This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
VVT
2EF
Marleen Voortman
Zorgvragers met infecties en ontstekingen
AIDS
Slide 1 - Slide
Literatuur
VVT deel 1
Thema 9
Slide 2 - Slide
Wat is een infectie?
Slide 3 - Mind map
Wat is een ontsteking?
Slide 4 - Mind map
Verschil tussen infectie en ontsteking
Infectie / infecteren = het binnendringen, vermeerderen en verspreiden van ziekteverwekkers.
Ontsteking = een reactie van het lichaam op de infectie.
Plaatselijke reactie van de weefsels op een schadelijke prikkel of beschadiging van weefsels.
Een aanval door een micro-organisme wordt gevolgd door een verdedigingsreactie van het lichaam. De aanval noemen we de infectie, de verdedigingsreactie van het lichaam en de daarop volgende “veldslag” noemen we de ontsteking.
Slide 5 - Slide
Oorzaken van ontstekingen
Ziekteverwekkers / micro-organismen
Mechanische prikkels > steriele ontsteking zonder micro-organismen. Denk aan heamatoom wat ontsteekt.
Chemische prikkels > bijv. door gassen in luchtwegen.
Probeer zo min mogelijk in contact te komen met pathogene- micro-organismen.
Ga zorgvuldig om met materialen.
Leg of zet geen materialen op de vloer. Bijv. vuile was.
Geef de zorgvrager voorlichting
Wees zelf zorgvuldig met je eigen gezondheid. Bijv. bij verkoudheid of wondjes.
Slide 8 - Slide
Aandachtspunten bij de verzorging bij een ontsteking.
Zorg voor een goede hygiene van zowel de zorgvrager als jezelf.
Let extra goed op bij wondverzorging. Schort + handschoenen. Let op besmetting schoon / vuil materiaal.
Let op houding / beweging. Zorg dat er geen functieverlies optreedt.
Verzorg in opdracht van de arts de ontsteking met warmte > versneld de bloedsomloop > versneld het ontstekingproces > sneller voorbij.
Ondersteun de zorgvrager bij medicatie inname en observeer bijwerkingen van antibiotica / NSAID's / corticosteroïden.
Slide 9 - Slide
Welke infectieziekten ken jij / heb je mee gewerkt?
Slide 10 - Open question
Bekende infectieziekten
Erysipelas/wondroos > streptokokken
Herpes zoster/gordelroos > pathogeen DNA-virus bekend van de waterpokken.
Verkoudheid > virale infectie
Influenza > virale LWI > mutaties van het virus
Gastro-enteritis > bacterie / virus of parasiet.
Urineweginfectie > bijv. door e-coli bacterie
Zie voor uitgebreide uitleg je boek VVT
hoofdstuk 30 (VIG) of 27 (VP)
Slide 11 - Slide
Kwetsbare zorgvragers in de VVT
Extra gevoelig voor kruisbesmetting!
Oudere zorgvragers
Chronisch zieken
Zorgvragers met lage weerstand bij bijv. leukemie.
Zorgvragers die cytostatica gebruiken.
Zorgvragers die een operatie hebben ondergaan.
Slide 12 - Slide
Aandachtspunten bij de verpleging / verzorging van een infectiepatiënt.
Neem de preventieve maatregelen in acht. Zie ook www.wip.nl (Werkgroep InfectiePreventie)
Gooi gebruikte naalden in een naaldencontainer.
Geef de zorgvrager voorlichting en advies.
Slide 13 - Slide
Isolatie
Omgeving beschermen tegen micro-organismen die de zorgvrager verspreidt door contact en druppels.
Alles wat zich in de kamer van de zorgvrager bevindt, kun je beschouwen als bron van infectie.
Op basis van isolatie: schorten / handschoenen / maskers en mutsen.
Slide 14 - Slide
Omgekeerde isolatie
Zwakke zorgvrager wordt beschermd.
Slide 15 - Slide
Slide 16 - Slide
AIDS
Slide 17 - Mind map
AIDS
Acquired ImmunoDeficiency Syndrome
Acquired = verworven. Mensen zijn geïnfecteerd met hiv.
ImmunoDeficiency = er is sprake van een verstoring van het afweersysteem waardoor het lichaam niet meer in voldoende mate ziektevewerkkers onschadelijk kan maken.
Syndrome = mensen met aids hebben door deze afweerstoornis een complex van symptomen.
Slide 18 - Slide
Verloop
Besmetting door bloed - bloed contact / onbeschermd seksueel contact.
Gebruik van dezelfde drugs naalden.
Prikaccidenten
Via wondjes of slijmvliezen.
Moeder op (on)geboren kind > ook via moedermelk.
Besmette bloedproducten
Onveilig seksueel contact > slijmvliezen zijn daar goed doorbloed. Bij wondjes heb je bloed-bloed contact.
Geen overdracht bij zweet, traanvocht, urine of ontlasting > tenzij er zichtbaar bloed in zit.
Slide 19 - Slide
Verloop
Hiv virus gaat op de CD4 cellen zitten. (witte bloedlichaampjes, verantwoordelijk voor het afweersysteem)
De cellen vermenigvuldigen > CD4 cellen nemen af.
Je wordt vatbaarder voor infecties.
Antistoffen aangetoond tegen hiv? > Seropositief. Tijd tussen besmetting - seropositief > maximaal 6 maanden.
Krijgt iemand symptomen > aids. Tijd tussen besmetting - aids > 1 tot 15 jaar.
Slide 20 - Slide
Oppertunistische infecties
Infecties waar een gezond iemand niet ziek van zou worden.
Eczeem (niet besmettelijk)
Candida > schimmelinfectie in mond, slokdarm, trachea of longen.
Meningitis > hersenvliesontsteking
Pneumocytose > longontsteking door een parasiet.
Tubercolose > infectie van de longen.
Karposisarcoom > zeldzame soort huidkanker
Dementie door hersenbeschadiging
Encefalopathie > afwijkingen in het zenuwstelsel
Slide 21 - Slide
Symptomen
Koorts
Nachtzweten
Moeheid en ziektegevoel
Gewichtsverlies
Diarree langer dan een maand.
Slide 22 - Slide
Behandeling
Hiv remmers > aids voorkomen of uitstellen
Hiv test via huisarts / GGD
Verpleegkundige zorg:
Voorkom bloed-bloed contact
Lees het protocol van de instelling
Slide 23 - Slide
Zorg bij aids patiënt/cliënt.
Thuiszorg / verpleeghuis > chronisch of terminale fase.
Letten op huidconditie, jeuk en verdachte plekjes.
Diarree > gewichtsverlies en vochtbalans
Gewichtsverlies > voedingsadviezen / dietist
Medicatie
Observaties infecties
ADL / mobiliteit / decubitus / contracturen
Multi disciplinair door complexiteit
Psychosociale begeleiding
Slide 24 - Slide
Slide 25 - Video
Wat zijn de 5 momenten van handhygiëne?
Slide 26 - Open question
Wat vond jij van de les?
Interessant, hoeft van mij niet vaker op deze manier.