Digibordles niveau C

Digibordles week 5
Begrijpend lezen
1 / 20
next
Slide 1: Slide
Begrijpend lezenBasisschoolGroep 4-8

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Introduction

Begrijpend lezen

Items in this lesson

Digibordles week 5
Begrijpend lezen

Slide 1 - Slide

WELKOM bij de digibordles begrijpend lezen van week 5 - Niveau B.

Wat weten jullie al over klonen?

Slide 2 - Open question

Ophalen voorkennis
Activeer de voorkennis van uw leerlingen. Wat weten zij al over het onderwerp van de les? Laat uw leerlingen hun voorkennis eerst individueel bedenken en vervolgens in tweetallen uitwisselen.

Tip! Uw leerlingen kunnen meedoen met hun eigen device. Vragen hierover? Mail gerust naar Arlinde (a.plomp@yandc.nl

Wat willen jullie weten over klonen?

Slide 3 - Open question

Ophalen voorkennis
Activeer de voorkennis van uw leerlingen. Wat weten zij al over het onderwerp van de les? Laat uw leerlingen hun voorkennis eerst individueel bedenken en vervolgens in tweetallen uitwisselen.

Tip! Uw leerlingen kunnen meedoen met hun eigen device. Vragen hierover? Mail gerust naar Arlinde (a.plomp@yandc.nl



Lesdoelen
  • Je leert deze les meer over klonen.
  • Je leert hoe je antwoorden op vragen in de tekst kunt vinden.

Slide 4 - Slide

Lesdoelen formuleren
Bespreek de lesdoelen met uw leerlingen.
Strategie 6

Slide 5 - Slide

Lesdoelen formuleren
Uw leerlingen bedenken voor het lezen wat zij willen weten over het onderwerp van de tekst en controleren na het lezen of hun vragen beantwoord zijn. Ze arceren in de tekst waar zij het antwoord op de vragen gevonden hebben. 

Slide 6 - Slide

Lesdoelen formuleren
Uw leerlingen bedenken voor het lezen wat zij willen weten over het onderwerp van de tekst en controleren na het lezen of hun vragen beantwoord zijn. Ze arceren in de tekst waar zij het antwoord op de vragen gevonden hebben. 

Denken jullie dat de zinnen WAAR of NIET WAAR zijn? Zet een kruisje in de linker kolom.

Slide 7 - Slide

Voorspellen
Denken uw leerlingen dat de zinnen waar zijn of niet waar? Zet een kruisje in de linker kolom. 
Na het lezen wordt gecontroleerd of de voorspelling klopte.
moeilijke woorden
klonen
Klonen is het maken van een identieke kopie van een levend wezen.
Gekloond heet dat.
exacte
Als iets exact hetzelfde is, is het precies hetzelfde.
Ze maken een nieuw beest dat een exacte kopie is van de eerste.
voorlopig
Voorlopig is iets dat nu zo is, maar nog kan veranderen.
Die keuze voor wel of niet een dubbelganger hoeft voorlopig ook nog niemand te maken.’
beweren
Als je iets beweert zeg je dat iets zo is, maar je kunt het niet altijd bewijzen.
Ze beweren dat ze ook al best mensen kunnen klonen.

Slide 8 - Slide

Instructie van de les
Bespreek de moeilijke woorden met uw leerlingen voor het lezen. Uw leerlingen zullen de tekst hierdoor beter begrijpen. Tevens vergroten zij hun woordenschat. 


Lees het artikel hiernaast.

Slide 9 - Slide

Instructie van de les.
Lees het artikel hardop denkend met uw leerlingen. Suggesties voor modeling vindt u in de lesinstructie.


Is de zin hieronder WAAR of NIET WAAR? Leg je antwoord uit. 
Klonen is een identieke kopie 
van een levend wezen maken. 


A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 10 - Quiz

Instructie en observatie tijdens de instructie
Beantwoord samen met uw leerlingen de vragen. Weten zij na het lezen of de zinnen waar of niet waar zijn? Doe twee vragen hardop denkend voor (zie lesinstructie). Laat uw leerlingen daarna de overige twee vragen zelf proberen. Kunnen zij de zinnen in de tekst vinden en onderstrepen waarin zij het antwoord lezen? 



Is de zin hieronder WAAR of NIET WAAR? Leg je antwoord uit. 
Het is tot nu toe nog niet 
gelukt om stieren te klonen.  
 


A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 11 - Quiz

Instructie en observatie tijdens de instructie
Beantwoord samen met uw leerlingen de vragen. Weten zij na het lezen of de zinnen waar of niet waar zijn? Doe twee vragen hardop denkend voor (zie lesinstructie). Laat uw leerlingen daarna de overige twee vragen zelf proberen. Kunnen zij de zinnen in de tekst vinden en onderstrepen waarin zij het antwoord lezen? 



Is de zin hieronder WAAR of NIET WAAR? Leg je antwoord uit. 
In Nederland mogen dieren en 
mensen gekloond worden, 
maar dit gebeurt nog weinig. 
  
 


A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 12 - Quiz

Instructie en observatie tijdens de instructie
Beantwoord samen met uw leerlingen de vragen. Weten zij na het lezen of de zinnen waar of niet waar zijn? Doe twee vragen hardop denkend voor (zie lesinstructie). Laat uw leerlingen daarna de overige twee vragen zelf proberen. Kunnen zij de zinnen in de tekst vinden en onderstrepen waarin zij het antwoord lezen? 



Is de zin hieronder WAAR of NIET WAAR? Leg je antwoord uit. 
Wetenschappers wilden graag apen 
klonen, omdat ze op die manier goed 
onderzoek kunnen doen naar ziektes 
bij mensen.
  
 


A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 13 - Quiz

Instructie en observatie tijdens de instructie
Beantwoord samen met uw leerlingen de vragen. Weten zij na het lezen of de zinnen waar of niet waar zijn? Doe twee vragen hardop denkend voor (zie lesinstructie). Laat uw leerlingen daarna de overige twee vragen zelf proberen. Kunnen zij de zinnen in de tekst vinden en onderstrepen waarin zij het antwoord lezen? 


Kunnen jullie het schema nu invullen? Zet een kruisje in de rechter kolom.

Slide 14 - Slide

Instructie
Doe voor hoe u, na het lezen, de kruisjes zet in de kolommen aan de rechterkant van de tabel. Uw leerlingen oefenen dit bij de verwerkingsopdrachten zelfstandig, bij een andere tekst.

Schrijf het op! 
Vertel wat klonen is, welke dieren al gekloond zijn en wat de regels in Nederland zijn als het gaat om klonen van mensen.
Wat hebben jullie geleerd?

Slide 15 - Slide

Instructie
Doe hardop denkend voor hoe u een korte tekst schrijft. Zie lesinstructie. Uw leerlingen gaan hier in de verwerkingsopdrachten zelfstandig mee aan de slag. 

Slide 16 - Video

This item has no instructions



Ben jij het EENS of ONEENS met de stelling hieronder? 
Leg je antwoord uit. 
Van ieder mens is één 
exemplaar genoeg!
  
 


A
EENS
B
ONEENS

Slide 17 - Quiz

Instructie en observatie tijdens de instructie
Beantwoord samen met uw leerlingen de vragen. Weten zij na het lezen of de zinnen waar of niet waar zijn? Doe twee vragen hardop denkend voor (zie lesinstructie). Laat uw leerlingen daarna de overige twee vragen zelf proberen. Kunnen zij de zinnen in de tekst vinden en onderstrepen waarin zij het antwoord lezen? 


Heb ik de lesdoelen behaald?

Wat hebben jullie geleerd over het onderwerp van de tekst?

Leg aan elkaar uit hoe je in een tekst antwoorden op vragen kunt zoeken.

Slide 18 - Slide

Afsluiting en terugkoppeling doelen
Bespreek samen met uw leerlingen of jullie de lesdoelen hebben behaald.
Denk je mee?

Hoe moeilijk vond jij het om de antwoorden in de tekst op te zoeken?

Zijn jouw vragen die je aan het begin van de les hebt opgeschreven beantwoord? Zo niet, hoe zou jij de antwoorden willen opzoeken?


Reflectie

Slide 19 - Slide

Afsluiting en reflectie
Bespreek de reflectievragen met uw leerlingen.
Maak nu de opdrachten in je lesboekje of digitaal.
Begrijpend lezen

Slide 20 - Slide

Dit is het einde van de digibordles. Uw leerlingen maken de opdrachten in het lesboekje (dat in het midden van de krant zit) of digitaal. Let op! Wilt u de les digitaal laten verwerken door uw leerlingen? Plan dan de les voor uw leerlingen in. Meer informatie over het gebruik van de digitale leeromgeving vindt u in de handleiding in de Digitale leeromgeving.