Grensoverschrijdend gedrag en conflicthantering
Grensoverschrijdend gedrag en conflicthantering
This item has no instructions
Lesdoel
Ik kan bij grensoverschrijdend gedrag, conflicten en crisissituaties passend handelen volgens procedures, wettelijke richtlijnen en afspraken van de organisatie.
This item has no instructions
Welke woorden komen bij je op bij grensoverschrijdend gedrag?
Gebruik de woordwolk om voorkennis en associaties zichtbaar te maken. Vraag eventueel door op verschillen tussen gedrag, gevoel, grens en veiligheid.
Wat is grensoverschrijdend gedrag?
Gedrag dat bewust, ongevraagd en ongewenst over iemands grens gaat
Kan lichamelijk, geestelijk, financieel of materieel zijn
Persoonlijke grenzen verschillen per persoon
Daarom neem je signalen en gevoelens van de ander altijd serieus
Benadruk dat het niet alleen gaat om zichtbaar geweld. Ook verwaarlozing, intimidatie of financieel misbruik vallen hieronder.
Voorbeelden uit de praktijk
Slaan, bedreigen of uitschelden
Pesten, discrimineren of seksueel lastigvallen
Geld of spullen van een cliënt wegnemen
Een cliënt verwaarlozen of onvoldoende verzorgen
Ook gedrag door ziekte of beperking blijft onacceptabel als grens wordt overschreden
Maak het onderscheid tussen begrip hebben voor een oorzaak en gedrag accepteren. Een begeleider mag gedrag begrijpen, maar moet nog steeds grenzen bewaken.
Vormen van grensoverschrijdend gedrag
Mishandeling en pesten
Discriminatie en eergerelateerd geweld
Discriminatie
Ongelijk behandelen op basis van bijvoorbeeld afkomst, leeftijd, geloof, gender, seksuele voorkeur of beperking
Eergerelateerd geweld
Geweld of dwang
Vanuit het idee dat familie-eer is geschonden
Mishandeling
Lichamelijke of emotionele schade
Ook verwaarlozing hoort hierbij
Kan lichamelijk, psychisch, financieel of materieel zijn
Pesten
Herhaaldelijk beschadigen
Verbaal, psychisch, fysiek of digitaal
Vaak met ongelijke machtsverhouding
This item has no instructions
Grenzen van de ander en van jezelf
Iedereen ervaart grenzen anders. Wat voor de één als grap voelt, kan voor een ander kwetsend of bedreigend zijn. Als begeleider let je daarom niet alleen op je bedoeling, maar vooral op het effect van gedrag. Je geeft ook je eigen professionele grens duidelijk aan.
Koppel dit aan professioneel handelen: duidelijk, rustig en zonder escalatie grenzen aangeven.
Opdracht
Stap 1 – Denk zelf na (2 minuten)
Wat is volgens jou het verschil tussen pesten, plagen en ruzie? Schrijf bij elk begrip op wat het betekent.
Stap 2 – Bespreek samen (5 minuten)
Bespreek je antwoorden met je buur. Zijn jullie het met elkaar eens? Bedenk bij elk begrip een voorbeeld.
This item has no instructions
Plagen, ruzie of pesten?
Plagen: meestal kort, speels, rollen wisselen
Ruzie: meningsverschil over een onderwerp
Pesten: herhaaldelijk schade doen
Bij pesten is vaak sprake van machtsongelijkheid
Laat zien waarom dit onderscheid belangrijk is: bij pesten is vaak structurele aanpak nodig, niet alleen een gesprek over een losse gebeurtenis.
Rollen bij pesten
De pester veroorzaakt het gedrag
De gepeste ondervindt schade
De meeloper steunt of versterkt het pesten
De zwijger grijpt niet in, maar houdt het soms wel in stand
Pesten is dus vaak een groepsproces
This item has no instructions
Mishandeling herkennen
Onverklaarbare blauwe plekken, kneuzingen of brandwonden
Angstig, somber of teruggetrokken gedrag
Slechte verzorging of onvoldoende voeding
Onverklaarbare geldopnames of verdwenen spullen
Plotselinge gedragsveranderingen
Benadruk dat één signaal niet automatisch mishandeling bewijst. Het gaat om zorgvuldig observeren en signalen in samenhang bekijken.
Signaleren vraagt zorgvuldigheid
Eén signaal is geen direct bewijs
Observeer feitelijk en zonder snelle conclusies
Bespreek zorgen volgens afspraken van de organisatie
Overleg bij twijfel met leidinggevende of vertrouwenspersoon
Bij zorgen over thuissituaties kan Veilig Thuis advies geven
Gebruik het woord 'feitelijk observeren': wat zie je, hoor je, merk je op? Nog niet interpreteren als vaststaand feit.
Welk kenmerk past het best bij pesten?
Rollen wisselen
Herhaaldelijk schade
Los meningsverschil
Korte grap
De afleiders komen uit plagen en ruzie. Laat leerlingen benoemen waarom machtsongelijkheid en herhaling pesten onderscheiden van plagen.
Maak de tekst compleet
Bij het herkennen van mishandeling kijk je naar signalen in samenhang. Eén signaal is geen direct bewijs. Je observeert feitelijk en bespreekt zorgen volgens de afspraken van de organisatie. Bij twijfel kun je advies vragen aan Veilig Thuis.
Benadruk het verschil tussen signaleren en bewijzen. 'Veilig Thuis' hoort specifiek bij zorgen over mishandeling in de thuissituatie.
Waarom is het effect van gedrag belangrijker dan de bedoeling?
Bespreek dat leerlingen kunnen noemen: gedrag serieus nemen, eigen professionele grens aangeven, signalen observeren, niet bagatelliseren, veiligheid bewaken.
Wat is weerstand?
Weerstand is verzet tegen iets of iemand. Het ontstaat bijvoorbeeld wanneer iemand zich niet gehoord voelt, iets niet wil of moeite heeft met verandering. Weerstand is geen conflict op zichzelf, maar kan wel een conflict laten groeien als je signalen mist.
Maak het onderscheid expliciet: weerstand kan een voorfase zijn, conflict is een botsing tussen belangen, gevoelens of behoeften.
Directe en indirecte weerstand
Iemand zegt weinig of niets
Wegkijken, uitstellen of ontwijken
Soms aanvallend of passief reageren
Directe weerstand
Bezwaren worden duidelijk uitgesproken
Bijvoorbeeld: 'Ik vind dit vervelend'
Vaak goed hoorbaar en zichtbaar
Indirecte weerstand
This item has no instructions
Omgaan met weerstand
Benoem de weerstand
Erken dat de ander verzet ervaart
Stel vragen over bezwaren
Kijk samen naar wensen en behoeften
Laat de ander meedenken over een oplossing
Luister eerst; probeer niet direct te overtuigen.
Deze volgorde helpt om spanning te verlagen. De kern is eerst begrijpen, daarna pas richting oplossing gaan.
Wanneer wordt weerstand een conflict?
Weerstand → niet gehoord voelen → oplopende irritatie → botsing over belangen of behoeften
Als mensen niet goed luisteren of emoties oplopen, kan een lastig gesprek uitgroeien tot een conflict.
Gebruik deze dia als overgang naar het volgende deel van de les.
Wat is een voorbeeld van indirecte weerstand?
Bezwaren uitspreken
Wegkijken en uitstellen
Samen oplossingen zoeken
Duidelijk grenzen stellen
Indirecte weerstand is vaak minder zichtbaar: wegkijken, ontwijken, uitstellen of passief-aanvallend reageren.
Vul de kernwoorden in
Weerstand is een gevoel van verzet tegen iets of iemand. Als begeleider kun je eerst de weerstand benoemen en daarna vragen stellen over bezwaren. Zo voorkom je dat weerstand uitgroeit tot een conflict. Luister eerst en probeer niet direct te overtuigen.
Controleert de kernvolgorde: herkennen, benoemen, onderzoeken en niet meteen overtuigen.
Wat is een conflict?
Een conflict ontstaat wanneer twee of meer personen van mening verschillen en niet tegemoet willen komen aan elkaars gevoelens of behoeften. Conflicten gaan vaak niet alleen over het onderwerp zelf, maar ook over verwachtingen, emoties en de manier waarop mensen met elkaar omgaan.
This item has no instructions
Vier soorten conflicten
Taak en belang
Persoon en relatie
Persoonlijk conflict
Gaat over omgangsvormen
Voorbeeld: iemand spreekt je vervelend aan
Relationeel conflict
Gaat over de relatie zelf
Voorbeeld: iemand voelt zich niet gesteund
Instrumenteel conflict
Gaat over werk, taken of procedures
Voorbeeld: verschil van mening over aanpak van een cliënt
Belangenconflict
Gaat over tijd, geld of ruimte
Voorbeeld: twee collega's willen tegelijk vrij
Benadruk dat verschillende conflictsoorten door elkaar kunnen lopen. Een taakconflict kan bijvoorbeeld persoonlijk worden.
Conflicten vermijden helpt niet altijd
Vermijden lijkt soms rustig, maar spanning blijft bestaan
Onuitgesproken irritaties kunnen groter worden
Een conflict kan ook iets opleveren
Gesprek kan zorgen voor duidelijkheid, inzicht en herstel van de relatie
Nuanceer: vermijden kan soms tijdelijk passend zijn, maar lost het conflict meestal niet op.
Welk conflict gaat vooral over tijd, geld of ruimte?
Persoonlijk conflict
Relationeel conflict
Belangenconflict
Instrumenteel conflict
Laat leerlingen het verschil verwoorden tussen belangenconflict en instrumenteel conflict: verdeling van middelen versus werk, taken of procedures.
Wat doe je meestal als je een conflict hebt met iemand?
Doordrukken
Meegaan
Ontlopen
Compromis
This item has no instructions
Vijf manieren om met conflict om te gaan
Volgens het Thomas-Kilmann-model kies je een stijl die past bij de situatie. Geen enkele stijl is altijd de beste; je kijkt naar inhoud, relatie, veiligheid en gevolgen.
Noem eventueel dat de stijlkeuze afhangt van eigen belang, belang van de ander en de urgentie van de situatie.
Conflicthantering: vijf stijlen
Meer sturend
Meer afwegend
Ontlopen
Je gaat het conflict uit de weg
Past als het onderwerp nu niet belangrijk genoeg is
Problemen aanpakken
Samen zoeken naar oplossing
Past als inhoud én relatie belangrijk zijn
Compromissen sluiten
Beide partijen geven iets toe
Doordrukken
Vasthouden aan eigen standpunt
Past bij snel en daadkrachtig handelen
Bijvoorbeeld in een crisissituatie
Meegaan
Je past je aan de ander aan
Past als relatie belangrijker is of als je ongelijk hebt
Leg uit dat 'problemen aanpakken' vaak de voorkeur heeft, maar niet altijd haalbaar is bij tijdsdruk of onveiligheid.
Opdracht: Een conflict tijdens de begeleiding
Stap 1 – Denk zelf na (5 minuten)
Lees de casus en beantwoord de vragen eerst zelfstandig. Schrijf je antwoorden kort op.
Casus: Een conflict tijdens de begeleiding
Je loopt stage bij een woonvoorziening. Een cliënt wil zelfstandig boodschappen doen, maar jij vindt dat de cliënt eerst zijn afspraken moet nakomen. De cliënt wordt boos en zegt: ‘Jij bepaalt altijd alles! Je luistert nooit naar mij!’ Hij begint hard te praten en weigert verder met je in gesprek te gaan.
Beantwoord de volgende vragen:
Waarover ontstaat het conflict?
Hoe zou jij op de cliënt reageren? Wat zou je zeggen?
Welke manier van conflicthantering past bij jouw aanpak?
Hoe kun je voorkomen dat het conflict verder oploopt?
Stap 2 – Bespreek samen (5 minuten)
Bespreek je antwoorden met degene die naast je zit.
Welke antwoorden komen overeen?
Verschillen jullie van mening? Waarom?
Welke aanpak vinden jullie het meest passend voor een begeleider? tekst
This item has no instructions
Onderhandelen als volgende stap
Als partijen er samen niet uitkomen, helpt onderhandelen. Daarbij onderzoek je de belangen van beide kanten en zoek je naar een oplossing waarbij iedereen iets kan winnen of waarbij een werkbaar compromis ontstaat.
This item has no instructions
Stappen van onderhandelen
Onderzoek het conflict
Bedenk oplossingen
Vergelijk voor- en nadelen
Kies een oplossing
Maak afspraken
Voer uit en evalueer
Houd de focus op het proces: eerst begrijpen, dan opties, dan afspraken en evaluatie.
Vaardigheden tijdens onderhandelen
Actief luisteren
Samenvatten
Doorvragen
Belangen helder maken
Controleren of afspraken uitvoerbaar zijn
Zo voorkom je misverstanden en vergroot je de kans op een werkende oplossing.
This item has no instructions
Geweldloze communicatie
Bij geweldloze of verbindende communicatie vertel je eerlijk wat je ervaart, zonder de ander te beschuldigen. Je spreekt vanuit observatie, gevoel en behoefte, en eindigt met een concreet verzoek.
Benadruk dat deze aanpak niet 'soft' is: je bent duidelijk, maar niet verwijtend.
De vier stappen
Waarneming – wat zie of hoor je feitelijk?
Gevoel – wat voel je daarbij?
Behoefte – wat heb je nodig?
Verzoek – wat vraag je concreet aan de ander?
Laat het verschil zien tussen waarneming en oordeel. 'Je bent altijd lui' is een oordeel; 'je kwam 15 minuten later' is een waarneming.
Voorbeeld van verbindend spreken
Waarneming: je bent een kwartier later dan afgesproken
Gevoel: ik voel me geïrriteerd
Behoefte: ik heb behoefte aan duidelijkheid
Verzoek: wil je het laten weten als je later bent?
De boodschap blijft duidelijk, maar geeft ruimte voor reactie.
This item has no instructions
Wanneer past doordrukken het best?
Bij direct gevaar
Bij relatieherstel
Bij klein verschil
Bij stille weerstand
Koppelt de stijlkeuze aan veiligheid en urgentie. Bespreek dat doordrukken niet de standaard is, maar soms nodig bij crisis.
Herstel de volgorde
Bij geweldloze communicatie begin je met een waarneming van wat je feitelijk ziet of hoort. Daarna benoem je je gevoel en leg je uit welke behoefte je hebt. Je eindigt met een concreet verzoek aan de ander.
Let op het verschil tussen feitelijke waarneming en oordeel. Dat is vaak het lastigste onderdeel voor leerlingen.
Welke vaardigheid helpt het meest bij onderhandelen?
Goede antwoorden noemen meestal: actief luisteren, samenvatten, doorvragen, belangen onderzoeken, voor- en nadelen vergelijken, afspraken maken en evalueren.
Handelen als begeleider
Observeer en herken signalen
Bewaak de veiligheid
Blijf zo rustig mogelijk
Geef duidelijk je grenzen aan
Handel volgens procedures en protocollen
Verbind dit met de leerdoelzin: professioneel handelen betekent niet improviseren buiten afspraken om.
Niet elk conflict is een crisis
Een conflict vraagt vaak gesprek en afweging
Een crisissituatie vraagt soms direct ingrijpen
Bij direct gevaar heeft veiligheid voorrang
Dan kan snel en daadkrachtig handelen nodig zijn
Volg altijd de geldende afspraken van de organisatie
Maak het onderscheid scherp: escalatie en gevaar bepalen of je vooral bemiddelt of eerst beveiligt en opschaalt.
Samenwerken en melden
Schakel zo nodig een collega in
Betrek leidinggevende of deskundige wanneer nodig
Meld en bespreek volgens de organisatieafspraken
Leg relevante feiten vast als dat binnen de procedure hoort
Evalueer achteraf wat er gebeurde en wat beter kan
Sluit aan op BPV-praktijk: studenten observeren, handelen en evalueren binnen de kaders van hun stageorganisatie.
Wat heeft voorrang bij direct gevaar?
Onderhandelen
Relatieherstel
Veiligheid bewaken
Meningen vergelijken
Verbind aan de laatste slides: niet elk conflict is een crisis, maar bij crisis gaat veiligheid voor gesprek.
Vul de juiste woorden in
Als begeleider moet je eerst signaleren wat er gebeurt en de veiligheid bewaken. Daarna handel je volgens de procedures van de organisatie. Achteraf is het belangrijk om de situatie te evalueren.
Sluit aan bij het lesdoel: professioneel handelen binnen wettelijke richtlijnen en organisatieafspraken.
Wat neem jij mee uit deze les naar je BPV?
This item has no instructions
Welk onderdeel vond jij het lastigst om te begrijpen?
This item has no instructions
Wat hielp jou vandaag het meest bij het leren?
This item has no instructions
Begrippenlijst
grensoverschrijdend gedrag - gedrag dat ongevraagd en ongewenst iemands persoonlijke grens overschrijdt
mishandeling - lichamelijke of emotionele schade toebrengen, of noodzakelijke zorg onthouden
pesten - herhaaldelijk iemand beschadigen, vaak met een ongelijke machtsverhouding
discriminatie - iemand ongelijk behandelen op basis van kenmerken zoals afkomst, geloof of gender
eergerelateerd geweld - geweld of dwang vanuit het idee dat familie-eer is geschonden
weerstand - verzet tegen iets of iemand
conflict - botsing tussen personen door verschillen in belangen, gevoelens, behoeften of verwachtingen
This item has no instructions
Begrippenlijst
instrumenteel conflict - conflict over werk, taken of procedures
belangenconflict - conflict over de verdeling van tijd, geld of ruimte
persoonlijk conflict - conflict over de manier waarop mensen met elkaar omgaan
relationeel conflict - conflict dat draait om de onderlinge relatie
onderhandelen - zoeken naar een oplossing door belangen te onderzoeken en afspraken te maken
geweldloze communicatie - duidelijk communiceren zonder te beschuldigen, via waarneming, gevoel, behoefte en verzoek
crisissituatie - situatie met direct gevaar of sterke ontregeling waarbij snel handelen nodig kan zijn
This item has no instructions