TRAJECT SCHRIJVEN
TRAJECT SCHRIJVEN
Hoofdstuk 1: Schrijven begint vóór je schrijft
Je leert …
... een geschikt onderwerp kiezen;
... een onderwerp gericht afbakenen;
... het tekstdoel van een tekst bepalen;
... een duidelijke, afgebakende, gerichte en neutrale schrijfvraag formuleren;
... het verschil tussen creatief en inhoudelijk brainstormen herkennen;
... je voorkennis activeren met een brainstorm en de 5W+1H-methode;
... bepalen welke informatie je nog moet opzoeken.
Geef twee manieren waarop je een onderwerp kunt afbakenen.
Welke zes tekstdoelen ken je?
Aan welke vier voorwaarden voldoet een goede schrijfvraag?
Wat weet je al over het onderwerp?
Je onderwerp en schrijfvraag liggen vast. Maar voor je informatie gaat zoeken, kijk je eerst wat er al in je hoofd zit.
Brainstormen helpt je om:
ideeën naar boven te halen;
je voorkennis te activeren;
verbanden te ontdekken;
te bepalen wat je nog niet weet.
2 vormen van brainstormen
Creatief brainstormen
vertrekpunt: algemeen onderwerp
hoe: bedenk zoveel mogelijk ideeën/invalshoeken
doel: ontdekken waarover je zou kunnen schrijven
Inhoudelijk brainstormen
vertrekpunt: afgebakend onderwerp of een schrijfvraag
hoe: noteer alles wat je over het onderwerp weet
doel: voorkennis activeren en ontdekken welke kennis ontbreekt
VOORBEELD
We hebben ondertussen:
✓ een afgebakend onderwerp;
✓ een tekstdoel;
✓ een schrijfvraag.
Welke invloed heeft het gebruik van generatieve AI op de schrijfvaardigheid van leerlingen?
We willen ontdekken wat we al weten over onze vraag.
We maken een inhoudelijke brainstorm.
2 methodes van brainstormen
De brainstormmethode
nog niet oordelen
schrijf alles op wat in je opkomt
het ene idee kan een volgend idee oproepen
De vraagstellingsmethode (5W+1H-methode)
controleer je je brainstorm met zes vragen:
Wie? Wat? Wanneer? Waar? Waarom? Hoe?
deze methode werkt alleen als je de juiste vragen stelt
Voorkennis: invloed van AI op schrijfvaardigheid van leerlingen?
OEFENING BLZ 9
a) Noteer je onderwerp in het midden van het blad.
b) Brainstormmethode (4 minuten)
Zet nu een timer op 4 minuten.
Schrijf zonder te stoppen alles op wat je associeert met het gekozen thema.
Gebruik losse woorden of korte zinnetjes. Alles mag.
Denk breed: gevoelens, beelden, voorbeelden, vragen, uitspraken
Doel: minstens 25 ideeën/voorkennis.
OEFENING BLZ 9
c) Vraagstellingsmethode (4 minuten)
Wie heeft met dit onderwerp te maken?
Wat is het precies? Wat hoort erbij?
Wanneer speelt dit thema vooral een rol?
Waar komt het voor of doet het zich voor?
Waarom is dit onderwerp belangrijk of gevoelig?
Hoe werkt het, verloopt het of beïnvloedt het mensen?
3 dingen die ik vandaag geleerd heb
2 verschillende brainstormmethodes
1 vraag die ik nog heb