Blok 3-9 Over Taal 2KGT

Nederlands
                        Klas 2A - 3.9  Over Taal

1 / 16
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 2

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Nederlands
                        Klas 2A - 3.9  Over Taal

Slide 1 - Slide

4 gouden minuten
Na 4 minuten zit iedereen op de plek
Telefoon bij binnenkomst in telefoontas
Leg de spullen vast klaar
Time-out nodig-> doorgeven:
Dit geldt niet voor iedereen!!



timer
3:00

Slide 2 - Slide

Stillezen
timer
10:00

Slide 3 - Slide

Afspraken
  • Je hebt respect voor elkaar en je omgeving
  • Je hebt je spullen en huiswerk op orde
  • Energie teveel? Voor de les en anders time-out aanvragen     (Dit geldt alleen voor leerlingen op mijn lijstje)
  • Focus - concentratie, let op jezelf - leid anderen niet af
  • Steek je hand op bij vragen of iets willen zeggen.
  • Jas in kluisje, tas op de grond, geen kauwgom, eten, etc.

Slide 4 - Slide

Vandaag in deze les:
  • Terugblik
  • Lesdoel
  • Nakijken huiswerk Over Taal
  • Instructie Over Taal
  • Aan de slag

Slide 5 - Slide

Terugblik
Zinsontleding:
Werkwoordspelling
Woordenschat

Slide 6 - Slide

Lesdoel Over Taal
  • Je begrijpt de betekenis van verschillende schooltaalwoorden.
  • Je weet wat voor- en achtervoegsels zijn en kunt deze gebruiken.
  • Je kunt verwijswoorden toepassen.

Slide 7 - Slide

Nakijken huiswerk
Opdracht 6-7-8
Deze kijk je na en verbeter je waar nodig.

Slide 8 - Slide

Nakijken huiswerk
  1. besmet (besmetten) = ziek gemaakt
  2. (de) voedselvergiftiging = ziekte door het eten van bedorven eten
  3. (het) overzicht = de situatie dat je alles goed en in juist verband kunt zien
  4. op peil = op een goed niveau
  5. aankloppen bij = vragen om iets
  6. op orde = in de gewenste situatie
  7. plannen = beslissen wanneer je wat doet
  8. organisatie = bedrijf


Slide 9 - Slide

Nakijken huiswerk
  1. voedselvergiftiging
  2. risico
  3. op orde
  4. organisatie
  5. plannen
  6. op peil
  7. verschijnselen
  8. aankloppen
  9. besmetten
  10. overzicht




Slide 10 - Slide

Nakijken huiswerk
  1. blauwachtige – een beetje als blauw
  2. mislukt – slecht gelukt
  3. wanorde – geen orde
  4. kansarme – met weinig kans
  5. calorierijk – met veel calorieën
  6. breekbaar – het kan breken
  7. herlezen – nog een keer lezen
  8. gewichtloos – zonder gewicht
  9. onnauwkeurig – niet nauwkeurig
  10. respectvol – met veel respect
  11. ontelbaar – je kunt het niet tellen




Slide 11 - Slide

Instructie Over Taal
Blz. 133 voor- en achtervoegsels
Helpt de betekenis van het woord te vinden.
Blz. 135 verwijswoorden: hier - deze - hun
verwijzen in de tekst naar: een woord - een groep woorden - een zin.

Slide 12 - Slide

Aan de slag
Opdr. 9 + 10 (134) + 11 (135)
9+10 maak je op het werkblad. Deze neem je volgende keer mee naar de les. 11 in je schrift.

Dit is het huiswerk voor de volgende les.

Slide 13 - Slide

Einde van de les
Bedankt voor jullie aandacht!

Slide 14 - Slide

In hoeverre heb jij het idee dat je deze leerstof hebt begrepen?
😒🙁😐🙂😃

Slide 15 - Poll

Ik vond deze les....
😒🙁😐🙂😃

Slide 16 - Poll