Kerk, zending en kolonialisme referaat

Het Nederlandse Zendelingengenootschap (NZG) en de ethische politiek 
Roos Hamers 
Werkgroep kerk, zending en kolonialisme 
BA2 werkstuk 
Docent A. Van der Meer. 

Hoe het NZG zich in dienst stelde van de ethische politiek (1900-1942) in Indonesië
1 / 13
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisWOStudiejaar 2

This lesson contains 13 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Het Nederlandse Zendelingengenootschap (NZG) en de ethische politiek 
Roos Hamers 
Werkgroep kerk, zending en kolonialisme 
BA2 werkstuk 
Docent A. Van der Meer. 

Hoe het NZG zich in dienst stelde van de ethische politiek (1900-1942) in Indonesië

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Inleiding
  • Introductie, vraagstelling
  • Historiografie 
  • Rechtvaardiging van mijn onderzoek 
  • Methodologie 

  • Argumentatie 
  • Conclusie 
  • Mijn overwegingen 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Introductie 
  • Nederland heeft lang genoeg van de kolonie geprofiteerd. 
  • Er ontstond het gevoel van een 'ereschuld.' 
  • Ontstaan ethische politiek 
Maar welke rol hebben zendelingen hier dan in gespeeld? 

Slide 3 - Slide

Voor de mensen die niet weten wat de ethische politiek is, Nederland heeft lang geprofiteerd van de kolonie als wingewest. Denk aan het cultureel stelsel. Er kwam in de loop van de 19e eeuw kritiek op. Nederland had een ere schuld. Ze hadden lang genoeg geprofiteerd van de kolonie en het was tijd om ook iets goeds te doen voor de bevolking en iets terug te doen. 

Afbeelding plantage Java tijdens het cultuurstelsel. (NRC)

Koningin Wilhelmina leest de troonrede van 1914 voor. Vanaf dezelfde plek kondigde ze in 1901 de ethische politiek voor Indië aan en in 1913 besteedde ze daaraan opnieuw aandacht in de troonrede. (Foto Nationaal Archief/publiek domein)

Abraham Kuyper werd in 1901 minister president. hij sprak van een zedelijke roeping. Hij was zelf ook heel religieus ingesteld en heeft ook een priester achtergrond. Ik vroeg me dus af in welke mate de kerk iets te maken heeft met deze ethische politiek? Hebben zij de overheid juist geholpen of niet?
In hoeverre en waarom stelde het NZG zich in dienst van de overheid tijdens de ethische politiek (1900-1942) in Indonesië?
Onderzoeksvraag:

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Historiografie 
  • Weinig met een culturele benadering over het koloniaal verleden geschreven. 
  • Debatten over het begrip 'ethische politiek.' 
  • De rol van zendelingen genootschappen tijdens de ethische politiek is nog niet onderzocht. 

Slide 5 - Slide

Volgens Remco Raben in zijn artikel ‘A New Imperial History’ is er in Nederland, ten opzichte van andere Europese landen, weinig met een hernieuwde kijk geschreven over het koloniale verleden. In de oude geschiedschrijving werd het koloniale verleden benaderd op militair, politiek en economisch niveau. Terwijl de ‘New Imperial History’ de geschiedschrijving benaderd op cultureel niveau. Er wordt gekeken naar wederzijdse invloeden. 

Maaike Derksen zegt in haar artikel ‘Embodied Encouters’ dat religie en kolonialisme vaak los van elkaar gezien worden maar het hangt veel samen. Het is dus van belang om alle actoren die bij kolonialisme horen te onderzoeken

Volgens Remco Raben en Marijke Bloembergen was de beschavingsmissie eerder een mogelijkheid van kolonisatoren om macht te legitimeren. Het woord ‘ethisch’ kan dus tussen aanhalingstekens worden gezet. 
Elsbeth Locher-Scholten heeft wel veel geschreven over de inhoud van het begrip ethische politiek. was het wel zo ethisch en kunnen we niet beter spreken van ethisch imperialisme?  
Nederland was meer gericht met het bestandhouden van haar kolonie dan het ‘uitbreiden van’, zoals vaak met het begrip imperialisme wordt verondersteld.

De rol van zendelingengenootschappen tijdens de ethische politiek is nog nauwelijks onderzocht. ik vul dus met mijn onderzoek een historische lacune.

Historische relevantie 
  • Met dit onderzoek wordt ook een 'New Imperial History' benadering gehanteerd. 
  • Het vult een historische lacune. 
  • Door de meer in te zoomen op het erkende belang van religie, zullen we het imperialisme en de ethische politiek beter begrijpen

Slide 6 - Slide

Door op een cultureel niveau naar het koloniaal verleden te kijken. Namelijk door te kijken naar de rol van zendelingengenootschappen. 

Omdat de rol van zendelingengenootschappen nog niet als eigen onderwerp is onderzocht. 

Drie deelvragen: 
  1. Welke rol speelde Gunning in het NGZ en het contact met de overheid?
  2. Welk beleid voerde de overheid tijdens de ethische politiek en hoe verhoudt dit beleid zich tot het NZG?
  3. Hoe vertaalde deze verhouding zich tot concrete acties van het NZG? 

Slide 7 - Slide

H1 schept de historische context en de basis van de ethische politiek. Hoe was het contact met de zendelingen onderling? en hoe was het contact tussen de zendelingen en de overheid voorheen? 

H2 gaat echt over het beleid van de ethische politiek en wat dit beleid betekende voor de zendelingen. Het komt er op neer dat de zendelingen subsidies kregen voor scholen. 

H3 gaat over wat de zendelingen vervolgens deden met die subsidie. Namelijk het oprichten van scholen, ziekenhuizen, opleidings scholen voor zendelingen etc. 
  • Uitgebreid literatuuronderzoek!
  • Zowel primaire- als secundaire literatuur. 

  • Secundaire literatuur: 
  • 'Handelen en denken in dienst der Zending' + 'Omwille van de zending.' 
  • Primaire bronnen: kranten uit Delpher waarin gezocht is op 'NZG' en 'subsidie.'
Methodologie 

Slide 8 - Slide

Om antwoord te kunnen geven op de hoofdvraag, is de volgende aanpak gehanteerd. Allereerst heeft er een uitgebreid literatuuronderzoek plaatsgevonden. Veel gezocht naar bruikbare informatie en me ingelezen over het NZG en de ethische politiek.  Hieruit zijn aantekeningen gemaakt en op basis daarvan is gerichte literatuur geselecteerd. Er wordt historisch te werk gegaan door gebruik te maken van zowel primaire als secundaire bronnen. Als secundaire bronnen wordt o.a. het boek ‘Handelen en denken in dienst der zending’ (1981) gebruikt. Hierin wordt duidelijk welke rol Gunning heeft gespeeld in het verenigingen van de verschillende zendelingengenootschappen.
Ten tweede wordt de bachelor scriptie ‘Omwille van de Zending’ (2013) gebruikt. Hierin wordt duidelijk belicht welke afspraken er zijn gemaakt tussen de Utrechtse Zendingsvereniging en de staat tijdens de ethische politiek. Omdat de Utrechtse Zendingsvereniging nauw samenwerkte met Nederlandse Zendelingengenootschap kunnen hier eenzelfde conclusies uit worden getrokken.

De schrijver was zendingsconsul en dus goed geïnformeerd over het regeringsbeleid met betrekking tot de zending.

Drie argumenten:  
  1. Gunning verenigde de zendelingen genootschappen onderling en speelde in op de ethische politiek van de overheid. 
  2. De overheid verstrekte subsidies aan zendelingsverenigingen
  3. Het NZG maakte graag gebruik van de subsidie en gebruikte het geld om scholen op te richten, gezondheidszorg te financiëren en om zendelingen op te leiden. 

Slide 9 - Slide

H1 schept de historische context en de basis van de ethische politiek. Hoe was het contact met de zendelingen onderling? en hoe was het contact tussen de zendelingen en de overheid voorheen? 

H2 gaat echt over het beleid van de ethische politiek en wat dit beleid betekende voor de zendelingen. Het komt er op neer dat de zendelingen subsidies kregen voor scholen. 

H3 gaat over wat de zendelingen vervolgens deden met die subsidie. Namelijk het oprichten van scholen, ziekenhuizen, opleidings scholen voor zendelingen etc. 
Conclusie 
  • De zendelingen kregen subsidie en waren daar blij mee zodat zij door konden gaan met hun activiteiten. Maar was dat echt om zichzelf in dienst te stellen van de overheid? Ik betwijfel het
  • Relatie ligt complexer. 
  • Geen exacte subsidie bedragen. 

Slide 10 - Slide

Al met al ligt de relatie tussen overheid en het NZG complexer dan in dit onderzoek is weergegeven. Zo is er verder onderzoek nodig om bijv. te kijken naar de frictie of eventuele spanningen tussen het genootschap en de staat. Daar is nu niet op ingezoomd. Ook zijn er geen exacte bedragen weergegeven die het genootschap in subsidie kreeg. Ook hiervoor moet er meer primair bronmateriaal onderzocht worden. Maar deze bronnen zijn gering en zijn indien de duur van dit onderzoek helaas niet mogelijk. 
Aantal overwegingen  
  1. Het NZG weghalen en zendingsverenigingen in het algemeen gebruiken. 
  2. Deelvraag 1 moet ik aanpassen. Wellicht; wat is de historische context van zendingsverenigingen voorafgaand aan de ethische politiek? 
  3. Hoofdstuk 3 heb ik nog niet helemaal duidelijk. 

Slide 11 - Slide

H1 schept de historische context en de basis van de ethische politiek. Hoe was het contact met de zendelingen onderling? en hoe was het contact tussen de zendelingen en de overheid voorheen? 

H2 gaat echt over het beleid van de ethische politiek en wat dit beleid betekende voor de zendelingen. Het komt er op neer dat de zendelingen subsidies kregen voor scholen. 

H3 gaat over wat de zendelingen vervolgens deden met die subsidie. Namelijk het oprichten van scholen, ziekenhuizen, opleidings scholen voor zendelingen etc. 
Zijn er vragen? :) 

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Bibliografie   
- Frans. (z.d.). Repertorium van Nederlandse zendings- en missie-archieven 1800-1960. 
- Lelyveld, J. (2005). Bij de les gebleven? Opvoeding en onderwijs in de koloniën. Scholarly Publications Universiteit Leiden, 20, 111–128. https://scholarlypublications.universiteitleiden.nl/access/item%3A2717931/view
- Mr. S.C Graaf van Randwijck. (1981). Handelen en denken in Dienst der Zending II (2de editie, Vol. 920). Boekcentrum.
- Touwen, J. (2000). Paternalisme en protest. Ethische Politiek en nationalisme in Nederlands-Indië, 1900-1942. Scholarly Publications Leiden, 15, 67–94. https://scholarlypublications.universiteitleiden.nl/access/item%3A2717941/view
- Van Beest, W. R. (2013). Omwille van de zending. In R. Raben, Bachelorscriptie Geschiedenis, Onderzoekseminar III-A.

Slide 13 - Slide

H1 schept de historische context en de basis van de ethische politiek. Hoe was het contact met de zendelingen onderling? en hoe was het contact tussen de zendelingen en de overheid voorheen? 

H2 gaat echt over het beleid van de ethische politiek en wat dit beleid betekende voor de zendelingen. Het komt er op neer dat de zendelingen subsidies kregen voor scholen. 

H3 gaat over wat de zendelingen vervolgens deden met die subsidie. Namelijk het oprichten van scholen, ziekenhuizen, opleidings scholen voor zendelingen etc.