gedragsproblemen en gedragsstoornissen



Gedragsproblemen en gedragsstoornissen
1 / 20
next
Slide 1: Slide
OnderwijsassistentenMBOStudiejaar 3

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson



Gedragsproblemen en gedragsstoornissen

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Doel:
Als ik begrijp waar het probleemgedrag is ontstaan en vandaan komt kan ik passende interventies aanbieden
Lessen leiden tot kennis en inzicht over: Gedragsproblemen, methodieken en koppeling tussen theorie en je toekomstige stage

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Werkwijze periode
Theorie te vinden via Canvas (download de reader)
Verdiepen in levensverhalen
Canvas-periode 1.3 - methodiek - reader achtergronden van probleemgedrag
Eindbeoordeling is een casustoetsing in de bijzondere lesweek 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Wat is volgens jullie probleemgedrag?

Slide 4 - Mind map

Wat vindt jij probleemgedrag?

Wat zijn mogelijke oorzaken van probleemgedrag denk je?
Hoe handel je bij probleemgedrag?
Wat is jullie eigen ervaring met gedragsproblemen?

Slide 5 - Mind map

This item has no instructions

Wat voor gedrag heb jij laten zien?

Slide 6 - Mind map

This item has no instructions

Gedragsprobleem = uitdagend gedrag?

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Probleemgedrag
Gedrag is alles wat mensen doen of juist niet doen. 

- Vormt voor de client zelf een probleem
- Vormt voor anderen een probleem
- Doet zich regelmatig voor in verschillende situaties

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Probleemgedrag
Normaal gedrag is wat de meeste mensen vertonen. Al het gedrag dat daar van afwijkt, zien we als abnormaal of afwijkend gedrag. Of het gedrag ook echt als een probleem wordt ervaren, is afhankelijk van een aantal factoren.

  • Gedrag voldoet niet aan de verwachtingen van de opvoeder. 
  • Opvoeder is niet in staat het gedrag te hanteren.
  • Wordt door de opvoeder als zorgwekkend gezien.
  • Anderen hebben last van het gedrag. 

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

3 gedragsaspecten
 Motorisch aspect: Al het gedrag dat betrekking heeft op de grove en fijne motoriek.

 Cognitieve aspect: Al het gedrag dat betrekking heeft op geheugen, waarneming, kennis, inzicht en concentratie. 

Sociaal-affectieve aspect: Het omgaan van een kind met anderen en wat het kind laat zien bij het uiten van de gevoelens en /of emoties. 

Alle drie de componenten beïnvloeden elkaar

Slide 10 - Slide

Alles wat een kind meemaakt en ervaart, beïnvloedt het gedrag.

''Je zal het kind maar wezen'' 
Schoolleiding tegen moeder: ‘’ Geef je kind nou eens wat meer ruimte. Zit niet zo boven op hem
Consultatiebureau: ‘’ Hij probeert u gewoon uit. Wees consequenter in straffen en belonen’’
Pedagogisch vriend: ‘’ Zorg dat je er veel voor hem bent, zodat hij je vertrouwt
Familie: ‘’ Geef eens wat meer liefde en aandacht aan je kind’’
Vader:’’ Ik was ook een probleemgeval en kijk eens hoe het goed is gekomen.
 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Bespreek in tweetallen de volgende vraag: Wanneer is gedrag nou problematisch?
timer
5:00

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

Wanneer is gedrag problematisch?
Gedrag van een persoon dat last veroorzaakt voor de omgeving of (op de korte of langere termijn) voor de persoon zelf.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Gedragsstoornis?
Wanneer er bij een jongere (tot18 jaar) bij herhaling en gedurende langere tijd sprake is van gedragingen waarmee rechten van anderen of belangrijke sociale normen en regels overtreden worden.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Gedragsstoornis
Vier categorieën:
Agressief gedrag dat leidt tot fysiek letsel bij mensen of dieren
Niet-agressief gedrag wat leidt tot het verdwijnen of kapot raken van bezittingen van anderen
Niet-agressief gedrag wat leidt tot diefstal en bedrog
Niet-agressief gedrag wat leidt tot overtredingen van de regels

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Externaliserend probleemgedrag

Naar buiten gericht gedrag. Gedrag waar de omgeving last van heeft. bv agressief gedrag, hyperactiviteit. 
Internaliserend probleemgedrag

Naar binnen gericht gedrag. Gedrag waarvan met name de persoon zelf last heeft. bv depressief, angstig en teruggetrokken gedrag. 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Ben jij van nature een meer externaliserend persoon of meer internaliserend persoon?
Bespreek en geef minimaal 1 voorbeeld

Slide 17 - Open question

This item has no instructions

risicofactoren vs Protectieve factoren

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Gedragsstoornis
  • Aangeboren probleem in het zenuwstelsel dat niet te verhelpen is en waarmee de persoon moet leren omgaan.
  • Sprake van erfelijkheid of aangeboren afwijking. 
  • Therapieën kunnen de persoon en zijn omgeving helpen om inzicht in zijn stoornis te krijgen. 
Gedragsprobleem
  • Geen sprake van een aangeboren eigenschap. 
  • Gedragsproblemen zijn later ontstaan door factoren in de omgeving bv door omstandigheden in het gezin, en /of de opvoeding.
  • Door de problemen verloppt de ontwikkeling minder goed en vertoont het kind problematisch gedrag.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Video

This item has no instructions