Nask water

Het water kookt. Als je dan doorgaat met verwarmen:
A
gaat de temperatuur van het water verder omhoog
B
blijft de temperatuur van het water 100 C
C
gaat de temperatuur van het water weer om laag.
1 / 19
next
Slide 1: Quiz
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 2

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Het water kookt. Als je dan doorgaat met verwarmen:
A
gaat de temperatuur van het water verder omhoog
B
blijft de temperatuur van het water 100 C
C
gaat de temperatuur van het water weer om laag.

Slide 1 - Quiz

Als de bellen met waterdamp wel het oppervlak bereiken, is de temperatuur:
A
bijna 80 C
B
precies 80 C
C
bijna 100 C
D
precies 100 C

Slide 2 - Quiz

Smeltend ijs heeft een temperatuur van x1 . Deze temperatuur heeft het X2 Van water of het X3 van ijs

Slide 3 - Open question

Als je zout aan water toevoegt, bevriest het bij een X1 temperatuur.
Kokend water heeft een temperatuur van X2 , deze temperatuur heet X3 van water.

Slide 4 - Open question

Als je water kookt, komt water in de
A
vaste toestand
B
vloeibaar toestand
C
gasvormige toestand

Slide 5 - Quiz

koken
kookpunt
smeltpunt
vriespunt
smeltdiagram
stoldiagram

Slide 6 - Slide

Als je water verhit, ontstaan er eerst kleine luchtbellen. Deze stijgen naar het oppervlak en verdwijnen.
Wanneer ontstaan deze luchtbellen?
A
ze ontstaan vrij snel nadat je begonnen bent met verwarmen.
B
ze ontstaan als het water bijna 100 C.
C
ze ontstaan als het water precies 100 C is.
D
er ontstaan voortdurend luchtbellen.

Slide 7 - Quiz

Wat is geen stofeigenschap
A
Kleur
B
Volume
C
Dichtheid
D
Brandbaarheid

Slide 8 - Quiz

Wat is een stofeigenschap van metaal?
A
Kan goed tegen bijtende stoffen
B
Is altijd zwaar
C
Breekbaar
D
Kan stroom geleiden

Slide 9 - Quiz

Wat is zwaarder; Een kilogram lood of een kilogram veren?
A
Veren
B
Lood
C
Even zwaar
D
Niet genoeg informatie

Slide 10 - Quiz

De dichtheid van de sleutel is ......... dan/als de dichtheid van water
A
Groter
B
Kleiner
C
Gelijk
D
Geen idee

Slide 11 - Quiz

Bereken de dichtheid van het blokje.


p=Vm
p=(cm3g)

Slide 12 - Open question

Wat gebeurt er wanneer ik de mandarijn in het water gooi met en zonder schil?
A
- Met schil zinkt - Zonder schil drijft
B
- Met schil drijft - Zonder schil zinkt
C
Beide zinken
D
Beide drijven

Slide 13 - Quiz

Sleep de temperatuur metingen 
naar het juiste meetbereik in graden Celcius
-10 tot 100 °C
35 tot 42 °C
60 tot 300 °C
0 tot 1800 °C
Meten van de temperatuur 
van je lichaam.
Meten van de temperatuur 
van een oven.
Meten van de temperatuur 
van lava uit 
een vulkaan.    
Meten van de temperatuur van kokend water.

Slide 14 - Drag question

Plaats van links naar rechts door welk materiaal geluid sneller voortplant
Rubber
Glas
Water
Lucht

Slide 15 - Drag question

Smeltend ijs heeft een temperatuur van ............
Deze temperatuur heet het ........... van water
of het ........... van ijs

Als je zout aan water toevoegt, wordt het vriespunt ...........

Kokend water heeft een temperatuur van ......... graden Celsius. Deze temperatuur heet het .......... van water.
Nul
vriespunt
Smeltpunt
lagere
100
kookpunt

Slide 16 - Drag question

kenmerkende regelmatige structuur van veel vaste stoffen
De drie toestanden waarin je stoffen kunt tegenkomen. vaste stof, vloeistof en gas. 
toestand waarbij een stof gasvormig is. 
Waterdamp bijvoorbeeld staat uit water in de gasvormige toestand. 
toestand waarin een stof zich kan bevinden. IJs bestaat bijvoorbeeld uit water dat in een vaste toestand bevindt. 
druppels of ijskristallen die door de weersomstandigheden ontstaan. 
zeer koude regen die bevriest als hij de bevroren grond raakt. 
toestand waarbij een stof vloeibaar is.
vloeistof
kristalstructuur
gas
vaste stof
neerslag
ijzel
fasen 

Slide 17 - Drag question

Veranderen van fase?

Slide 18 - Mind map

Wanneer verdampt water?
A
alleen als de zon schijnt
B
alleen als het kookt
C
bij elke temperatuur tussen 0 C en 100C

Slide 19 - Quiz