Perfectum speciale verba

Perfectum speciale verba

Learning objective

1 / 26
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsHoger onderwijs

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 10 min

Items in this lesson

Perfectum speciale verba

Learning objective

De cursist heeft het antwoord...

A

Geweten

B

Geweet

C

Weten

D

Wist

Ik heb lang in de kou....

A

Gestaan

B

Gestaand

C

Gestaat

D

Gestond

Hij heeft zijn jas aan de kapstok...

A

Gehangt

B

Gehangen

C

Gehangd

D

Gehongen

Jij heb de boodschappen...

A

Gedraagd

B

Gedragen

C

Gedraagt

D

Gedraag

Zij heeft hard...

A

Gelachd

B

Gelacht

C

Gelachen

D

Gelach

Mijn zus heeft haar trui...

A

Geaandaan

B

Geaandoen

C

Aangedaan

D

Aandoend

Heb jij jouw boek naar school...?

A

Gemeenomen

B

Meegenemen

C

Gemeeneemd

D

Meegenomen

De cursist is vandaag te laat op school...

A

Aangekomen

B

Aankomd

C

Geaankomen

D

Aangekomd

Wij hebben samen in de keuken...

A

Afgewast

B

Afgewasd

C

Geafwasd

D

Afgewassen

Je...in het bos gejogd.

A

Bent

B

Hebt

C

Ben

D

Heeft

De man...naar huis gejogd.

A

Heeft

B

Had

C

IS

D

Hebt

Ik ....met het vliegtuig naar Italië gevlogen.

A

Heb

B

Bent

C

Ben

D

Had

Ik...2 uur gevlogen.

A

Heb

B

Ben

C

Hebt

D

Is

Jullie...van het hotel naar het eiland met een bootje gevaren.

A

zijn

B

is

C

hebben

D

heeft

We...met een zeilboot op zee gevaren.

A

hebben

B

heeft

C

zijn

D

is

Mijn broer...naar het strand gezwommen.

A

is

B

bent

C

heeft

D

hebt

...jij al in het zwembad gezwommen?

A

Hebt

B

Heeft

C

Ben

D

Heb

Mijn broer...in de stad gewandeld.

A

Heeft

B

Heb

C

Bent

D

Is

Mijn zus...naar huis gewandeld.

A

Is

B

Heeft

C

Bent

D

Zijn

De chauffeur...naar Leuven gereden.

A

Is

B

Heeft

C

Bent

D

Hebt

Hij...met de vrachtwagen gereden.

A

Zijn

B

Heeft

C

Is

D

Heb

De vrienden...naar zee gefietst.

A

Zijn

B

Hebben

C

Is

D

Heeft

De kinderen...naar huis gelopen.

A

Zijn

B

Is

C

Hebben

D

Heeft

Mijn collega...het hele weekend gefietst.

A

Heeft

B

Zijn

C

Hebt

D

Is

Mijn vader...een marathon gelopen.

A

Hebt

B

Zijn

C

Heeft

D

Is