Spelling: Les 5
Leestekens - directe en indirecte reden
Ik haat spelfouten!
Je verwisselt twee letters en je hele bericht is geürineerd.
Spelling: Les 5
Leestekens - directe en indirecte reden
Ik haat spelfouten!
Je verwisselt twee letters en je hele bericht is geürineerd.
Lesdoelen
Je leert ...
... de juiste leestekens en aanhalingstekens gebruiken bij de directe rede, ook bij begin-, eind- en onderbroken aanhalingen. (LPD 9, 11)
... interpunctie correct toepassen om een tekst duidelijk en vlot leesbaar te maken. (LPD 8, 9)
... het verschil uitleggen tussen directe en indirecte rede en beide vormen herkennen in een tekst. (LPD 9)
... directe en indirecte rede correct omzetten. (LPD 9)
... bewust kiezen voor directe of indirecte rede in functie van het doel en de stijl van een tekst. (LPD 8, 9)
Het belang van leestekens
Het belang van leestekens
Leestekens hebben twee functies:
- verband tussen zinsdelen verduidelijken
- voorkomen verkeerde interpretatie
1. Pas op Jan!
2. Pas op, Jan!
Punt .
- einde van een mededelende zin;
- na een onrechtstreekse of indirecte vraag;
- na een vriendelijk verzoek.
Vb. Mijn wekker haat mij echt.Mama vroeg of ik ooit nog ga opruimen.
Zou je misschien willen stoppen met mijn chips opeten.
Vraagteken ?
- na een directe vraag.
Vb. Gaan we vandaag iets leuks doen in de les? Nee.
Moet ik dit echt kunnen voor de toets? Ja.
Uitroepteken !
- na een bevel;
- na een uitroep;
- na sommige wensen;
- na een waarschuwing.
Vb. Stop met te eten tijdens de les! Dit is niet eerlijk!
Hopelijk komt mijn motivatie terug! Pas op voor de juf, ze bijt!
Vb. Gaan we vandaag iets leuks doen in de les? Nee.
Moet ik dit echt kunnen voor de toets? Ja.
Beletselteken ...
- bij een onderbreking;
- bij twijfel/aarzeling;
- bij een onafgewerkte opsomming.
Vb. Ik wilde net zeggen dat je… laat maar.
Misschien is dit toch… geen goed idee.
In mijn boekentas zitten pennen, snoep, losse papieren…
Komma ,
- bij aanspreking;
- bij een tussenwerpsel;
- bij een opsomming;
- bij een bijstelling;
Vb. Leraar, ik was het echt niet.
Ach, dat had ik kunnen weten.
Ik nam mijn boeken, mijn excuses en mijn paniek mee.
Mijn broer, de koning van het uitstellen, begon eindelijk te werken.
Ik wilde studeren, maar mijn bed had andere plannen.
Tussen twee werkwoorden
Ik wou slapen, maar ik moest leren.
Komma ,
- bij een nevenschikking voor het voegwoord;
- tussen 2 vervoegde werkwoorden.
Vb. Ik wilde studeren, maar mijn bed had andere plannen.
Toen ze dat verteld had, begon iedereen te juichen.
Dubbele punt :
- voor een opsomming;
- voor een verklaring;
- voor een eindaanhaling.
Vb. Ik had drie dingen nodig: moed, koffie en wifi.
Ik kwam te laat: mijn wekker had maandag.
De leraar zei: “Dit staat zeker op de toets.”
Aanhalingstekens " "
- bij letterlijke woorden / citaat;
- om een bijzondere betekenis te geven aan woorden.
Vb. Hij fluisterde: “Ik heb honger.”
Mijn “korte” taak duurde drie uur.
Puntkomma ;
- bij twee zinnen die inhoudelijk nauw met elkaar samenhangen
Vb. Ik moest studeren; mijn telefoon had andere plannen.
Gedachtestreepjes — —
- als je een zin wil onderbreken met een andere gedachte
Vb. Ik wou studeren — echt waar — maar Netflix riep.
Haakjes ( )
- om toelichting/verdere uitleg te geven
Vb. (Oud-)leerlingen zijn ook welkom.
Schrijf het juiste leesteken. Ik vraag me af wanneer wij nu weer hebben afgesproken
Nemar ik zou graag hebben dat je niet smakt wanneer je eet
second
Hij is gierig maar hij geeft wel veel geld uit aan kleren
second
Schrijf het juiste leesteken. Geef die sleutel terug
Auw ik deed me pijn
second
Schrijf het juiste leesteken. Let op
In de supermarkt koopt papa veel vis kabeljauw zalm en forel
second
Schrijf het juiste leesteken. Meneer Vanden Bergh mijn klastitularis is jarig
Wie het eerst over de eindmeet komt wint de wedstrijd
second
Schrijf het juiste leesteken. Manon is een influencer ze heeft haar eigen YouTubekanaal
Auw, mijn voet!
second
Deze zin drukt een bevel uit.
Deze zin drukt een uitroep uit
Mijn zus is benieuwd of ik sneakers of laarzen kocht.
Dit is een verzoek.
Dit is een onrechtstreekse vraag.
Terwijl je met de bus reist kun je uit het raam kijken.
Dit zijn gelijkwaardige woorden.
Deze zin bevat een bijstelling.
Yoni mijn klasgenoot kan honderd keer pompen.
Dit is een samengestelde zin.
Deze zin bevat een bijstelling.
Oeps ik hoorde de bel niet.
Deze zin bevat een aanspreking.
Deze zin bevat een tussenwerpsel.
Directe rede
Directe rede = iemand letterlijk citeren.
Je gebruikt aanhalingstekens.
Voorbeeld: De leerling zei: "Mijn hond heeft écht mijn taak opgegeten.”
Sleepvraag
Directe rede
Indirecte rede
De jongen zei dat hij te laat zou zijn.
“Ik kom morgen wel terug”, zei de leerling.
De leerkracht vroeg of iedereen klaar was.
“Heb jij mijn pennenzak gezien?” riep Sarah.
3 vormen directe rede
beginaanhaling
eindaanhaling
onderbroken aanhaling
Beginaanhaling
2 opties
Mededeling
"En als je deze knop indrukt, zal je zien dat ik geen huiswerk heb”, zei de zoon.
Geen leestekens binnen de aanhaling, wel een komma buiten de aanhaling.
Vraag of uitroep
"En waarvoor dient die andere?” vroeg vader.
Vraagteken/uitroepteken binnen de aanhaling.
Eindaanhaling
De zoon zei: "En als je deze knop indrukt, zal je zien dat ik geen huiswerk heb.”
Dubbele punt voor de aanhalingstekens en het laatste leesteken binnen de aanhaling.
Onderbroken aanhaling
2 opties
Zin wordt onderbroken op een komma
"En als je deze knop indrukt,” zei de zoon, "zal je zien dat ik geen huiswerk heb.”
Komma binnen de aanhaling EN voor de tweede aanhaling.
Zin wordt NIET onderbroken op een komma
"En”, vroeg vader, "waarvoor dient die andere?”
Komma buiten de aanhaling EN voor de tweede aanhaling.
Plaats leestekens correct.
De leerkracht zei stop met praten achteraan
second
Plaats leestekens correct.
Ben je weer je boek vergeten vroeg ze
second
Plaats leestekens correct.
En zei hij als jij blijft praten krijg je huiswerk
second
Indirecte rede
Directe rede = je vertelt wat iemand zei, maar niet letterlijk.
Gebruik:
dat bij mededeling
of bij ja/nee-vraag
vraagwoord bij vraagwoordvraag
punt op het einde
geen aanhalingstekens
Voorbeeld: De leerling vroeg of hij nog uitstel kreeg.
Zet om naar indirecte rede.
"Ik heb mijn agenda alweer vergeten”, bekende hij.
second
Zet om naar indirecte rede.
De leerkracht vroeg: "Waarom heb je niets genoteerd?”
second
Zet om naar indirecte rede.
„Mag ik een tweede kans?” smeekte hij.
Maak Bookwidgets
Pagina 34
Toets
Je toets staat klaar in het vak Nederlands van Smartschool, bij oefeningen.