Uitdrukkingenquiz

Uitdrukkingen
opdr. 12, 14 en 15
1 / 20
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Uitdrukkingen
opdr. 12, 14 en 15

Slide 1 - Slide

Maak af:
Bij tijd en

Slide 2 - Open question

Maak af: naar eer en ...

Slide 3 - Open question

Maak af:
van haver tot ...

Slide 4 - Open question

Maak af:
na veel plussen en..

Slide 5 - Open question

Met man en 
kind noch
voor dag en 
op stel en 
willens en
Macht
Dauw 
Wetens
Sprong
Kraai 

Slide 6 - Drag question

Wat betekent 'kind noch kraai'?
A
opzettelijk
B
onmiddellijk
C
geen enkel familielid
D
in orde

Slide 7 - Quiz

Wat betekent 'op stel en sprong'?
A
opzettelijk
B
onmiddellijk
C
geen enkel familielid
D
in orde

Slide 8 - Quiz

Wat betekent 'voor dag en dauw'?
A
heel vroeg
B
in orde
C
beteugelen
D
ruimschoots

Slide 9 - Quiz

Uitdrukkingen
opdr. , 17, 19, 21, 23 

Slide 10 - Slide

Wat betekent 'zijn schaapjes op het droge hebben'?
A
het zuiniger aan doen
B
veel ervaring hebben met zeker werk
C
voor zijn hele leven genoeg geld verdiend hebben
D
tegelijkertijd twee voordelen behalen

Slide 11 - Quiz

Wat betekent 'de broekriem aanhalen'?
A
het zuiniger aan doen
B
veel ervaring hebben met zeker werk
C
voor zijn hele leven genoeg geld verdiend hebben
D
tegelijkertijd twee voordelen behalen

Slide 12 - Quiz

Wat betekent 'het klappen van de zweep kennen'?
A
het zuiniger aan doen
B
veel ervaring hebben met zeker werk
C
voor zijn hele leven genoeg geld verdiend hebben
D
tegelijkertijd twee voordelen behalen

Slide 13 - Quiz

tegen heug en ...
steen en ... klagen 
met raad en .... bijstaan
de tering naar de ... zetten
been 
daad 
meug
nering 

Slide 14 - Drag question

Wat betekent 'op alle slakken zout leggen'?

Slide 15 - Open question

Wat betekent 'geen slapende honden wakker maken'?

Slide 16 - Open question

Wat betekent: 'water bij de wijn doen'

Slide 17 - Open question

Wat betekent 'zijn snor drukken'?
A
ertussenuit knijpen
B
het iemand moeilijk maken
C
een voorbehoud maken
D
de moed verliezen; opgeven

Slide 18 - Quiz

Wat betekent 'een slag om de arm houden'?
A
ertussenuit knijpen
B
het iemand moeilijk maken
C
een voorbehoud maken
D
de moed verliezen; opgeven

Slide 19 - Quiz

Wat betekent 'iemand het vuur na aan de schenen leggen'?
A
ertussenuit knijpen
B
het iemand moeilijk maken
C
een voorbehoud maken
D
de moed verliezen; opgeven

Slide 20 - Quiz