What is LessonUp
Search
Channels
AI tools
Log in
Register
‹
Return to search
Test: leestekens + aanhalingstekens
Herhaling leestekens en hoofdletters
1 / 47
next
Slide 1:
Slide
Nederlands
Lager onderwijs
This lesson contains
47 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Herhaling leestekens en hoofdletters
Slide 1 - Slide
Leestekens: van punt tot uitroepteken!
Slide 2 - Slide
De punt
De punt wordt gebruikt
aan het einde van een zin.
Slide 3 - Slide
Het vraagteken
Het vraagteken staat op het einde van een directe vraag.
- Ga je dit weekend mee naar de cinema?
<-> Hij vraagt of je dit weekend mee gaat naar de cinema.
Slide 4 - Slide
Het uitroepteken
Het uitroepteken wordt gebruikt bij
- emoties
- bevelen
- waarschuwingen
- korte kreten/uitroepen
Slide 5 - Slide
De dubbele punt
De dubbele punt wordt gebruikt
om een opsomming, uitleg of citaat te introduceren.
Slide 6 - Slide
De leestekens:
Bij een mededelende zin:
een punt
vb. Ik ga terug naar school.
Bij een vraagzin:
een vraagteken
vb. Ben je blij je vrienden weer terug te zien?
Bii een uitroep of bevel:
een uitroepteken
vb. Was je handen! Hou afstand!
Joepie! Weer school! Ai!
Bij een opsomming:
dubbel punt en komma
vb. Ik heb veel dieren thuis: een kat, een hond, drie kippen en een kanarie.
Slide 7 - Slide
Schrijf volgende zin met de juiste leestekens én hoofdletters!:
joepie
vrijdag is het geen school
Slide 8 - Open question
Schrijf volgende zin met de juiste leestekens én hoofdletters!:
heb jij de vraag goed begrepen
Slide 9 - Open question
De komma
De komma wordt gebruikt
om zinnen helder te maken
en om adempauzes aan te geven.
Slide 10 - Slide
Zet de komma's op de juiste plaats:
Morgen gaan we als het mooi weer is naar zee.
Slide 11 - Open question
Zet de komma's op de juiste plaats:
Ja ik begrijp wat je bedoelt.
Slide 12 - Open question
Zet de komma's op de juiste plaats:
Omdat het regende bleven we binnen.
Slide 13 - Open question
Zet de komma's op de juiste plaats:
We hebben soep frieten en salade gegeten.
Slide 14 - Open question
Zet de komma's op de juiste plaats:
Tom die altijd te laat is was vandaag op tijd.
Slide 15 - Open question
Zet de komma's op de juiste plaats!:
Als je klaar bent mag je naar huis.
Slide 16 - Open question
Verbeter de fout:
Mijn broer, en ik gaan voetballen.
Slide 17 - Open question
Verbeter de fout:
Ik bel je, morgen wel even.
Slide 18 - Open question
Verbeter de fout:
Marie die naast mij zit, is erg stil.
Slide 19 - Open question
Schrijf volgende zin met de juiste leestekens én hoofdletters!:
geef irina snel een koffie
Slide 20 - Open question
Schrijf volgende zin met de juiste leestekens én hoofdletters!:
ik lust graag pizza sushi chips en zure snoepjes
Slide 21 - Open question
Schrijf volgende zin met de juiste leestekens én hoofdletters!:
nola de kat van irina is zwart
Slide 22 - Open question
De aanhalingstekens
De aanhalingstekens worden gebruikt om weer te geven wat iemand letterlijk gezegd heeft.
Slide 23 - Slide
Wat is juist?
A
"Geef niet op!" riep ze.
B
"Geef niet op" riep ze!
C
Geef niet op! "riep ze."
D
"Geef niet op"! riep ze.
Slide 24 - Quiz
Wat is juist?
A
"Morgen zijn we weg." zei mama.
B
"Morgen zijn we weg" zei mama"
C
"Morgen zijn we weg zei mama"
D
"Morgen zijn we weg", zie mama.
Slide 25 - Quiz
Wat is juist?
A
Irina vroeg "wie gaat er mee?"
B
Irina vroeg: "Wie gaat er mee?"
C
irina vroeg: "wie gaat er mee"?
D
Irina vroeg: "Wie gaat er meer"?
Slide 26 - Quiz
Wat is juist?
A
Ik brulde: "Dit heb ik nog nooit meegemaakt" !
B
Ik brulde: dit heb ik nog nooit meegemaakt!
C
Ik brulde:"Dit heb ik nog nooit meegemaakt!"
D
Ik brulde dit heb ik nog nooit meegemaakt.
Slide 27 - Quiz
Wat is juist?
A
Is het morgen toets, vroeg ze?
B
"Is het morgen toets?" vroeg ze.
C
"Is het morgen toets?", vroeg ze.
D
"Is het morgen toets" vroeg ze?
Slide 28 - Quiz
De hoofdletters: gebruik
1) begin van de zin
2) namen
personen
gebouwen + transport
geografie
merken
Slide 29 - Slide
kerstdag
A
hoofdletter
B
geen hoofdletter
Slide 30 - Quiz
boekentas
A
hoofdletter
B
geen hoofdletter
Slide 31 - Quiz
spaans
A
hoofdletter
B
geen hoofdletter
Slide 32 - Quiz
eliott
A
hoofdletter
B
geen hoofdletter
Slide 33 - Quiz
pinksteren
A
hoofdletter
B
geen hoofdletter
Slide 34 - Quiz
paasmaandag
A
hoofdletter
B
geen hoofdletter
Slide 35 - Quiz
belgië
A
hoofdletter
B
geen hoofdletter
Slide 36 - Quiz
bleekhofstraat
A
hoofdletter
B
geen hoofdletter
Slide 37 - Quiz
koning
A
hoofdletter
B
geen hoofdletter
Slide 38 - Quiz
flore vermeulen
A
hoofdletter
B
geen hoofdletter
Slide 39 - Quiz
maandag
A
hoofdletter
B
geen hoofdletter
Slide 40 - Quiz
Welk woord moet met een hoofdletter geschreven worden?
A
moslim
B
vasten
C
feest
D
Ramadan
Slide 41 - Quiz
Welk woord schrijf je met een hoofdletter?
A
Boeddha
B
religieus
C
meditatie
D
tempel
Slide 42 - Quiz
Welke zin is geschreven volgens de regels van hoofdletters?
A
de eiffeltoren staat in parijs.
B
De eiffeltoren staat in Parijs
C
De Eiffeltoren staat in Parijs.
D
De Eiffeltoren staat in parijs.
Slide 43 - Quiz
Welke zin is geschreven volgens de regels van hoofdletters?
A
gisteren sprak ik met meneer Janssens.
B
Gisteren sprak ik met meneer Janssens.
C
Gisteren sprak ik met Meneer Janssens.
D
Gisteren sprak ik met meneer janssens.
Slide 44 - Quiz
Welke zin is geschreven volgens de regels van hoofdletters?
A
de Schelde stroomt door Antwerpen.
B
De Schelde stroomt door antwerpen.
C
De schelde stroomt door Antwerpen.
D
De Schelde stroomt door Antwerpen.
Slide 45 - Quiz
Welke zin is correct geschreven volgens de regels van hoofdletters?
A
Mijn opa komt uit gronIngen.
B
mijn opa komt uit groningen.
C
Mijn opa komt uit Groningen.
D
Mijn Opa komt uit Groningen.
Slide 46 - Quiz
Slide 47 - Slide
More lessons like this
Oefentoets Sprong 3
November 2023
-
20 slides
Wiskunde
Lager onderwijs
T2L3: Talentvolle Tiny (persoonsvorm)
November 2025
-
7 slides
Nederlands
Lager onderwijs
Mediawijsheid - Schaal van M
October 2025
-
14 slides
Mediawijsheid
Lager onderwijs
Het prille begin van Rome
February 2023
-
12 slides
Geschiedenis
Gallo-Romeins Museum
+2
Secundair onderwijs
Creatief Schrijven: Helden en schurken
18 days ago
-
7 slides
Nederlands
Lager onderwijs
Les 2: Rome en Romeins Tongeren
March 2025
-
24 slides
Wereldoriëntatie
Gallo-Romeins Museum
Lager onderwijs
Gedichtendag
January 2025
-
17 slides
Nederlands
Lager onderwijs
Kunst en cultuur - Opdracht 2: Wat is kunst en cultuur?
February 2026
-
28 slides
New lesson editor
Algemene Vorming
Secundair onderwijs