Schrijven: H1: Les 2: Brainstormen en voorkennis activeren

TRAJECT SCHRIJVEN

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsSecundair onderwijs

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

TRAJECT SCHRIJVEN

Hoofdstuk 1: Schrijven begint vóór je schrijft

Je leert …

... een geschikt onderwerp kiezen;

... een onderwerp gericht afbakenen;

... het tekstdoel van een tekst bepalen;

... een duidelijke, afgebakende, gerichte en neutrale schrijfvraag formuleren;

... het verschil tussen creatief en inhoudelijk brainstormen herkennen;

... je voorkennis activeren met een brainstorm en de 5W+1H-methode;

... bepalen welke informatie je nog moet opzoeken.

Geef twee manieren waarop je een onderwerp kunt afbakenen.

Welke zes tekstdoelen ken je?

Aan welke vier voorwaarden voldoet een goede schrijfvraag?

Wat weet je al over het onderwerp?

Je onderwerp en schrijfvraag liggen vast. Maar voor je informatie gaat zoeken, kijk je eerst wat er al in je hoofd zit.


Brainstormen helpt je om:

  • ideeën naar boven te halen;

  • je voorkennis te activeren;

  • verbanden te ontdekken;

  • te bepalen wat je nog niet weet.

2 vormen van brainstormen

Creatief brainstormen

  • vertrekpunt: algemeen onderwerp

  • hoe: bedenk zoveel mogelijk ideeën/invalshoeken

  • doel: ontdekken waarover je zou kunnen schrijven

Inhoudelijk brainstormen

  • vertrekpunt: afgebakend onderwerp of een schrijfvraag

  • hoe: noteer alles wat je over het onderwerp weet

  • doel: voorkennis activeren en ontdekken welke kennis ontbreekt

VOORBEELD

We hebben ondertussen:

✓ een afgebakend onderwerp;
✓ een tekstdoel;
✓ een schrijfvraag.

Welke invloed heeft het gebruik van generatieve AI op de schrijfvaardigheid van leerlingen?


We willen ontdekken wat we al weten over onze vraag.

We maken een inhoudelijke brainstorm.

2 methodes van brainstormen

De brainstormmethode

  • nog niet oordelen

  • schrijf alles op wat in je opkomt

  • het ene idee kan een volgend idee oproepen


De vraagstellingsmethode (5W+1H-methode)

  • controleer je je brainstorm met zes vragen:
    Wie? Wat? Wanneer? Waar? Waarom? Hoe?

  • deze methode werkt alleen als je de juiste vragen stelt

Voorkennis: invloed van AI op schrijfvaardigheid van leerlingen?

OEFENING BLZ 9

a)       Noteer je onderwerp in het midden van het blad.

b)      Brainstormmethode (4 minuten)

  • Zet nu een timer op 4 minuten.

  • Schrijf zonder te stoppen alles op wat je associeert met het gekozen thema.

  • Gebruik losse woorden of korte zinnetjes. Alles mag.

  • Denk breed: gevoelens, beelden, voorbeelden, vragen, uitspraken

  • Doel: minstens 25 ideeën/voorkennis.

OEFENING BLZ 9

c)    Vraagstellingsmethode (4 minuten)

  • Wie heeft met dit onderwerp te maken?

  • Wat is het precies? Wat hoort erbij?

  • Wanneer speelt dit thema vooral een rol?

  • Waar komt het voor of doet het zich voor?

  • Waarom is dit onderwerp belangrijk of gevoelig?

  • Hoe werkt het, verloopt het of beïnvloedt het mensen?

3 dingen die ik vandaag geleerd heb

2 verschillende brainstormmethodes

1 vraag die ik nog heb