3Mc - 18 maart

3Mc - Donderdag 18 maart
Nodig:
- iPad
- Informatieboek blz. 126
- Werkboek blz. 130
1 / 25
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

3Mc - Donderdag 18 maart
Nodig:
- iPad
- Informatieboek blz. 126
- Werkboek blz. 130

Slide 1 - Slide

Deze les:
  • Uitleg: §6.1
  • Checkvragen
  • Aan de slag
  • Afsluiting

Slide 2 - Slide

  1. Je kunt in je eigen woorden het begrip verzuiling uitleggen.
  2. Je kunt de vier zuilen benoemen. 
  3. Je kunt in je eigen woorden het ontstaan van de verzuiling uitleggen.
  4. Je kunt een gevolg van de verzuiling noemen.
  5. Je kunt in je eigen woorden het begrip emancipatie uitleggen.

Paragraaf 6.1 - "Een verzuild land"

Slide 3 - Slide

Leerdoel deze les
  1. Je kunt in je eigen woorden het begrip verzuiling uitleggen.
  2. Je kunt de vier zuilen benoemen.
  3. Je kunt in je eigen woorden uitleggen hoe de verzuiling is ontstaan.
  4. Je kunt in je eigen woorden het begrip emancipatie uitleggen.
  5. Je kunt een gevolg noemen van de verzuiling. 


Slide 4 - Slide

Verzuiling
Vanaf 1900 ontstaat er in Nederland een verzuilde samenleving.

De Nederlandse bevolking kun je vanaf dan opdelen in vier verschillende groepen of zuilen.

Mensen leven naast elkaar.
Niet met elkaar.

 
Zuilen
We noemen de groepen in de Nederlandse samenleving ook wel zuilen. Net als bij een Griekse tempel staan de zuilen (of groepen) wel naast elkaar maar raken elkaar niet. De groepen hebben onderling ook weinig contact. Maar de zuilen werken wel samen om het dak te dragen, net zoals de groepen het dak 'Nederland' dragen. 

Slide 5 - Slide

Verzuiling is de maatschappij opdelen in bevolkingsgroepen die zijn georganiseerd op basis van hun politieke overtuiging of geloof.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Een zuil is een bevolkingsgroep met een eigen levensovertuiging en eigen organisaties. 

Slide 8 - Slide

De zuilen
De Nederlandse bevolking kun je opdelen in vier verschillende groepen of zuilen, namelijk:

  1. Protestanten
  2. Katholieken
  3. Socialisten
  4. Liberalen
Liberalen.
Voor liberalen was vrijheid (engels = liberty) belangrijk. Mensen moesten vrij zijn om hun eigen levensomstadigheden te kunnen verbeteren. De overheid moest zich daarom niet zo veel met de bevolking bemoeien, doorvoorbeeld door wetten te maken. 
Socialisten.
Voor de socialisten was gelijkheid belangrijk. Zij wilden de verschillen tussen arm en rijk verkleinen en kwamen op voor de rechten van de arbeiders. 
Katholieken.
Katholieken zijn christenen die de Paus in Rome als hun leider zien. Zij vinden het geloof belangrijk en vinden dat ook in de politiek de christelijke regels gevolgd moeten worden. 
Protestanten
Protestanten zijn christenen die de Bijbel als de belangrijkste bron van hun geloof zien. Zij vinden het geloof belangrijk en vinden dat ook in de politiek de christelijke regels gevolgd moeten worden. 

Slide 9 - Slide

Maak de juiste combinaties!
Mensen die in de politiek in de eerste plaats opkomen voor de vrijheid van burgers. 
Mensen die streven naar meer gelijkheid. 
Christenen die de paus in Rome als hun leider zien. 
Christenen die de Bijbel als hun belangrijkste bron voor het geloof zien.  
LIBERALEN
SOCIALISTEN
KATHOLIEKEN
PROTESTANTEN

Slide 10 - Drag question

Wij accepteren wat de paus te zeggen heeft over het bestuur van het land.
Socialisten
Liberalen
Protestanten
Katholieken

Slide 11 - Drag question

Godsdienst is gevaarlijk. Mensen denken dat hun ellende de wil van God is.
Socialisten
Liberalen
Protestanten
Katholieken

Slide 12 - Drag question

Godsdienstonderwijs moeten de kinderen thuis maar krijgen.
Socialisten
Liberalen
Protestanten
Katholieken

Slide 13 - Drag question

Arme sloebers hebben geen verstand van politiek. Ik voorzie grote problemen als zij mogen stemmen.
Socialisten
Liberalen
Protestanten
Katholieken

Slide 14 - Drag question

Ik hoop op een maatschappij waarin iedereen dezelfde rechten heeft.
Socialisten
Liberalen
Protestanten
Katholieken

Slide 15 - Drag question

Ontstaan 1
Tussen ongeveer 1850 en 1900 werd Nederland geregeerd door liberalen.
Zij bepaalden wat er gebeurde op het gebied van politiek, de sociale kwestie en onderwijs.


De andere groepen (protestanten, katholieken en socialisten) hadden weinig invloed, maar wel kritiek op het beleid van de liberalen. 

Slide 16 - Slide

Ontstaan 2 
Om sterker te staan gaan de protestanten, kahtolieken en socialisten zich organiseren, bijvoorbeeld in poltieke partijen.

Maar... later ook vakbonden, kranten, sportclubs, scholen en bejaardenhuizen.
Elke zuil voor zichzelf. 

Slide 17 - Slide

Emancipatie is het verkrijgen van gelijke rechten en het opheffen van achterstanden.

Slide 18 - Slide

Verzuiling



Dit was vooral bij de confessionelen (protestanten en katholieken). 

Want... liberalen en socialisten zijn goddeloze! En contact met hen zou ervoor zorgen dat je je geloof verliest. Dus niet naar de hemel kan.
Contact met andere zuilen werd ontmoedigd. 

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

De samenleving raakte verdeeld in groepen. Welk begrip past hier het beste bij?
A
Verzuiling
B
Groepering
C
Pacificatie
D
Nationalisme

Slide 21 - Quiz

Noem de 4 groepen/zuilen tijdens de verzuiling.

Slide 22 - Open question

Welke politieke richting had voor de verzuiling het meeste macht?
A
Socialisten
B
Protestanten
C
Liberalen
D
Katholieken

Slide 23 - Quiz

De verzuiling leidde tot:
A
De indeling van de jeugd in meisjes- en jongensgroepen
B
De opdeling van de bevolking in gelovigen en niet-gelovigen
C
Veel onenigheid in het Nederland van na WO II
D
Een samenleving waarin het leven zich vooral binnen een groep afspeelde

Slide 24 - Quiz

Huiswerk


Paragraaf 6.1
Opdracht 3ab
Vrijdag 19 maart - 1e uur
- Informatieboek blz. 126
- Werkboek blz. 130

Slide 25 - Slide