Link+ B1-B2 Thema 4.1

Link+ B1-B2 Thema 4.1

Wat oefen je?
Je beschrijft een ontwikkeling.

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNT2Hoger onderwijs

This lesson contains 23 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min
Report this lesson

Items in this lesson

Link+ B1-B2 Thema 4.1

Wat oefen je?
Je beschrijft een ontwikkeling.

Internet, slimme apparaten en technologische ontwikkelingen

Overzicht op het platform


Quizlet

Extra opdrachten

Werk samen. Praat over de vragen. Gebruik de tekst van opdracht 1.


1 Vat de tekst samen in je eigen woorden. Zeg in één of twee zinnen iets over: 

- wie het world wide web heeft uitgevonden

- hoe het world wide web is ontstaan

- hoe websites er vroeger uitzagen

Vervolg

2 In alinea 1 staat: “Voor de duidelijkheid: internet is niet hetzelfde als het world wide web.” Wat is het verschil? 


3 In alinea 3 (‘Met de komst van…’) wordt de ontwikkeling van het world wide web beschreven. Welke woorden in alinea 3 geven een tijdsperiode aan? Noem minimaal vier woorden. 


4 In alinea 4 staat: “Toch wordt het web aan alle kanten bedreigd.” Welke problemen met het world wide web worden er in de tekst genoemd?


5 Welke voorspelling staat er in de laatste alinea van de tekst? Denk je dat dat echt gaat gebeuren?

1 Ben je opgegroeid met internet? Op welke leeftijd begon je internet te gebruiken en waarvoor gebruikte je het toen?

2 Waarvoor gebruik je internet tegenwoordig het meest? Welke apps of websites bezoek je vaak?

3 Vind je jezelf digitaal vaardig? Kun je alles zelf of heb je soms hulp nodig? Zo ja, waarbij heb je hulp nodig? Zo nee, help je zelf weleens iemand anders?

4 Heb je weleens een vervelende ervaring op het internet gehad? Denk bijvoorbeeld aan oplichters of internetcriminelen die computers en accounts hacken.  

5 Welke andere gevaren heeft het internet volgens jou? 

6 Zou je terug willen naar een tijd zonder internet? Wat zou je dan het meeste missen? En welke voordelen zou het hebben?

Werk samen. Kijk naar de foto’s en praat over de vragen.  

1 Welk communicatiemiddel zie je op de foto? Ken je het?

2 Waarvoor wordt of werd het communicatiemiddel gebruikt? 

3 Wordt het communicatiemiddel nog steeds gebruikt? Gebruik je het zelf ook?

Vertel om de beurt over een ontwikkeling in communicatiemiddelen. Maak de zinnen af. 
 

A Vanaf 1799 … 

B Ongeveer vijftig jaar later… 

A Sinds 1861…

B Later…

A …

Je geeft een internetcursus aan ouderen. 


Wat is een opvallende

ontwikkeling?

Je geeft een internetcursus aan ouderen. 


Wat is een opvallende

ontwikkeling?

Je geeft een internetcursus aan ouderen. 


Wat is een opvallende

ontwikkeling?

Je geeft een internetcursus aan ouderen. 


Wat is een opvallende

ontwikkeling?

Stel een vraag over het diagram

Stel een vraag over het diagram

Stel een vraag over het diagram

Stel een vraag over het diagram

Bereid de presentatie samen voor.

Bedenk wat je gaat zeggen bij de volgende punten. Maak de zinnen af.

1 Inleiding

In deze presentatie  ...

2 Ontwikkeling in het internetgebruik door ouderen. Gebruik de diagrammen

Uit onderzoek blijkt dat  ...

3 De voordelen van het internet voor ouderen.

Een voordeel van het internet is dat ...

Daarnaast ...

4 De gevaren van het internet

Als u internet gebruikt, ...

U moet dus opletten dat ...


Bewaar

5 Informatie over de cursus

Tijdens de cursus ...

Daarnaast ...

Conversatie

  1. Hoeveel tijd besteed je elke dag aan het internet?

  2. Welke websites bezoek je het vaakst? Waarom?

  3. Welke sociale media gebruik je regelmatig?

  4. Wanneer ben je begonnen met sociale media?

  5. Waarvoor gebruik je het internet het meest: werk, studie of vrije tijd?

  1. Heb je ooit iemand online leren kennen? Vertel er iets over.

  2. Welke voordelen heeft sociale media volgens jou?

  3. Welke nadelen hebben sociale media?

  4. Vind je dat mensen te veel tijd op hun smartphone doorbrengen? Waarom wel of niet?

  5. Welke app gebruik je het vaakst? Waarom?

  1. Lees je het nieuws online of kijk je liever naar televisie?

  2. Koop je soms producten via het internet? Waarom wel of niet?

  3. Heb je ooit problemen gehad met online winkelen?

  4. Hoe bescherm je je persoonlijke gegevens op het internet?

  5. Ben je ooit slachtoffer geweest van een online oplichting of nepbericht?

  1. Vind je dat kinderen sociale media mogen gebruiken? Vanaf welke leeftijd?

  2. Plaats je vaak foto's of berichten op sociale media? Waarom wel of niet?

  3. Hoe belangrijk zijn 'likes' en reacties voor jou?

  4. Heb je al eens een pauze genomen van sociale media? Hoe was dat?

  5. Welke invloed hebben sociale media op vriendschappen?

  6. Vind je dat sociale media mensen dichter bij elkaar brengen of juist niet? Leg uit.

  7. Wat doe je als je online een bericht ziet dat misschien niet waar is?

  8. Welke nieuwe technologie of app zou je graag willen uitproberen?

  9. Denk je dat het internet ons leven gemakkelijker maakt? Geef voorbeelden.

  10. Hoe denk je dat internet en sociale media over tien jaar zullen veranderen?