verwachte fout: 400 : 0,6 = 667, delen door c in plaats van door 1 - c.
CONJUNCTUUR · KRUIS
Vraagtype 2: de multiplier berekenen
Multiplier = verandering van Y : verandering van de autonome bestedingen = 1 : (1 - c).
Verandering van Y = multiplier x verandering van de autonome bestedingen.
Let op: c is een quote kleiner dan 1, de multiplier een getal groter dan 1.
Syllabus economie vwo 2027, I4.1 Het Keynesiaanse kruis. Eindterm: een hogere marginale consumptiequote geeft een grotere multiplier.
c = 0,9. De autonome bestedingen stijgen met 30. Hoeveel stijgt Y?
Y stijgt met 300
Y stijgt met 270
Y stijgt met 33
Y stijgt met 27
Multiplier 1 : (1 - 0,9) = 10, dus 10 x 30 = 300. Fouten: c : (1 - c) = 9 geeft 270; 30 : 0,9 = 33; 0,9 x 30 = 27.
Door 30 extra investeringen stijgt Y met 120. Hoe groot is c?
c = 0,25
c = 4
c = 0,75
c = 0,8
Multiplier = 120 : 30 = 4, dus 1 : (1 - c) = 4, 1 - c = 0,25 en c = 0,75. Fouten: 0,25 is de marginale spaarquote; 4 is de multiplier; 0,8 is geraden.
CONJUNCTUUR · KRUIS
Vraagtype 3: lekken en overheidsbeleid
Met belasting: besteedbaar inkomen = (1 - t)Y, dus C = c(1 - t)Y + Ca.
Multiplier = 1 : (1 - c(1 - t)). Het spaarlek en het belastinglek verkleinen hem.
Bij een vaste belasting stijgt C met c x de verlaging van de belasting.
Syllabus economie vwo 2027, I4.1 Het Keynesiaanse kruis. Eindtermen: de grootte van de multiplier hangt af van het spaarlek en het belastinglek; lagere belastingen verhogen de bestedingen.
c = 0,5 en t = 25% van Y. O stijgt met 50. Hoeveel stijgt Y?
Y stijgt met 100
Y stijgt met 80
Y stijgt met 200
Y stijgt met 75
c(1 - t) = 0,5 x 0,75 = 0,375, multiplier 1 : 0,625 = 1,6 en 1,6 x 50 = 80. Fouten: belasting vergeten (1 : 0,5 = 2, dus 100); alleen t als lek (1 : 0,25 = 4, dus 200); 2 x 0,75 = 1,5 en 75.
c = 0,8. De overheid verlaagt een vaste belasting met 100. Hoeveel stijgt Y?
Y stijgt met 500
Y stijgt met 80
Y stijgt met 100
Y stijgt met 400
Het besteedbaar inkomen stijgt met 100, C stijgt met 0,8 x 100 = 80 en Y met 5 x 80 = 400. Fouten: multiplier x 100 = 500 (behandelen als stijging van O); alleen de eerste stijging van C (80); het bedrag van de verlaging (100).
CONJUNCTUUR · KRUIS
Bestedingslijn uit een examenvraag
Vraagtype 4: grafieken lezen en verschuivingen
Verandert een autonome post (Ca, I of O), dan verschuift de bestedingslijn evenwijdig.
Verandert c of t, dan draait de bestedingslijn: steiler bij een hogere c.
Het snijpunt met de verticale as geeft Ca + I + O, het snijpunt met de 45-gradenlijn geeft Y.
Syllabus economie vwo 2027, I4.1 Het Keynesiaanse kruis. Vaardigheid (A2): grafieken tekenen en bewerken, berekeningen op basis van grafieken. Eindterm: animal spirits verschuiven de bestedingslijn. Image credit: LessonUp Studio (eigen afbeelding), CC0
Bestedingslijn start bij 300, evenwicht bij Y = 1.500. Hoe groot is c?
c = 0,2
c = 0,5
c = 1,25
c = 0,8
Bij evenwicht: 1.500 = c x 1.500 + 300, dus c = 1.200 : 1.500 = 0,8. Fouten: 300 : 1.500 = 0,2 (dat is het aandeel van Ca); 0,5 geraden; 1.500 : 1.200 = 1,25 (omgekeerd).
Zet op volgorde: bedrijven worden pessimistisch
Volgorde: oorzaak (verwachting), verschuiving van de lijn, onevenwicht bij het oude Y, aanpassing van Y. Verwachte fout: de verschuiving na de voorraden zetten.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Evenwichtsinkomen berekenen
De multiplier berekenen
Lekken en overheidsbeleid
Grafieken lezen en verschuivingen
Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.
CONJUNCTUUR · KRUIS
Tips voor op het examen
Schrijf eerst Y = C + I + O op en vul daarna C in.
De multiplier is 1 : (1 - c), met belasting 1 : (1 - c(1 - t)).
Verandert alleen een autonome post, dan verschuift de lijn; verandert c of t, dan draait hij.
Controleer je antwoord door Y terug in te vullen in de bestedingen.
This item has no instructions