CONFLICT · INTERNATIONAAL
Examentraining
Internationale conflicten: zo pak je examenvragen aan
CONFLICT · INTERNATIONAAL
Examentraining
Internationale conflicten: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: U.S. Department of State / Wikimedia Commons, publiek domein
CONFLICT · INTERNATIONAAL
Wat ga je kunnen?
Ik kan een conflict of samenwerking in een casus verklaren met de juiste begrippen en paradigma's.
This item has no instructions
CONFLICT · INTERNATIONAAL
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat vraagt de vraag, en welke actoren (personen, groepen, staten) en welk niveau staan in de casus?
2. Zoek: welk begrip of paradigma uit 11.1-11.4 past bij de casus?
3. Maak concreet: haal een gegeven uit de casus en koppel het aan dat begrip.
4. Schrijf: begrip, aanwijzing uit de casus, conclusie. Alleen een definitie is te weinig.
This item has no instructions
CONFLICT · INTERNATIONAAL
Vraagtype 1: verklaren vanuit een paradigma
Je krijgt een uitspraak of casus en moet het paradigma herkennen of een conflict ermee verklaren.
Functionalisme: orde en harmonie. Conflictparadigma: strijd om macht en middelen. Sociaalconstructivisme: betekenis. Rationele actor: omgaan met tegengestelde belangen.
This item has no instructions
Analist: 'Een conflict is een storing in de orde.' Welk paradigma?
Het conflictparadigma
Het sociaalconstructivisme
Functionalisme
Het rationele actorparadigma
Syllabus 11.1: functionalisme ziet conflicten als uitzondering en bedreiging voor de orde. Verwachte fout: conflictparadigma kiezen omdat het over conflicten gaat.
Sociaalconstructivisme: waar kijkt men naar?
Goed antwoord: naar de betekenis die verschillende actoren aan gedragingen in conflict en samenwerking hechten. Verwachte fout: zeggen dat men naar macht of bezit kijkt (conflictparadigma).
CONFLICT · INTERNATIONAAL
Vraagtype 2: internationale conflicten ontleden
Je moet vorm, oorzaak of gevolg van een internationaal conflict herkennen in een kort voorbeeld.
Let op: binnen een staat is intrastatelijk, tussen staten interstatelijk. En let op de internationale gevolgen.
This item has no instructions
Overheid en rebellen vechten binnen één land. Welk type conflict?
Een intrastatelijk conflict
Een interstatelijk conflict
Een latent conflict
Een conflict op microniveau
Syllabus 11.2: een gewelddadig conflict binnen een staat is intrastatelijk. Verwachte fout: interstatelijk, omdat het buitenland meedoet. Het conflict speelt zich wel binnen een staat af.
Waarom hebben rebellen het buitenland nodig?
Goed antwoord: voor financiële steun, wapens en veilige schuilplaatsen; door globalisering is dat via internationale netwerken makkelijker. Verwachte fout: alleen 'voor geld' noemen zonder wapens of schuilplaatsen of de rol van globalisering.
CONFLICT · INTERNATIONAAL
Vraagtype 3: conflictoplossing en samenwerking
Je moet bepalen welk middel past of wat samenwerking mogelijk of ongelijk maakt.
Middelen: overleg, diplomatieke druk, publieke opinie, sancties, rechtbank. Bij samenwerking: vertrouwen, acceptatie, compromis, interdependentie.
This item has no instructions
Twee staten ruziën over een grens. Wat gebeurt er doorgaans?
Ze gaan vrijwel altijd een gewapende strijd aan
Ze leggen het meteen voor aan een rechtbank
Ze zetten direct economische sancties in
Ze lossen het op via overleg en onderhandelingen
Syllabus 11.2: conflicten tussen staten worden doorgaans opgelost door overleg en onderhandelingen. Rechtbank en gewapende strijd zijn de laatste instantie. Verwachte fout: gewapende strijd kiezen.
Staat A heeft B hard nodig, B redt zich ook zonder A. Wat is dit?
Een symmetrische interdependentie
Een asymmetrische interdependentie
Een latent conflict
Een probleem van free-riders
Syllabus 11.3: men heeft elkaar nodig, maar de interdependentie kan asymmetrisch zijn en machtsverschillen spelen mee. Verwachte fout: symmetrisch kiezen omdat beide partijen afhankelijk zijn, hoewel in ongelijke mate.
CONFLICT · INTERNATIONAAL
Vraagtype 4: veiligheidsdilemma toepassen
Je moet in een casus het veiligheidsdilemma of het probleem van collectieve actie herkennen en uitleggen.
Dilemma: bewapenen uit angst leidt tot meer onveiligheid. Free-rider: anderen laten betalen voor een gemeenschappelijk goed.
This item has no instructions
Twee staten praten maanden onder VN-bemiddeling tot een akkoord. Welk model?
Het harmoniemodel
Het conflictmodel
Het veiligheidsdilemma
Het free-riderprobleem
Goed: het harmoniemodel, met overleg, bemiddeling en consensus. Het conflictmodel zet strijdmiddelen in.
Anderen betalen voor veiligheid. Gedrag?
Goed antwoord: free-riders gedrag, een probleem van collectieve actie: het is voor elke staat rationeel om de inspanning voor internationale veiligheid door anderen te laten doen. Verwachte fout: veiligheidsdilemma noemen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Verklaren vanuit een paradigma
Internationale conflicten ontleden
Conflictoplossing en samenwerking
Veiligheidsdilemma toepassen
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen eerst en laat een leerling de vier stappen voordoen.
CONFLICT · INTERNATIONAAL
Tips voor op het examen
Noem het begrip letterlijk en koppel het aan een gegeven uit de casus.
Let op het niveau: micro (personen), meso (groepen) of macro (staten).
Bij paradigma's: noem wat het paradigma ziet (orde, strijd, betekenis of rationele afweging).
Veiligheidsdilemma gaat over bewapenen uit angst, free-riders over anderen laten betalen.
This item has no instructions