Perfectum speciale verba
Learning objective
Perfectum speciale verba
Learning objective
De cursist heeft het antwoord...
Geweten
Geweet
Weten
Wist
Ik heb lang in de kou....
Gestaan
Gestaand
Gestaat
Gestond
Hij heeft zijn jas aan de kapstok...
Gehangt
Gehangen
Gehangd
Gehongen
Jij heb de boodschappen...
Gedraagd
Gedragen
Gedraagt
Gedraag
Zij heeft hard...
Gelachd
Gelacht
Gelachen
Gelach
Mijn zus heeft haar trui...
Geaandaan
Geaandoen
Aangedaan
Aandoend
Heb jij jouw boek naar school...?
Gemeenomen
Meegenemen
Gemeeneemd
Meegenomen
De cursist is vandaag te laat op school...
Aangekomen
Aankomd
Geaankomen
Aangekomd
Wij hebben samen in de keuken...
Afgewast
Afgewasd
Geafwasd
Afgewassen
Je...in het bos gejogd.
Bent
Hebt
Ben
Heeft
De man...naar huis gejogd.
Heeft
Had
IS
Hebt
Ik ....met het vliegtuig naar Italië gevlogen.
Heb
Bent
Ben
Had
Ik...2 uur gevlogen.
Heb
Ben
Hebt
Is
Jullie...van het hotel naar het eiland met een bootje gevaren.
zijn
is
hebben
heeft
We...met een zeilboot op zee gevaren.
hebben
heeft
zijn
is
Mijn broer...naar het strand gezwommen.
is
bent
heeft
hebt
...jij al in het zwembad gezwommen?
Hebt
Heeft
Ben
Heb
Mijn broer...in de stad gewandeld.
Heeft
Heb
Bent
Is
Mijn zus...naar huis gewandeld.
Is
Heeft
Bent
Zijn
De chauffeur...naar Leuven gereden.
Is
Heeft
Bent
Hebt
Hij...met de vrachtwagen gereden.
Zijn
Heeft
Is
Heb
De vrienden...naar zee gefietst.
Zijn
Hebben
Is
Heeft
De kinderen...naar huis gelopen.
Zijn
Is
Hebben
Heeft
Mijn collega...het hele weekend gefietst.
Heeft
Zijn
Hebt
Is
Mijn vader...een marathon gelopen.
Hebt
Zijn
Heeft
Is