Straattaal: Wat is het en waarom wordt het gebruikt?

straattaal en poezie
wat is het verschil tussen straattaal en kunst?
1 / 31
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

straattaal en poezie
wat is het verschil tussen straattaal en kunst?

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
Aan het einde van deze les kun je uitleggen wat straattaal is, en heb je een standpunt over straattaal en kunst. 

Slide 2 - Slide

Begin de les door de leerdoelen te benoemen. Geef aan dat deze doelen aan het einde van de les behaald moeten worden.
welke 'graffity' ben je tegengekomen op social media?

Slide 3 - Open question

This item has no instructions

straattaal of poezie?

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Straattaal of poezie?

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Welke straattaal woorden ken je al?

Slide 7 - Mind map

This item has no instructions

kenmerken straattaal?

Slide 8 - Open question

This item has no instructions

kenmerken poezie

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

Wat is straattaal?
Straattaal is een informele manier van communiceren die vooral onder jongeren op straat wordt gebruikt. 

Het is een taal die voortkomt uit verschillende culturen en dialecten.

Slide 10 - Slide

Leg uit wat straattaal is en wat het kenmerkt. Bespreek eventueel ook hoe straattaal zich verhoudt tot standaardtaal.

Slide 11 - Video

This item has no instructions

Waarom gebruiken jongeren straattaal?
Jongeren gebruiken straattaal om zich te identificeren met een bepaalde groep of subcultuur. 

Daarnaast kan het ook dienen als geheimtaal, om bijvoorbeeld niet begrepen te worden door ouders of leraren.

Slide 12 - Slide

Beschrijf waarom jongeren straattaal gebruiken en geef hier voorbeelden van. Vraag de studenten ook waarom zij denken dat jongeren straattaal gebruiken.
Voorbeelden van straattaal
Enkele voorbeelden van straattaal zijn: 'yo mattie', 'chillen', 'swag' en 'fissa'.

Slide 13 - Slide

Laat enkele voorbeelden van straattaal zien en vraag de studenten of zij weten wat deze woorden betekenen.
Verschillen tussen straattaal en standaardtaal
Straattaal verschilt op verschillende punten van standaardtaal, zoals uitspraak, woordenschat en grammatica.

Slide 14 - Slide

Maak een vergelijking tussen straattaal en standaardtaal en bespreek de verschillen.
Hoe ontstaat straattaal?
Straattaal ontstaat vaak spontaan en wordt door jongeren zelf bedacht. 

Het kan ook voortkomen uit andere talen en dialecten.

Slide 15 - Slide

Geef aan hoe straattaal ontstaat en bespreek eventueel enkele voorbeelden.
Is straattaal slecht?
Straattaal is niet per se goed of slecht. Het is een manier van communiceren die past binnen bepaalde subculturen. 

Wel is het belangrijk om te weten wanneer het wel of niet gepast is om straattaal te gebruiken.

Slide 16 - Slide

Bespreek of straattaal goed of slecht is en waarom. Ga ook in op wanneer het wel of niet gepast is om straattaal te gebruiken.
Hoe herken je straattaal?
Straattaal herken je aan bepaalde kenmerken, zoals verkorte woorden en afkortingen. 

Daarnaast worden vaak ook Engelse woorden gebruikt.

Slide 17 - Slide

Beschrijf hoe je straattaal kunt herkennen en geef enkele voorbeelden.

Slide 18 - Video

This item has no instructions

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Video

This item has no instructions

Hoe kun je straattaal vermijden?
Je kunt straattaal vermijden door te kiezen voor standaardtaal. Dit is vooral belangrijk in formele situaties, zoals op school of op het werk.

Slide 21 - Slide

Bespreek hoe je straattaal kunt vermijden en waarom dit belangrijk is in bepaalde situaties.
Oefening: Maak je eigen straattaal
Laat de studenten in groepjes hun eigen straattaal bedenken. Vraag ze om hierbij rekening te houden met de kenmerken van straattaal.

Slide 22 - Slide

Laat de studenten in groepjes werken en bedenk hun eigen straattaal. Laat ze hierbij rekening houden met de kenmerken van straattaal.
Straattaal in de media
Straattaal komt vaak voor in de media, zoals in muziek, films en series. Hierdoor kan het ook bijdragen aan het verspreiden van straattaal.

Slide 23 - Slide

Beschrijf hoe straattaal voorkomt in de media en wat de invloed hiervan kan zijn.
Oefening: Straattaal in de media
Laat enkele voorbeelden zien van straattaal in de media en bespreek deze samen met de studenten.

Slide 24 - Slide

Laat enkele voorbeelden zien van straattaal in de media. Bespreek deze voorbeelden samen met de studenten.
Straattaal en discriminatie
Soms wordt straattaal geassocieerd met bepaalde groepen mensen, zoals jongeren met een migratieachtergrond. Hierdoor kan het ook leiden tot discriminatie.

Slide 25 - Slide

Bespreek hoe straattaal geassocieerd kan worden met bepaalde groepen mensen en wat de gevolgen hiervan kunnen zijn.
Oefening: Straattaal en discriminatie
Laat enkele voorbeelden zien van discriminatie door middel van straattaal en bespreek deze samen met de studenten.

Slide 26 - Slide

Laat enkele voorbeelden zien van discriminatie door middel van straattaal en bespreek deze voorbeelden samen met de studenten.
Voordelen van het kennen van straattaal
Het kennen van straattaal kan voordelen hebben, zoals het kunnen begrijpen van bepaalde groepen jongeren en het beter kunnen communiceren met deze groepen.

Slide 27 - Slide

Geef aan wat de voordelen kunnen zijn van het kennen van straattaal en waarom dit belangrijk kan zijn.
Conclusie
In deze les hebben we geleerd wat straattaal is, waarom het gebruikt wordt en hoe het herkend kan worden. We hebben ook besproken wanneer het wel of niet gepast is om straattaal te gebruiken.

Slide 28 - Slide

Besluit de les door de leerdoelen nogmaals te benoemen en te controleren of deze zijn behaald.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 29 - Open question

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Slide 30 - Open question

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 31 - Open question

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.