Les 6
Les 6
Taaltraining
Nieuw leven
Visuals
De Bus
Hoe groot is jouw bus?
Hoeveel deuren heeft jouw bus?
Hoeveel stoelen heeft de bus?
Welke kleur is jouw bus?
Waar staat het busnummer?
Waar is de brandblusser in de bus?
Waar is de EHBO-doos?
Waar is de nooduitgang?
Waar is de chauffeursstoel?
Hoe zet je de bus aan?
Vervolg
Hoe zet je de bus uit?
Waar is de spiegel?
Waar is de rolstoelplek?
Waar is de prullenbak?
Heeft jouw bus wifi?
Heeft jouw bus camera’s?
Heeft jouw bus airco?
Welke route rijdt jouw bus?
Wat vind jij mooi aan jouw bus?
Wat vind jij moeilijk aan jouw bus?
Hoe start je jouw dienst?
Hoe stop je bij een halte?
Hoe open je de deuren?
Hoe sluit je de deuren?
Wat doe je als een passagier vragen heeft?
Hoe rijd je veilig?
Hoe controleer je de bus?
Wat doe je als de bus kapot is?
Wat doe je als een alarm afgaat?
Wat doe je bij slecht weer?
Over passagiers
Wat zegt u tegen passagiers bij het instappen?
Wat zegt u tegen passagiers bij het uitstappen?
Wat doet u als iemand boos is?
Wat doet u als iemand vragen stelt over de route?
Wat doet u als iemand ziek wordt in de bus?
Wat doet u als iemand iets laat liggen?
Over het werk
Hoe laat begint jouw werkdag?
Hoe laat eindigt jouw werkdag?
Wat vind jij leuk aan jouw werk?
Wat vind jij niet leuk aan jouw werk?
Hoeveel verschillende routes rijd je?
Wat is de langste route die jij rijdt?
Werk je liever in de ochtend of avond?
Hoeveel pauze heb jij?
Waarom ben jij buschauffeur geworden?