Spelling paragraaf 1 Persoonsvorm
Oefenen met de tegenwoordige en verleden tijd
Spelling paragraaf 1 Persoonsvorm
Oefenen met de tegenwoordige en verleden tijd
Welke 3 vormen van het werkwoord gebruiken we in de tegenwoordige tijd?
Opdracht 5
Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd:
1 Komend voorjaar ... deze struik waarschijnlijk voor het eerst.
bloei
bloeit
bloeien
Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd:
2 Volgens mij ... je de oplossing van het raadsel nooit.
raad
raadt
raden
Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd:
3 Tijdens de les ... Floor altijd stiekem naar liedjes op Spotify.
luister
luistert
luisteren
Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd:
4 Wat ... er eigenlijk zoal in die oude loodsen?
gebeur
gebeurt
gebeuren
Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd:
5 Deze tolk ... maar liefst zes niet-West-Europese talen.
beheer
beheerst
beheren
Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd:
6 ‘Ik ... telkens weer op de verkeerde kameel’, klaagde Sindbad.
wed
wedt
wedden
Welke soorten werkwoorden onderscheiden we in de verleden tijd?
Welke letters van 't ex-fokschaap zijn van belang bij deze regel?
t/x/f/k/s/c/h/p
t/e/x/f/k/s/c/h/p
t/x/f/k/s/c/aa/h/p
t/x/f/k/s/ch/p
Hoe luidt de regel van 't ex-fokschaap?
Opdracht 6
Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd:
1 We ... eerlijk gezegd al, dat je de weg kwijt was geraakt.
dachte
dachten
dacht
Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd:
2 Afgelopen nacht ... een zuidwesterstorm over het land.
raaste
raasten
raasde
raasden
Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd:
3 Wat ... je eigenlijk van de meet and greet met je idool?
verwachte
verwachtte
verwacht
Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd:
4 Het VOC-schip ... tijdens een novemberstorm voor de Spaanse kust.
vergaat
verging
vergingen
Answer D
Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd:
5 De Wegenwacht ... de gestrande automobilist naar de dichtstbijzijnde garage.
slepen
sleepte
sleeptte
sleepten
Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd:
6 Geen mens ... de sterke verhalen van Kevin over zijn avonturen in Afrika.
geloofte
gelooften
geloofde
geloofden
Opdracht 7
Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige of verleden tijd:
1 De vakbeweging ... morgen drie procent loonsverhoging, omdat de metaalsector dat volgens de bond wel ... .
eist / verdient
eiste / verdiende
Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige of verleden tijd:
2 Door onoplettendheid ... Dénise laatst haar grammaticatoets, maar ze ... de onvoldoende met een negen voor een schrijfopdracht.
verpest / compenseert
verpestte / compenseerde
Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige of verleden tijd:
3 ... het de kwaliteit van de producten als de elektriciteit ... ?
schaadde / uitviel
schaadt / uitvalt
Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige of verleden tijd:
4 Enkele voetgangers ... zojuist en ... een paar muntstukken op van de grond.
bukten / raapten
bukken / rapen
Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige of verleden tijd:
5 Als de trein weer eens ... , ... iedereen steen en been over de NS.
uitpuilt / klaagt
uitpuilde / klaagde
Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige of verleden tijd:
6 Toen de knappe prins haar op het voorhoofd ... , ... de prinses.
kustte / ontwaaktte
kuste / ontwaakte